Autotest: Renault Fluence ZE

Met de Fluence ZE heeft Renault de toekomst in handen. Alleen stuit een succesvolle introductie op een nadeel: geen laadpunten.
 
Bij elke discussie over het welslagen van elektrische auto’s komt hetzelfde argument op tafel. Als het einde van je actieradius in zicht komt, moet je naarstig op zoek naar een laadpunt. Het is toch wat knullig om ergens in de middle of nowhere met een lege accu te staan. Je kunt moeilijk bij een boerderij aanbellen of je een jerrycan elektriciteit kunt lenen. Zelfs een lang verlengsnoer zal je niet altijd weer op weg helpen, want bij sommige behoort rechtstreeks opladen aan een gewoon stopcontact niet tot de opties.
 
Renaults alliantiepartner Nissan, die met de elektrische Leaf aan de weg timmert, veegt het argument van tafel door te stellen dat er genoeg potentiële kopers zijn die de gelegenheid hebben hun elektrische auto tussentijds op te laden en zodoende nooit met een lege accu komen te staan. Andere fabrikanten kiezen liever eieren voor hun geld en bouwen als reservevoorziening een range extender in: een conventionele verbrandingsmotor die de boel rijdend moet houden als de elektra op is. General Motors claimde zoiets te hebben gedaan met de Chevrolet Volt/Opel Ampera. Onlangs werden deze modellen echter ontmaskerd als ‘doodgewone’ hybrides, zoals de Prius en de Insight. Honda bouwde in de FCX Clarity een brandstofcel die de elektrische motor op een schone manier voedt. Hier heb je dus geen last van een uitgeputte batterij. Maar waar kun je in Nederland en België waterstof tanken?
 
Renault heeft met de Fluence ZE het antwoord. Het toverwoord is QuickDrop. Als je accu (bijna) leeg is, rijdt je naar een QuickDrop-station waar een robotarm in drie minuten je accupakket omwisselt voor een nieuwe. Wees niet bang dat je met oude meuk wordt afgescheept, want de accu’s zijn toch niet van jou, die moet je leasen.
 
Normaal gesproken is de Fluence de aandacht niet waard. In het dagelijks leven is deze grote sedan namelijk gewoon voorzien van benzine- en dieselmotoren en is (gelukkig?) alleen bestemd voor landen als Turkije en Rusland. Tussen de ezelkarren daar is het een moderne verschijning; in Nederland zou de auto geen enkele kans maken. Om het accupakket een plekje te kunnen geven achter de achterbank is de elektrische variant langer dan de standaardauto.
 
Het QuickDrop-systeem is handig voor bijvoorbeeld Parijse taxi’s. Rondom de stad is een netwerk van wisselstations voorzien zodat de mannen binnen een paar Gauloises nieuwe stroom krijgen. Ook in Israël, waar ze een hekel hebben aan Arabische olie, wordt hard gewerkt aan QuickDrop-stations.
 
In de Lage Landen hebben we alleen Autodrop. En die koop je, juist, bij het tankstation. Zolang er bij ons geen netwerk van accuwisselstations is, zijn we hier aangewezen op de laadpaal. Bij lage spanning duurt dat een hele nacht, bij een hoger Voltage is de klus in een halfuur gefikst. Dat is nog steeds tien keer langer dan die taxichauffeurs kwijt zijn. Daarmee is de Fluence een saai alternatief voor de Nissan Leaf.
 

Je wilt weten hoe het rijdt? Prima hoor, zoals je van een elektrische auto mag verwachten. Alleen op landweggetjes voelt ie zich niet thuis.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken