Vijf herboren klassiekers

Oude dingen zijn per definitie slechter dan nieuwe dingen. Vinyl stoelen bijvoorbeeld, of ribbroeken (beide in het bezit van James May). Klassieke auto’s zijn vaak mooier, leuker of gaver dan nieuwe; maar technisch gezien is het niet zelden huilen met de geruite pet op. Gelukkig is er nu een compromis.

Gedreven knapen rusten tegenwoordig aan de lopende band prachtige klassiekers uit met een nieuw binnenste: schonere, snellere motoren, betere remmen, meer verfijnde besturen en een onderstel dat je niet elke twaalf meter hoeft in te vetten. Levend bewijs is de Jensen Interceptor die je afgelopen zondag in ons tv-programma kon zien.

We hebben de vijf, volgens ons, beste automobiele harttransplantaties van het moment op een rijtje gezet. Alle prijzen zijn exclusief pretbelasting.

Mechatronik W111

Dit Duitse bedrijf neemt de carrosserie van een pompeuze Mercedes W111 coupé, knapt ‘m op en rust ‘m vervolgens uit met allerlei AMG-verwennerij.

Zo is er een 5,5-liter grote V8 met 360 pk, een automatische vijfbak, een hoop versterkingen overal en een lager, strakker onderstel. In het interieur vind je een knallend audiosysteem, navigatie, sportstoelen en een moderne airco – dit alles verborgen onder een zweem van prachtige sixties stijl.

Mooi he? Het kost alleen wel wat: zo’n drie euroton. Slik.
 

Singer 911

Schijn bedriegt, zeggen ze wel eens. Dat klopt. Op het eerste gezicht is dit een oude, luchtgekoelde 911, die niet per se snel is, maar je wel continu om een obstakel zal proberen te vouwen met het venijnige uitbreken van zijn wiebelige achterkant. Mis: hij is wél snel, en hij zal je niet proberen te vermoorden.

Singer kleedt een oude 911 helemaal uit, last ‘m op verschillende plaatsen extra stevig, versterkt de boel nog eens met wat koolstofvezel, gooit er een motorblok in uit de jaren ’90 (300 tot 425 pk) en maakt het af met een handgebouwd interieur en de Brembo-remmen van een Porsche 993.

Verwacht er zo’n 130.000 tot 220.000 euro voor kwijt te zijn, afhankelijk van de opties.
 

Volga V12 Coupé

Hij stamt alweer uit 2001, deze Volga. Die eigenlijk stiekem helemaal geen product van het oostblok is, maar een vakkundig omgebouwde BMW 850CSi. Zo heeft ie een 5,7-liter grote V12 met 380 pk aan boord, goed voor een 0-tot-100-tijd van 6,6 seconden. Het interieur is opnieuw bekleed met leer een koolstofvezel accenten. De spaakwielen zijn speciaal voor deze auto vervaardigd. Net als zo’n beetje alles aan het exterieur. Gaaf.
 

Jensen SX

Zoals door Jeremy gebruikt voor de opening van de hippe, neppe jaren-’70-serie The Interceptors. Deze SX is uitgerust met de 6,2-liter grote supercharged V8 uit de Corvette ZR1. Deze schreeuwt minstens net zo hard als de 6,2- en 7,2-liter V8-motoren van Chrysler uit de originele Interceptors. Maar hij produceert er ook nog eens 647 echte pk’s bij.

De Jensen heeft een handgeschakelde zesbak, een nieuw ontworpen, onafhankelijk opgehangen achteras, keramische remmen, instelbare schokdempers en 19-inch velgen van koolstofvezel en magnesium. Wat dat kost? Ach, zo’n 170.000 euro.
 

Frontline MGB

Met een prijs van nog geen 60.000 euro is dit verreweg de goedkoopste auto uit dit rijtje. Maar het is dan ook een MGB.

Gelukkig is alles wat een MGB waardeloos en deprimerend maakt – de motor en ophanging – naar de prullenbak verwezen door een paar jongens die zich Frontline noemen. Die monteerden een moderne 2,0-liter viercilinder uit een Mazda MX-5, goed voor 215 pk, evenals een modern onderstel met geheel nieuwe ophanging voor en achter.

Bedenk daarbij – voordat je verder klikt vanwege het geringe aantal pk’s – dat deze auto slechts 900 kilo weegt. Da’s een waarde van 240 pk per ton, en dat is helemaal niet gek. Je moet alleen wel nog tot 2012 wachten als je er eentje wilt hebben.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken