Waarom de Stelvio-pas een grote leugen is

Het is, in alle eerlijkheid, de hel met een uitzicht

Stelvio-pas
Stelvio-pas

De Stelvio-pas is een grote leugen. Als je het sommige TG-redactieleden vraagt – en geloof ons, de meningsverschillen hierover zijn groot – is het helemaal niet een van de lekkerste wegen ter wereld om te rijden. Het is, in alle eerlijkheid, de hel met een uitzicht.

Hardop zeggen dat de Stelvio-pas de hel is, is niet echt een populair standpunt. Maar we zullen het uitleggen. Ten eerste: de daadwerkelijke geografie van het echte Stelvio-deel van de Stelvio-pas is zo ongeveer middeleeuws. Gebouwd in het eerste kwart van de negentiende eeuw is dat deel van de Stelvio niet echt geschikt voor moderne auto’s, en dat betekent dat er moet worden voldaan aan een hele waslijst van voorwaarden en specifieke omstandigheden voordat je er ook maar een klein beetje plezier kunt hebben.

Waar ligt het Stelvio-deel?

Dat deel bevindt zich bij het drielandenpunt van Italië, Oostenrijk en Zwitserland, en de oostelijke helling – het beroemde deel dat je altijd op de foto’s ziet – met de 48 haarspeldbochten, is in het echt extreem smal en bestaat uit 180 graden scherpe wendingen die vragen om goed zicht, heel wat stuurwerk en een behoorlijke bodemspeling. Er is geen ruimte om een achterwielaangedreven auto te oversturen, de meeste sportwagens vereisen veel kracht en toewijding door de lage bochtsnelheden, en dan hebben we het nog niet over het extra gevaar dat een lage auto met zich meebrengt – je ziet veel minder. Dat gebrek aan zicht is een serieus punt, omdat het altijd vreselijk druk is op de Stelvio.

Altijd druk?

Nou ja, altijd. Als de zon schijnt, heeft geschenen of binnenkort gaat schijnen, dan is het druk op de pas. En de zon schijnt. Er rijden bussen, we zien de onontkoombare wandelaars, mensen beklimmen de pas op lange skeelers – compleet met stokken – er is een enkele oververhitte hardloper, we zien een paar koeien (steeds dezelfde, denken we na een poosje) en her en der een depressieve marmot. Er rijden wat mensen op motoren, die uiteraard net als de automobilisten op de bochtige route af zijn gekomen, en die op hun twee wielen weliswaar op de rechte stukjes voorbij de auto’s schieten, maar zich in de bochten weer moeten laten inhalen. Een beetje alsof ze met een bungee-koord aan iemands voorbumper vastzitten.

Ik hoorde ook iets over fietsers.

Juist: dan zijn er de fietsers. Grimmig kijkende pedaalridders met hamstrings als scheepskabels en kuiten als meloenen, wier snelheden bergafwaarts grenzen aan gekte – ver voorbij wat je nog dapper zou willen noemen, alleen maar dwaasheid. We volgden een man van een helling af – hij reed 70 km/u. Op een fiets. Een man wiens enige bescherming bij een val een uit lycra bestaand lichaamscondoom zou zijn, en een plastic helmpje. Op een fiets met banden niet breder dan een vinger.

Omdat ze weinig mechanische grip hebben, nemen de wielrenners de haarspeldbochten wijd, wat het nodig maakt – ook vanwege hun gebrek aan angstgenen – dat we hen veel ruimte gunnen. En dat betekent weer dat we langzaam moeten rijden. De vergezichten mogen dan wel spectaculair zijn, maar als plaats om daadwerkelijk een auto te testen, is deze pas even geschikt als een stadscentrum, een parkeerplaats of een rangeerterrein.

Reacties
  1. Niels zegt op 1 november 2017 om 10:41:

    En dan die campers die zich naar boven wurmen. Hij achter het stuur, zwetend, zij er naast, scheldend waarom hij nu weer zo nodig met de camper naar boven moest. Overigens valt 5% van de campers uit met oververhitting, en heeft de Fiat Ducato specialist aan de Italiaanse zijde ongeveer 50 radiators permanent op voorraad. Ik heb hem twee keer gereden, met een MGF en een Elise, twee keer niets. Veel te druk, geen uitzicht, veel te veel verkeer dat met hele andere snelheden rijdt. Fietsen, motoren, campers en een aparte categorie motoren met Italiaans kentekenen (synoniem voor suïcidaal). Eigenlijk helemaal niet van die hele leuke bochten om te rijden. Meer dan genoeg andere passen in de buurt die veel leuker zijn.

  2. Sean zegt op 31 oktober 2017 om 23:24:

    De Stelviopas moet je ook niet rijden met een zo’n supersportwagen! Daarvoor is de weg te smal, de auto te breed en kun je gevoelsmatig alleen stationair voortpuffen. Saai dus. Waarmee wordt het dan wel leuk? Met een klein, simpel en overzichtelijk autootje waarvoor de klim nog een echte uitdaging is. Een oude Starlet (ik spreek uit ervaring), of nog beter: een compacte roadster zoals een MX-5… Jaag hem lekker omhoog tot in de toerenbegrenzer, schakel je helemaal suf en passeer moeiteloos al die wielrenners. En daarna genietend van het uitzicht lekker wendbaar met de motorrijders mee naar beneden… Lol gegarandeerd!

  3. maikel zegt op 31 oktober 2017 om 23:05:

    dit klopt als een bus. Ben er ook geweest. Staat er 1 of andere debiel met een audi a6 die gewoon ging steken om door die haarspeldbochten te komen. Die man vond het te moeilijk om aan zijn bekrachtigde stuurtje te slingeren zodat hij de bocht kon halen en ging dus gewoon vrolijk even achteruit en weer vooruit. Daarna nog ongeveer 3000 fietsers van je voorbumper pellen en daarbij dan nog de lucht van verbrande remmen van een aantal andere idioten die boven al hun voet op de rem hebben gezet en die er pas helemaal beneden weer af gaan halen.

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken