Richard Hammond in de Jaguar XJ220

De XJ220 is de duurste Jaguar ooit. Hij was dan ook echt prijzig. Voor een kleine 550.000 euro kocht je in 1992 nog een half dorp.
 
Dit is typisch zo’n auto die buiten de reguliere kantooruren door liefhebbers is bedacht. Een project in de geest van de Lamborghini Miura, waarmee het concept van de superauto met middenmotor enkele decennia eerder werd uitgevonden. De XJ220 had weliswaar ook een motor in het midden, maar wist toch nooit zo tot de verbeelding te spreken als de Miura. Om te beginnen had ie een V12 en vierwielaandrijving moeten hebben. In plaats daarvan kreeg ie een V6 die alleen de achterwielen aandreef. Dat was overigens wel een fantastisch blok, een van de XJR-10 geleende 3,5-liter V6 met twee turbo’s en een vermogen van 542 pk.
  
Mede dankzij de geweldige stroomlijn was dat voldoende voor een topsnelheid van zo’n 350 km/u en een acceleratie van 0 tot 100 km/u in minder dan vier seconden. Indrukwekkende cijfers die bij een select groepje zeer gefortuneerde klanten in de smaak vielen. De Sultan van Brunei kocht een XJ220. Elton John ook. Echt racen was er voor deze lieden ongetwijfeld niet bij: daarvoor is de auto ook net even te groot, te lomp en te indirect.
 
Natuurlijk zijn er mensen die op het circuit wel met de XJ220 overweg konden. Tom Walkinshaw was samen met Jaguar mede-eigenaar van Jaguar Sport Ltd, het bedrijf dat de XJ220 in Banbury bouwde. In 1993 won een Jaguar XJ220C op Le Mans zelfs de GT-klasse, met David Coulthard, John Nielsen en David Brabham als coureurs. Natuurlijk zaten de heren niet tegelijkertijd achter het stuur, ze wisselden elkaar af. Al lijkt het interieur groot genoeg om ze alle drie tegelijk te laten sturen. Dit apparaat is simpelweg enorm. Toch is ook de XJ220 door de jaren heen langzaam in z’n eigen jas gegroeid, een trucje waar Jaguar patent op lijkt te hebben.
 
Ik heb dit altijd een wat merkwaardige, en zelfs lelijke auto gevonden. Maar zie, twintig jaar later is de rups veranderd in een prachtige vlinder. De auto ziet er prachtig uit, slank, en is helemaal van deze tijd. Hoe doet Jaguar dat toch? Zelfs het interieur kan de vergelijking met moderne auto’s ruimschoots doorstaan. Met uitzondering van het schakelpatroon bij de pook, dat eruit ziet alsof het in een onderzeeër uit de Tweede Wereldoorlog heeft gezeten. Helaas is het rijgedrag minder eigentijds. De auto is zwaar en voelt niet al te solide aan. De motor klinkt goed, maar ook wat ouderwets, hoewel de onafhankelijke wielophanging er zonder computers of snufjes als elektromagnetische schokdempers redelijk in slaagt het aandrijfgeweld te beteugelen.
 
Het mooiste van alles vind ik echter het metertje voor de turbodruk. Nu is dat toch al een detail waar ik voor val. Als het aan mij ligt, dan monteerde ik in mijn koffiezetapparaat nog een turbodrukmeter. In het interieur van de XJ220 is het metertje onderdeel van een console met nog drie andere meters. Alleen hierdoor voel je jezelf al een beetje Buck Rogers. Deze grote Jaguar voelt speciaal aan, in de meest positieve zin van het woord. Misschien is dat vanwege z’n gebreken, of vanwege de manier waarop ie zich op twintigjarige leeftijd tot een prachtige auto heeft ontpopt. Wat het ook is, de XJ heeft een heel eigen aura. Hij straalt iets heel duurs uit, iets heel voornaams. Maar er kleeft ook iets tragisch aan de auto.
 
Uiteindelijk bleef ie slechts twee jaar in productie. De duurste Jaguar die het merk ooit bouwde, kwam net op tijd om de markt voor supersportauto’s te zien instorten. Met een prijskaartje van 1,2 miljoen gulden – een kleine 550.000 euro – was dit bovendien een auto voor de allerrijksten, terwijl ook de prestaties van behoorlijk exclusief niveau waren. De interesse verflauwde dan ook snel nadat de Sultan van Brunei en Elton John hun auto’s in ontvangst hadden genomen. Zoals dat wel vaker gaat in de schimmige wereld van gelimiteerde producties, had Jaguar vooraf bekendgemaakt dat het de XJ220 in een oplage van 220 exemplaren zou bouwen. Achter de schermen waren echter voorbereidingen getroffen om er in totaal 350 te bouwen. Uiteindelijk zou de teller bij 281 stuks blijven steken.
 
Ondanks z’n boeiende historie hebben verzamelaars de XJ220 tot nu toe over het hoofd gezien. De weinige exemplaren die te koop worden aangeboden, hebben een prijskaartje van rond twee ton. Ik beweer zeker niet dat je je huis moet verkopen om er een aan te schaffen, maar de XJ220 is wel een prachtige en zeldzame auto die zeker respect verdient.

Specificaties
Jaguar XJ220
 
Productie: 1992 - 1994
Motor: 3.498cc, V6 biturbo
Vermogen: 542 pk
0-100 km/u: 3,9 seconden
Topsnelheid: 353 km/u
Gewicht: 1.470 kilo

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws