Ford Focus ST TDCi Wagon

Het is een kleine, grijze stationwagen met een 2,0-liter dieselmotor. De Ford Focus ST TDCi gaat de Engelse heuvels in om zich op de proef te laten stellen.

Ford heeft een opgefriste Focus ST. Een klein applaus, blije gezichten. We houden van de ST vanwege z’n combinatie van relatief goedkoop vermogen, alledaagse bruikbaarheid en z’n talent om zich op secundaire wegen te laten gaan. Hij is een beetje de held van de arbeidzame klasse. De huidige opfrisbeurt betreft geen revolutie, want de Focus heeft z’n 250 pk sterke 2,0-liter EcoBoost-motor gehouden, maar een evolutie heeft de gewone Focus voorzien van een grotere grille, nieuwe koplampen en achterlichten en voor de ST een iets lager en breder voorkomen, met grotere wielen en wat scherper gesneden lijnen. Hij is niet sneller geworden (van 0 naar 100 in 6,5 seconden – 6,7 seconden voor de Wagon – met een top van 248 km/u), maar Ford claimt dat de rijervaring aanzienlijk is verbeterd dankzij nieuwe vering voor, nieuwe schokbrekers voor en achter, een herziene Epas-stuurbekrachtiging voor meer rijgevoel, een verstevigde motorophanging, een opgewaardeerde elektronische koppelomvormer en een nieuwe set Michelin-banden. Er komen drie versies: naar nu bekend krijgen alle ST’s Recaro-stoelen, lichtmetalen velgen (18 inch), DAB-radio en airconditioning. De ST-2 krijgt bovendien led-dagrijverlichting, klimaatcontrole, een gedeeltelijk leren interieur en een verwarmde voorruit; de ST-3 krijgt volledig leren stoelen, bi-xenon-verlichting en andere lichtmetalen velgen. Dat is allemaal geen verrassing.

Maar er komt alsnog een aap uit de mouw van Ford. En wel in de vorm van de 185 pk sterke Focus ST TDCi. Natuurlijk zijn sportieve hatch-diesels geen geheel nieuw idee – de VW Golf GTD geeft het goede voorbeeld – maar het is de eerste keer dat Ford met een diesel-ST in een Focus komt. Op zich is dat geen opzienbarende marketingmanoeuvre, aangezien diesel in veel landen bijna de helft van de verkopen in deze klasse voor zijn rekening neemt. Ook is het niet verbazingwekkend dat ie wat minder snel is dan z’n benzinebroer (van 0 naar 100 in 8,1 seconden – de Wagon doet er 0,2 seconden langer over – en een topsnelheid van 217 km/u), maar hij is wel aanzienlijk zuiniger: 4,2 l/100 km en 110 g/km CO2 versus de 6,8 l en 159 g van de ST-benzineversie. Ook daar is weinig nieuws onder de zon – als je wilt berekenen welke Focus het best in jouw garage past, financieel gezien. Nu de benzineprijs nogal eens plotseling wil dalen, zou je kunnen stellen dat de diesel z’n entree precies op het verkeerde moment maakt, maar wat resteert is de keuze tussen zuinigheid en vermogen, tussen het hoofd en het hart.

En er zijn meer factoren die je mee moet wegen als je de beslissing gaat nemen. De dieselende ST met z’n lage CO2-cijfer zal ongetwijfeld de lieveling worden van leaserijders. Maar omdat ie tot 50 procent zuiniger is – de officiële fabriekscijfers zijn in diesels vaak haalbaarder dan de opgave voor benzineauto’s – is ie moeilijk te negeren. Bovendien ziet ie er precies hetzelfde uit als z’n equivalent op benzine (en de uiterst praktische stationwagen die wij rijden kost maar een klein beetje meer), op de klokken op het dashboard na. Serieus: tot je de brandstofdop opent, weet je niet welke versie je nou eigenlijk rijdt.

Dus is het van vitaal belang om te weten hoe ie rijdt. Onze eerste indrukken zijn gemengd. En verwarrend. Als je de auto start, komt er een duidelijk, niet-dieselig geluid uit z’n centraal geplaatste sportuitlaat. Dat is veelbelovend. Maar dat lekkere geluid maakt – vooral als ie koud is – snel plaats voor het welbekende getokkel van een viercilinder diesel, en meteen voel je je een beetje bedrogen. Photoshop voor je oren, zeg maar. Als je wegrijdt op een andere ondergrond dan glas, dan merk je op dat ie eigenlijk nogal bokkig rijdt, en alles zo hard aan je billen doorgeeft dat het vrij irritant is, hoewel ie toch echt dezelfde opfrisbeurt heeft gehad als z’n familielid op benzine. Dat is, opnieuw, niet echt wat we verwachtten – snelle Fords zijn doorgaans veel volgzamer.

Je hebt al snel 400 Nm tot je beschikking waardoor je vertrouwen in ‘m enigszins wordt hersteld, koppel dat je aanwendt door middel van een handgeschakelde zesbak. Dan komen de gekke geluiden terug, waardoor de ST TDCi op ontluisterende wijze klinkt als een boxermotor op benzine achter een dunne muur, of als een gedempte, kleine trompet. Dat is allemaal zonder enige twijfel het resultaat van enig akoestisch occultisme, maar over de uitkomst ervan bestaat geen twijfel: als ie eenmaal rijdt, klinkt ie lekker. Dat had ik al helemaal niet verwacht, en het laat me in vertwijfeling achter. Een hete diesel-hatch die goed klinkt maar toch ook niet? Een diesel-station die rijdt als een straatracer? Ik moet dringend op zoek naar een behoorlijke weg om daar mijn gedachten over deze auto op een rij te zetten. Dit mysterie moeten we ontrafelen.

Op snelwegen en grote provinciale wegen krijg je geen moment het idee dat je in een diesel rijdt, behalve dan dat je steeds trekkracht hebt en je neus ophaalt voor tankstations. Maar eenmaal op secundaire wegen begint ie weer vervelend te doen met z’n gebok, en dat geeft me het idee dat ie nog wel eens lastig hanteerbaar zou kunnen worden op de plaats van bestemming, het Noord-Engelse Forest of Bowland, ten noorden van Blackburn. Dat is geen erg bekend gebied, maar de vergezichten zijn er spectaculair en de wegen niets minder dan uitdagend. Als je ooit besluit er met vakantie naartoe te gaan, neem dan de Slaidburn Road (B6478) uit Waddington, ga links buiten Newton-in-Bowland en vervolg je weg naar Abbeystead. Daar vind je een mix van heidewegen en technische, smalle achterafweggetjes. Een spannende combinatie: veel van de wegen zijn maar eenbaans, de meeste zwieren zo op en neer dat een achtbaan er misselijk van zou worden. Erg goed onderhouden zijn ze bovendien niet: de zijkanten van de weggetjes zijn aan flarden gereden, er zitten gaten in het asfalt, er zijn geen vangrails en met regelmaat steekt er een schaap over. Al die zaken vormen niet direct een bijdrage aan het halen van een hoge gemiddelde snelheid in een auto die een veel te harde ophanging heeft.

De Focus is, aanvankelijk, een hectisch portret. Het heeft hier hard geregend en op vuil en vettig wegdek, in de lage versnellingen, heeft de Focus veel wielspin. En de besturing voelt een beetje trekkerig aan. Deze weggetjes lopen naar het midden toe omhoog, terwijl de zijkanten zo kartelig zijn als een zaagblad, dus de ophanging moet hard werken om de auto grip te verschaffen en de bestuurder vertrouwen te geven. Ver voor je uitkijken lukt sowieso niet, bochten doemen en duiken op vanuit het niets.

Hier kun je niets voetstoots aannemen, en dan is een auto die precies doet wat je wilt wel handig, anders eindig je ondersteboven in een modderige greppel. De Focus is niet erg comfortabel. Dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk. Hij stuurt toch wel goed, en doet op zich trouw wat je ‘m opdraagt, maar hij lijkt toch vooral te worden gereden door de ondergrond. Goede wegen zijn een pretje – met genoeg gevoel opdat je weet wat er onder je gebeurt, genoeg grip om niet in elke bocht terug te hoeven schakelen – maar als het wat moeilijker wordt, dan zou juist een hete hatch moeten gloriëren. Dat doet de Focus niet; hij voelt incompleet aan.

Nu raak ik wat geïrriteerd. En begin harder te rijden. Het kraakt. De schapen kijken bezorgd. En op het moment dat ik denk dat het echt mis zal gaan, herstelt de Focus zich op haast magische wijze. Als ik wat beter kan zien hoe de weg voor me verder loopt en daardoor wat rapper kan rijden, blijkt de Ford het werk wel degelijk aan te kunnen.

Het lijkt erop dat hoe harder het werkt, hoe beter de ophanging van de ST wordt. Geef het een doel en laat het daarnaar streven, gooi ‘m wat harder de bochten in, en de Focus ontwaakt plotseling, absorbeert beter en met meer agressie, en grijpt aan waar ie eerst hard overheen knalde. De banden werken harder, en de balans wordt volstrekt neutraal – veel meer dan je verwacht van een voorwielaangedreven auto die eerder nog wat trekkerig stuurde – en hij doet zelfs een klein beetje aan overstuur. Een beetje maar, hoor. De wegen hier zijn smal, en er zijn veel schapen.

Als je zo hard rijdt dat de ophanging begint te doen wat hij moet doen, en als je niet kijkt naar de toerenteller, dan zorgt de combinatie van de onderdrukte motorbrom en z’n scherpe besturing ervoor dat je vergeet dat je in een kleine diesel rijdt, die een stationwagen is bovendien. Je kent het argument wel. Een viercilinder diesel mag dan goed zijn, het is en blijft wel een diesel. Hij kan eigenlijk alleen maar ‘goed voor een diesel’ zijn. Dat heeft te maken met de techniek van de motor zelf: een compressiemotor (een diesel), waarin de cilinder de brandstof- en luchtmix samendrukt totdat die explodeert – in plaats van het gebruik van een bougie – ontwikkelt veel meer druk dan een benzinemotor. Het resultaat is – normaal gesproken – dat je zwaardere onderdelen nodig hebt en dus meer inertie krijgt, lagere toeren en minder respons. Diesel verbrandt ook minder snel dan benzine, waardoor het een vleziger, minder direct timbre heeft, qua geluid dus.

Natuurlijk nemen turbo’s en brandstofinjectie een deel van dat probleem weg, en diesels geven lekker veel koppel, maar totdat je bij de V6’en of de V8’en komt (die doorgaans zijn uitgerust met een soepele automaat), voelt een diesel eigenlijk nooit zo sportief aan als een auto op benzine.

Dat zorgt ervoor dat de Ford Focus ST TDCi ergens in een donkere hoek staat. Of, zoals de fabrikant het liever zal horen: de Focus bezet een heel bijzondere niche. Gezien de huidige brandstofsituatie en de kosten van beide ST’s, zou ik altijd kiezen voor de traditionele benzinevariant; ik twijfel geen seconde. Hij is aanzienlijk sneller, en ik verwacht dat ie je veel meer traditionele opwinding zal verschaffen als je wat bochtige b-wegen te grazen wilt nemen. Dat ie relatief niet zo zuinig is, wordt behoorlijk goedgemaakt door het plezier dat je aan ‘m zal beleven. Maar als je je chef of manager moet overtuigen dat je al tevreden bent met een eenvoudige, grijze 2,0-liter diesel Focus station, en hij trapt erin, dan ben je ook spekkoper. De diesel is alleen wat praktischer dan goed voor ‘m is.

Specificaties

Ford Focus ST-2 TDCi Wagon

Motor
1.997 cc
viercilinder turbo
185 pk / 400 Nm

Aandrijving
voorwielen
6v handbak

Prestaties
0-100 km/u in 8,3 s
top 217 km/u

Verbruik (gemiddeld)
4,2 l/100 km
110 g/km CO2

Afmetingen
4.560 x 1.858 x 1.492 mm (l x b x h)
2.648 mm (wielbasis)
1.488 kg
60 l (diesel)
490 / 1.516 l (bagage)

Prijzen
NL € 41.260
BE € 31.750

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken