Divergent: spannende nieuwkomer

Een 3D-geprinte supercar die maar 630 kilo weegt. En die is opgescheept met 700 pk. Dat moet iets heel gruwelijk worden. Nou, dat wordt de Divergent Blade ook

Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade
Divergent Blade

Maak kennis met Divergent, een Amerikaans bedrijf dat het allemaal net even anders aanpakt. En als het goed is zeer binnenkort, op de Los Angeles Autoshow, zij debuut maakt met een verre van alledaagse supersportauto: de Blade. 700 pk, iets meer dan 600 kilo, 0-100 in 2,5 seconden en, heel bijzonder: voor een groot deel afkomstig uit de 3D-printer.

Wat is er anders aan Divergent?

Het grappige is bijvoorbeeld dat de man achter Divergent, Kevin Czinger, eigenlijk helemaal geen auto wilde bouwen. Het gaat hem veel meer om het productieproces. Hij ergert zich dood aan de enorme verspilling aan energie en grondstoffen die bij het maken van een auto komt kijken. Zo stelt hij dat het merendeel van de auto-emissies niet voortkomt uit hun rijden, maar door de manier waarop ze gemaakt worden. Zijn oplossing: 3D-printen.

Revolutionaire techniek

Nu hebben we het niet over zomaar een 3D-printertje, natuurlijk. Eerder over de op twee na grootste metaalprinter ter wereld. En ook niet over de carrosserie, mocht je dat denken. Nee, het gaat om het onderstel. Czingers techniek komt erop neer dat hij een soort verbindingsstukken van aluminum print. Daar heb je er een stuk of zeventig van nodig, die je met elkaar verbindt met koolstofvezel buizen. Een beetje zoals sommige kampeertenten werken. Maar dan natuurlijk eindeloos veel steviger.

Het printen van het grootste verbindingsstuk kost ongeveer vier uur, maar de techniek wordt constant verbeterd, waardoor die tijd zal afnemen. Omdat alle stukken modulair zijn, kun je er zo’n beetje elk denkbaar autotype mee bouwen, van een open tweezitter tot een SUV. Het in elkaar zetten van het onderstel hoeft niet meer dan een half uur te duren. Het is een even simpele als revolutionaire techniek, die een superlicht, supersterk en super eenvoudig te bouwen onderstel oplevert. Om deze reden is hij Divergent begonnen, om de techniek te vervolmaken en aan de man te brengen. Dat lukt aardig – afgelopen september tekende hij een samenwerkingsovereenkomst met het moederbedrijf van Peugeot en Citroën, PSA.

Wat kan die Divergent Blade?

Omdat een supersportauto lekker de aandacht trekt (en omdat hij het gewoon leuk vindt), besloot Czinger toch de Blade te gaan bouwen. In een gelimiteerde oplage, maar toch. De motor is een doodsimpele, zij het hevig verbouwde tweeliter viercilinder, van Mitsubishi EVO-afkomst. Hij is geschikt gemaakt om ook op aardgas (milieu, hè…) te kunnen lopen. En hij levert dus maar liefst 700 pk, wat bij een gewicht van 630 kilo een twee keer zo goede pk/gewichtsverhouding oplevert als een Bugatti Veyron.

Het eerste prototype van de Divergent Blade was twee jaar geleden al klaar, maar er moest nog veel vervolmaakt worden om de auto een serieuze concurrent van de gevestigde supercar-orde te laten worden. De uiteindelijke versie zal de komende dagen dus zijn definitieve debuut maken in Los Angeles. We zullen zien. Maar misschien moeten we Kevin Czinger meer in de gaten houden dan zijn Divergent Blade. Die man kan wat.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws