Uitgelicht (voor in de sneeuw): Bell Aurens Longnose

Het is de duurste Land Rover aller tijden, maar in de 150.000 euro kostende Bell Aurens Longnose zoek je tevergeefs naar een dak, voorruit, kachel of navigatie.
 
Na 3.500 uur, oftewel ruim drie jaar, heeft Thomas Bell (34) zijn droom verwezenlijkt. Uit het skelet van de niet al te spectaculair ogende Land Rover Series III bouwde hij de fabelachtig mooie Bell Aurens Longnose. Deze auto is het rijdende bewijs dat een cross-over niet altijd een mengelmoesje hoeft te zijn. Sterker: de 4×4 heeft wel iets weg van een kunstwerk. Wie de reusachtige terreinwagen ziet rijden, is geneigd in geschiedenisboeken te zoeken naar deze missing link in de Land Rover-historie. Tevergeefs; een kruising tussen een 4×4 en een roadster is nooit gebouwd. En toch, wanneer hij had bestaan, was het ongetwijfeld het favoriete vervoermiddel geweest van Lawrence of Arabia.
 
De auto is imposant, maar niet op dezelfde manier als een Hummer. Integendeel. Overal waar de Bell Aurens Longnose opduikt, vliegen duimen de lucht in en beginnen mensen te glimlachen. In Duitsland fronsen alleen de echte senioren soms hun voorhoofd, gewend als ze zijn om de laatste zestig jaar niet al te uitbundig te reageren op oorlogstuig. En hoewel de Bell Aurens helemaal niets met de oorlog te maken heeft, kost het weinig moeite om generaal Rommel met een mitrailleur achterop in zo’n ding door de Sahara te zien scheuren. ‘Daarvoor hebben we hem ook gebouwd’, zegt Thomas Bell. ‘De woestijn is zijn natuurlijke habitat. Met de V8 die er nu in zit, rijdt de auto gemakkelijk 200 km/u, maar dat moet je niet willen.’
 
Dat klopt, zo blijkt wanneer we even later het reusachtige stuur overnemen. Door de afwezigheid van een noemenswaardige voorruit waai je bij snelheden van boven de 60 kilometer per uur al bijna uit de cabine. Een gevaar dat door het ontbreken van veiligheidsgordels en de hoge zitpositie minder theoretisch is dan gehoopt. Bij 130 kilometer per uur hebben we het gevoel dat we ons vlakbij het hart van een orkaan bevinden. Dan te bedenken dat de auto ook leverbaar is met een 1.500 pk sterke Spitfire-motor. Zinvol? Misschien niet, maar het woord zinvol komt niet in het vocabulaire van Thomas Bell voor. ‘Ik maak uitsluitend dingen die lawaai maken en stinken’, zegt hij lachend.
 
Waarom kiest een Duitser voor een Land Rover en niet voor bijvoorbeeld een Mercedes G-klasse om te transformeren? ‘Ik was altijd al gek van Land Rovers’, aldus Bell. ‘De basis werd gevormd door een miniatuur-Defender van vinyl waarmee ik in de wieg speelde. De oervorm van die auto heeft zich kennelijk in mijn systeem vastgezet, want toen ik mijn rijbewijs haalde, kocht ik een Defender V8 zonder te weten wat ik deed. Daarna kocht ik er nog een en bij de derde was ik volleerd monteur en helemaal verslaafd aan het merk. Ook heb ik altijd een zwak gehad voor de jaren dertig, zeg maar de glorietijd van de Blower Bentleys. De Bell Aurens moest het beste van die twee werelden in zich verenigen.’
 
Voor Bell is het bouwen en vermarkten van de Aurens Longnose inmiddels al lang een voltijdsbaan geworden. ‘Ik was lichttechnicus, maar we zijn zo druk met de marketing, public relations en het te woord staan van potentiële klanten dat ik soms dubbele werkweken draai. En dat terwijl we nog een dame hebben aangenomen die vanuit München het begeleidende kantoorwerk doet.’ Wat dat betreft, mist Bell de afgelopen twee jaar wel. Toen kon hij in betrekkelijke anonimiteit werken aan het verwezenlijken van zijn droom. ‘Lekker klooien met de ontwerpdetails. Ik heb naast het ontwerpen vooral de kleinere klussen voor mijn rekening genomen. Het stuur heb ik bijvoorbeeld zelf gemaakt, evenals het logo, dat bestaat uit een reproductie van een grottekening uit Tsjaad. Verder was het vooral een kwestie van bijsturen.’
 
Thomas Bell en zijn uit München afkomstige compagnon Holger Kalvelage (61) besloten om de auto te laten bouwen door een gerenommeerd bedrijf. ‘Er zijn in Duitsland maar twee of drie bedrijven die zo’n klus aankunnen’, zegt Bell. ‘Gelukkig voor mij zit een daarvan in Uttenreuth, zo’n 25 kilometer bij mijn woonplaats vandaan. Het is een firma die gespecialiseerd is in het bouwen van prototypes en het restaureren van klassiekers.’
‘Met zijn bijna twee meter lange motorkap, prachtige detaillering en heerlijke V8 is het op papier een verademing om op stap te gaan met deze krachtige woestijnvos’
 
De firma heeft goed werk geleverd. De Bell Aurens zit een stuk beter in elkaar dan het origineel en maakt op geen enkel punt de indruk een rammelend prototype te zijn. Alle details kloppen en de pasvorm is nagenoeg perfect. De enige imperfectie wordt gevormd door een wijkende naad tussen de achterklep en de carrosserie, maar die is zo klein dat zelfs Thomas Bell ‘m nog niet had gezien.
 
Met zijn bijna twee meter lange motorkap, prachtige detaillering en heerlijke V8 is het op papier een verademing om op stap te gaan met deze krachtige woestijnvos. De praktijk is helaas een beetje anders. Want niet alleen qua uiterlijk doet de Longnose denken aan een Land Rover uit de jaren zestig, ook zijn rijeigenschappen voldoen perfect aan de eisen van die tijd. De besturing is net zo indirect als die van een oceaanstomer en wanneer een bocht opduikt moet je minstens net zo vaak aan het stuur hoepelen om ‘m van richting te doen veranderen. Het begrip ‘vaag rond de middenstand’ bereikt nieuwe waarden, want je kunt het stuur een halve slag naar links en rechts bewegen zonder dat er iets gebeurt. De draaicirkel is zo groot als een klein dorp. Hoewel dat misschien overdreven lijkt, kwamen we een minirotonde tegen die we maar net konden ronden zonder een keer extra te hoeven steken.
 
De reusachtige Mickey Thompson-terreinbanden nemen de meeste vering voor hun rekening. Dat betekent bij hogere snelheden een nogal deinend en zwabberend weggedrag. De bladveren zorgen evenmin voor een lekker strakke wegligging. Strak is wel de versnellingsbak. En wel zó strak dat je grote moeite hebt om de versnellingen netjes in te kunnen leggen. Weerspannige synchromesh-ringen liggen permanent als tot de tanden gewapende wachters op de loer om te voorkomen dat je de volgende versnelling kunt kiezen. De eerste drie versnellingen gaan nog wel, maar de achteruit bleef permanent protesteren en de vierde versnelling hebben we de hele dag niet kunnen vinden.
 
Dat was geen onoverkomelijk probleem, want de heerlijke, 235-pk sterke V8 uit de vorige generatie Range Rover heeft met z’n koppel van 403 Nm bij 2.500 toeren voldoende trekkracht. De 4,6-liter metende motor murmelt lekker lui bij stationaire toerentallen, maar je hoort een scherp randje ten teken dat dit geen overbemeten, slappe Amerikaanse V8 is. Het blok ligt te glanzen in een enorme motorruimte, die zo schoon is als een operatiekamer. Er overheen ligt een tweedelige motorkap, die is voorzien van 54 louvres om voor koeling te zorgen. ‘Allemaal met de hand gemaakt’, zegt Bell. ‘En wanneer je er één verpest, kun je weer helemaal opnieuw beginnen.’
 
Van achter het rechts geplaatste stuur kijk je uit op een centrale snelheidsmeter, die van rechts naar links uitslaat. Andere elementaire voorzieningen als een benzinemeter, toerenteller of temperatuurmeter ontbreken. De afwezigheid van dit soort basisvoorzieningen heeft ook zo zijn voordelen. Het is een heerlijk gevoel om vanaf de ‘bok’ van de Aurens Longnose om je heen te kijken zonder gehinderd te worden door voorruitstijlen of rolbeugels. Het nadeel is dat je bij een eventuele koprol van de auto óf heel snel moet kunnen wegkruipen in de voetenbak, óf heel ver moet kunnen springen voor het te laat is. Achterin zit je niet best. De twee dwars geplaatste bankjes bieden plek aan twee personen, maar bij de eerste de beste hobbel zit je al snel met de knieën in elkaar gehaakt. Ook lijkt hier het gevaar om uit de auto te kiepen nog groter.
 
Dit najaar begint de fabriek met het bouwen van drie auto’s tegelijk. Een ervan wordt een uitvoering met een Blower die net zoals bij een Bentley Blower op de neus voor de grille wordt geplaatst. De andere wordt voorzien van een 1.500-pk sterke Spitfire-motor. ‘Maar die bouw ik alleen met een blanco cheque en zonder tijdslimiet’, zegt Bell. ‘En die cheque heb ik nog niet ontvangen.’ Het bouwen duurt ongeveer vier tot vijf maanden, afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever. ‘De prijslijst begint weliswaar bij zo’n 150.000 euro, maar zoals-ie hier staat, gaat de prijs al snel richting twee ton. Er is vooral interesse uit landen als Rusland en Saoedi-Arabië. Dat laatste land is natuurlijk het mooiste omdat de auto daar het best tot zijn recht komt.’
 
Volgens Bell mag de koper veel zaken zelf bepalen. ‘Maar niet alles. Een radio of navigatiesysteem is taboe, evenals moderne injectie en een dak. Hooguit een bikinitop voor extreem zonnige landen is als optie leverbaar.’ De donorauto’s voor de reusachtige 4×4 zijn volgens Thomas Bell nog overal te vinden. ‘We halen ze uit Engeland, Duitsland en Zwitserland. Vooral de slechte. Niet alleen omdat we ze toch zó grondig restaureren en voorzien van nieuwe onderdelen, maar ook omdat we er uit historisch oogpunt niet op uit zijn om goede auto’s uit die tijd te vernietigen.’

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
× Time 0.390 sec Init 0.000 sec, Execute 0.305 sec, Render 0.084 sec, Memory 26.20/26.25 MiB, DebugR