Autotest: Fiat 500c 1.4 16V Fire

Het is een schatje, de Fiat 500. Maar dat was Fiat niet genoeg. De 500 moest schattiger. Missie geslaagd.
 
Het motto van de 500c: Be Open. We zien een knippende schaar, een zoevende rits, een waaier, een Zwitsers zakmes met veel functies, een geopend notitieboekje van Moleskine, een Zippo die vuur geeft. Het zijn de stijliconen waaraan Fiat-baas Lorenzo Sistino de 500-cabriolet graag mag spiegelen. ‘De 500c is een nieuw voorbeeld voor de industrie’, zegt hij – even trots als zelfverzekerd. ‘De originele 500,’ benadrukt de CEO van Fiat Auto, ‘had in 1957 ook al een open dak, dus we borduren voort op ons eigen industriële erfgoed’.
 
Inmiddels heeft de Top Gear-redactie een déjà vu: bestond deze auto niet al lang? De eerste 500c die we zien staan, is uitgevoerd in een soort jaren vijftig-grijs, met een zwarte, stoffen kap. Op de verschillen tussen de oude en de nieuwe 500 hoeven we niemand meer te wijzen – die verschillen zijn alleen al door de tijd opgelegd. Zo had de 1957-versie twee cilinders, 479 cc motorinhoud en 13 pk – maar het knappe van de nieuwe 500 is natuurlijk geweest dat hij zo verrekt veel op de oude leek. Voor wie daarvan houdt, heeft Fiat goed nieuws. De nieuwe 500-cabriolet lijkt nog meer op de oorspronkelijke 500 dan de gesloten versie al deed. Iedereen boven de 65 jaar zal zwijmelen in nostalgie, en iedereen die jonger is herkent ‘m evenzeer – een auto is een ontwerpklassieker of hij is het niet, en de 500 is het zeker.
 
De 500c moet, meer nog dan de dichte variant, lol uitstralen – nee: fun zijn. Andere eisen die Sistino aan zijn ontwerpers stelde, waren dat de 500c exclusief moet ogen, betaalbaar moest blijven, zich diende te onderscheiden, nergens aanstellerig mocht zijn, en bovendien milieuvriendelijk zou wezen.
 
Exclusief maak je ‘m zelf: er is keuze uit elf kleuren, in combinatie met 26 strips en strepen, er zijn drie kleuren kap beschikbaar (zwart, rood en beige) en veel verschillende interieurs.
 
De 500c onderscheidt zich inderdaad zonder aanstellerig te zijn: hij is te klein, te schattig (of lollig, zo je wilt) om ooit proleterig te worden. Fiat mag de 500c een schaar, een rits, waaier, zakmes, een notitieboekje en een aansteker vinden, wij vinden de 500c nog het meest weg hebben van de rieten picknickmand die zo ongeveer standaard op de reclamefoto’s van de auto staat – als er al geen leuke bella donna met een strooien hoed op haar hoofd opstaat, in een frivole bloemetjesjurk dansend op de muziek uit de standaard cd- of mp3-speler, likkend aan een ijsje: deze auto ís lifestyle. Maar waar waren we? O ja: niet alleen is-ie een picknickmand omdat een picknickmand ook open kan, maar vooral omdat een picknickmand staat voor datzelfde gevoel van vrije tijd en een middagje lummelen als dat de 500c je geeft. Het is een autootje dat meteen een vakantiegevoel oproept. Het klinkt dramatisch maar het is waar: je wordt vrolijk van de 500c.
 
Dat de kap geopend als een soort stoffen spoiler achterop ligt, onderscheidt de 500c van andere cabrio’s. Het staat ‘m ontzettend goed. Hij opent zelfs rijdend en wel tot 60 km/u. Bij ons weten is dat uniek, de meeste cabrio’s openen het dak alleen in stilstand of bij heel lage snelheden. Dat stelt je in staat met de kap te ‘spelen’, in een winterse stad doe je ‘m even open, gewoon, omdat het kan, en zodra je de snelweg opdraait, gooi je ‘m dicht. Dat voegt echt iets toe aan de lol-factor van de auto.
 
Het basismodel is de 1.2 8V Fire. Dankzij het start-stopsysteem en een daardoor lage CO2-uitstoot (113 g/km) zal die een groen A-label krijgen. Dat houdt ‘m betaalbaar, al is Fiat Nederland voorzichtig met zulke beweringen omdat de milieuwetgeving voor auto’s wordt aangepast. Waarschijnlijk zal de 1.2 vanaf zo’n 16.500 euro te koop zijn. Hij rijdt met 69 pk in 13,4 seconden naar 100 km/u en haalt als topsnelheid 160 km/u. Dat zijn geen indrukwekkende getallen, maar dat hoeft ook helemaal niet. Het voldoet voor deze auto: het is een mooi, knap karretje waarmee het opvallend flaneren is.
 
Maar je bent Top Gear of je bent het niet, dus reden wij tijdens de testdag vooral in de topversie, de 1.4 16V Fire. Die motor reden we al in de normale 500 en toen bleek-ie fijn. Fiat verdient nu nog meer lof. Het vermogen wordt feilloos naar de voorwielen geleid, wat met een klein, open autootje geen koud kunstje kan zijn geweest. De achteras is stijver gemaakt, en wie over de (optionele maar zeer aan te bevelen) windstopper beschikt, rijdt cabrio zonder enig nadeel van het ontbrekende dak te hebben. Zelfs bij hogere snelheden (en je kunt dus echt scheuren met deze versie) blijft de 500c ijzeren Heinig en stabiel aan het werk. Het is een wonderlijke combinatie voor zo’n kleine auto. Hij voelt razendsnel aan en maakt een goed geluid.
 
De vraag is alleen of je deze versie wilt. Hij gaat aanzienlijk meer kosten dan de basisversie – dat scheelt straks zes- tot zevenduizend euro, en wanneer ga je van al dat vermogen genieten? Voor mensen met een huis in zonnige bergen is-ie ideaal, maar voor Nederlanders die ‘m erbij hebben, is-ie misschien wat veel van het goede. Waarschijnlijk geef je je geld liever uit aan Fiats optielijst. Leer van de firma Frau, een Dualogic-versnellingsbak, Xenon-lampen, genoemde windstopper, navigatie, grotere wielen en natuurlijk al die strepen, vlaggetjes en badges zijn op de 500c wellicht relevanter dan een dikke motor. Heel even: voor de bagageruimte hoef je de 500c niet echt te kopen. Twee koffertjes en dat is dat. Dat is genoeg, want je ging ‘m toch al niet kopen om een verhuisbedrijf mee te beginnen.
 
Fiat maakt ook een dieselversie van de 500c, al zal die in ons land bij gebrek aan potentiële kopers wellicht niet eens op de markt worden gebracht. De waarden: 1.3 16V Multijet, 110 g/km CO2-uitstoot, 75 pk, in 13 seconden naar 100 km/u en een top van 165 km/u.
 
Haast je niet met het maken van een keuze. De 500c komt pas in oktober naar Nederland; de grote cabrio-landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland worden, na Italië, eerst bediend. Dus deze zomer moet je nog even toe met je Citroën Pluriel, je Smart Cabrio, je Daihatsu Copen of je Nissan Micra CC, maar deze winter ruil je die in en volgende zomer staat de 500c voor je deur. Mocht je eraan hechten: onze keuze zou de 500c met de kleine benzinemotor zijn.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws