Uitgelicht: Fiat 500C

De Fiat 500c maakt open rijden heel betaalbaar, maar je moet wel bereid zijn om de vrouwelijke kanten van je persoonlijkheid te ontwikkelen.

We kunnen natuurlijk flauw gaan doen en beweren dat de Fiat 500c een vrouwelijk autootje is, maar zo zijn we niet. Toch is een waarschuwend woord op zijn plaats. Mannelijke kopers van dit schattige Italiaantje hoeven zich weliswaar over de uitstoot niet druk te maken, maar dan hebben we het uitsluitend over de CO2-uitstoot. Ze doen er waarschijnlijk wel verstandig aan om de huisarts regelmatig te laten controleren of de dosis oestrogenen die ze via deze slinkse vorm van hormoontherapie krijgen toegediend, nog binnen enigszins veilige marges blijft.

Merkten jullie zelf al iets van de oestrogeen?

Nadat wij een paar uur in de Fiat 500c hadden rondgereden, begon onze fotograaf zich namelijk in te beelden dat hij bij zichzelf de eerste sporen van borstontwikkeling kon bespeuren. Daarna werden we allebei opeens in toenemende mate irrationeel en terwijl er eigenlijk helemaal niks gebeurd was, vielen we elkaar plots om onverklaarbare redenen snikkend in de armen, nadat we elkaar kort daarvoor juist op vijandige wijze een uurtje hadden doodgezwegen.

De Fiat 500c is zo gespeend van iedere vorm van testosteron dat hij eigenlijk alleen gereden zou moeten worden door dameskappers en voormalige leden van Belgische meidentrio’s waarvan de naam begint met een K.

Wat zijn de verschillen met de normale 500?

De 500c wijkt niet zo heel veel af van de 500 met dak. Ook de 500c heeft die charmante retro-uitstraling waarvan we ooit ten onrechte voorspelden dat het snel zou gaan vervelen. Als we eerlijk zijn, is de Fiat 500c natuurlijk geen echte cabriolet. Het is meer een gewone 500, maar dan met een enorm vouwdak. Hoe ver je dat dak ook naar achter kan wegschuiven, de raamstijlen blijven gewoon staan. In dat opzicht is het dus eigenlijk geen cabrio, maar meer een targa, of een soort kruising daartussen. Een Cabarga dus. Of een Targalet.

Hoe we het beestje ook noemen, ook in de open versie is de 500c een moderne, efficiënte interpretatie van de oorspronkelijke 500. Het elektrisch bedienbare dak is in werkelijkheid niet meer dan een elektrische schuifrail gecombineerd met wat kunstig opvouwwerk. Een druk op de knop bij de achteruitkijkspiegel vouwt het canvasdak terug tot aan de C-stijl, maar in die stand blijft de rijwind hangen achter de opgevouwen zeilen en dat is niet echt prettig. Een tweede druk op de knop doet het dak nog verder naar achter bewegen. Daarbij klapt de glazen achterruit naar voren weg en door de opgevouwen canvasmassa aan de achterkant wordt het zicht in de binnenspiegel meteen gereduceerd tot nul. Dat mag de pret niet drukken. Wanneer je dit zo leest, zou je denken dat het in de praktijk allemaal een beetje tegenvalt, maar niets is minder waar. Het geeft juist een heel bevrijdend gevoel. De eenvoud van het systeem heeft iets heel verfrissends. Geen ingewikkelde wegklappende metalen delen en open- en dichtschuivende panelen, maar gewoon een stuk canvas op een rail dat precies doet wat het moet doen: ruimte maken voor de zon. Heel goed.

Kan ik het dak ook rijdend openen?

Het dak laat zich ook op afstand bedienen via de sleutelhanger en kan zelfs rijdend, bij snelheden tot 60 km/u worden geopend of gesloten. Vergeleken met de normale 500 snoept het dak maar een paar liter inhoud van de kofferruimte af en de bagageruimte blijft goed bereikbaar, hoewel je wel heel even moet wachten tot het dak zich een stukje dichtvouwt voordat je de achterklep volledig kunt openen.

Het stoffen dak is verkrijgbaar in drie kleuren: rood, ivoor en zwart, zodat er altijd een passend kleurtje te vinden is bij de hippe carrosseriekleuren van de 500.

De bekende marketingonzin die over de 500 wordt uitgestort, is op de een of andere manier bij dit autootje niet eens echt storend. Op kleurengebied hebben de reclamejongens dit keer namelijk echt hun best gedaan. Wat te denken van kleuren als ‘Cha Cha Cha Azure’ (een soort blauwgroen), ‘Electroclash Grey’ (inderdaad: grijs) en ‘Goth Metal Blue’ (goed geraden: blauw).

Dat zet zich zeker voort in de optielijst?

‘De 500c is een auto die zelfs op de meest donkere en miezerige dagen een beetje zonneschijn biedt’

Ook in de optielijst zijn de imagojongens nadrukkelijk aanwezig. Naast de gebruikelijke blingbling en spetterende belettering, is er zoiets mafs verkrijgbaar als een stukje schoolbord op het dashboard, zodat zelfs de jongetjes onder ons in een oogopslag kunnen zien waar ze makkelijk hun net gemaakte manicureafspraak kunnen noteren. Ook kan je kiezen uit een make-uphoudertje en een of ander sleuteldingetje bezet met Swarovski-kristalletjes. De meeste kerels zullen daar met afgrijzen naar kijken, maar tien tegen één dat er genoeg vrouwelijke kopers zijn die daar juist helemaal niet raar van opkijken en het best smaakvol vinden.

Aan de mechanische kant is alles vrijwel gelijk aan de gewone 500. Er is keuze uit twee viercilinder benzinemotoren en een dieseluitvoering: een 1,2-liter van 69 pk, een 100-pk sterke 1,4-liter en een 1,3-liter turbodiesel die een vermogen levert van 75 pk. Er is een Dualogic-semiautomaat beschikbaar op de 1,4-liter uitvoering of handgeschakelde vijf- of zesversnellingsbakken, afhankelijk van het motortype.

Klinkt niet alsof het heel snel gaat

Geen van alle zijn ze bijzonder snel – daarvoor moet je bij zustermerk Abarth zijn – maar alle uitvoeringen zijn wel vriendelijk voor je portemonnee. De vlotste uitvoering, met de 1,4-liter benzinemotor verbruikt maar 1 op 16, de 1,2-liter zelfs maar 1 op 19 en wanneer je de zuinige diesel een beetje aardig behandelt, is zelfs 1 op 24 haalbaar.

Wij reden in de 1,4-liter met zesversnellingsbak. Wat rijeigenschappen betreft, valt er eigenlijk geen verschil te bespeuren met de gewone 500. Niet dat de 500 over buitengewone rijeigenschappen beschikt; concurrenten als de Mini maken er met gemak gehakt van, maar de 500 blijft toch een aardige en pretentieloze auto om te rijden. De 1,4-litermotor is gretig en maakt graag toeren, maar komt soms wel wat rauw over, zeker wanneer je in de hogere toerentallen komt.

Ook het hoge en smalle gevoel dat de 500 biedt, werkt een beetje tegen. Dat wordt nog eens versterkt door de stoelen, die zich niet ver genoeg naar beneden laten bijstellen.

Het is dus geen racemonster?

De 500 is natuurlijk ook niet echt ontworpen om de veeleisende automobilist een ultieme rijervaring te bieden en de tekortkomingen op dit gebied zijn zodoende niet storend. Wanneer je eenmaal een leuk kleurtje hebt uitgekozen en je lekker hebt kunnen uitleven in de optie- en accessoirelijst, dan heb je uiteindelijk een heel leuke auto. Een auto die zelfs op de meest donkere en miezerige dagen een beetje zonneschijn biedt. De storende details, zoals het pookje dat aanvoelt als een grapefruit, die doen er dan niet meer toe. Je drukt even de sportknop in, voelt de besturing wat scherper en het gaspedaal wat gretiger worden en dan heb je eigenlijk best een hoop lol in de 500.

Zolang het maar droog is, kan de kap naar beneden en met Eros Ramazzotti op orkaankracht, kun je stiekem net doen alsof het geen gewone, saaie dinsdagmiddag in Vinexstad is, maar een stralende zomerdag in Italië. Probeer dan maar eens rond te rijden zonder malle grijns op je gezicht.

De 500c vormt een welkome uitbreiding in Fiats 500-reeks en het opvouwbare dak voelt aan als een heel vanzelfsprekend element binnen het ontwerp van de 500. Geen ingewikkelde coupé-cabriolet-constructie, niets gecompliceerds, niet overdreven. Gewoon geen gedoe, maar daardoor eigenlijk ook niets bijzonders.

Toch is het eindresultaat meer dan een optelsom van de eigenschappen. Het is het karakter van de 500c dat de doorslag geeft.

Het eindoordeel

Dat merk je ook aan de heel bijzondere uitwerking die de Fiat 500c op je omgeving heeft. In tegenstelling tot veel open auto’s heeft de 500c niets exhibitionistisch en is er dus ook geen sprake van afgunstige blikken. Er is geen auto die zoveel positieve reacties en glimlachjes ontlokt aan voetgangers en medeweggebruikers als de Fiat 500c.

Een ander aspect is de prijs. De Fiat 500c staat in Nederland voor een kleine 16.000 euro in de showroom, en dat betekent dat je voor een ruime 3.000 euro extra open kunt rijden. Dat is natuurlijk best een hoop geld, maar het scheelt met de goedkoopste uitvoering van de Mini Cabrio wel zo’n 10.000 euro. (En bij het instapmodel van de Mini Cabrio is bijna niets inbegrepen en ben je gedwongen om voor iedere optie je portemonnee te trekken.)

Een doorslaggevend succes dus, deze Fiat 500c. Een logische aanvulling op de bestaande 500-serie en een serieuze concurrent voor andere kleine cabriolets als de Mini, maar of de 500c nou echt geschikt is voor een avondje stappen met je voetbalvrienden?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws