Autotest: Ford Focus ST

De nieuwe Focus ST is een voorbode van de RS die voor volgend jaar op stapel staat. Voor wie waarden als ‘waar voor je geld’ en ‘rijplezier’ voorop staan, is de ST een openbaring.
 
Het is vreemd om te zien hoe je een bepaalde auto altijd met een vaste kleur associeert. Een Ford GT is in je gedachten altijd oranje met lichtblauw, het kleurenschema van Gulf. De Impreza STi zal tot in lengte van dagen bekend staan als ‘die blauwe rallyauto’. Ford tooide de Focus ST met Electric Orange, een blaartrekkend felle kleur die overeenkomsten vertoont met een zomerse zonsopgang. Of het een ode is aan de vroegere Ford-grootverbruiker – ons koningshuis – is niet bekend.

Gek eigenlijk, want zo’n felle, opvallende kleur past niet bij het karakter van de auto. Ja, de aloude Saxo VTS: die zou je in een fel-oranje kleedje verwachten. De Opel Astra OPC ook. Die twee schreeuwen hun sportieve aspiraties van de daken. Maar de Focus ST? Nee, dat is geen branieschopper, meer een ingetogen, snelle hatchback. Misschien wilde Ford met dat wilde kleurtje terug verwijzen naar een van de verre voorvaderen van de Focus ST, de Escort Mexico. De verklaring kan ook veel simpeler. Laten we het erop houden dat de Ford-ontwerpers oranje gewoon een mooie kleur vonden om het wat bedaagde uiterlijk van de jongste Focus wat meer schwung te geven. Wat de reden ook moge zijn, in elk kroeggesprek waarin ik de ST te berde bracht, werd me steevast gevraagd: ‘Je bedoelt die oranje?’

De Focus ST heeft een groeistuipje gehad. Het uiterlijk past wat meer bij het nieuwste Ford-gezicht, dat Kinetic Design wordt genoemd. Simpel gezegd: hij lijkt nu wat meer op de Mondeo. Ook de mindere broeders ondergingen deze cosmetische aanpassing. Daarnaast ging de techniek hier en daar bescheiden op de schop.

Wees gerust, Electric Orange staat nog steeds in de folder, bovenaan zelfs. Maar onze testauto had een wat vriendelijker ogende kleur, genaamd Colorado Red. Het maakt de auto een stukje anoniemer en wat minder een prooi voor puisterige stoplichtsprinters die het met opgefokte CRX’jes tegen je willen opnemen.

Naar mijn mening is de uiterlijke vernieuwing bij de ST het best uitgepakt. De neus is hoger geworden en komt daardoor nogal plomp over bij standaarduitvoeringen. De ST-bumper loopt verder door naar onderen en vormt daarmee een mooie compensatie. Aan de achterkant hetzelfde verhaal. De diffuser (welke hot hatch kan vandaag de dag nog zonder?) en de dubbele uitlaten geven de kont betere proporties. Hoewel Ford claimt dat alleen het dak gelijk is gebleven en dat verder elk plaatdeel gewijzigd werd, zijn de aanpassingen vrij subtiel. Toch geven ze de ST net die frissere uitstraling die hij nodig had. Binnen is alles in orde. De kuipstoelen zitten prettig en met de startknop wek je de machtige 2,5-liter turbomotor tot leven. Her en der verspreid over het interieur vind je paneeltjes met, o verrassing, carbonprint. Ook de rode letters op de zwarte wijzerplaten zijn fraai.

Het belooft een spannende dag te worden. Maar wat een teleurstelling als je met de ST op pad gaat. In de stad en op lange ritten op de snelweg is het een keurige, ingetogen auto die op geen enkele manier pronkt met zijn potentie. Is dit nu echt Fords vlaggenschip in de hot hatch-klasse? Man, waar zijn z’n tanden, waar is dat felle snerpen van de luchtinlaat? Dit zou het lawaaiige huftertje van de Focus-reeks moeten zijn. In plaats daarvan rijdt hij even bedeesd en voorspelbaar als elke andere Focus. De koppeling is licht, de remmen zijn wat sponzig en de besturing is goed uitgebalanceerd. Zou je de diepe basklank van de uitlaat niet horen dan is er maar weinig van te merken dat je 220 pk tot je beschikking hebt. In plaats daarvan kun je op je dooie akkertje een zondagsritje maken terwijl de toerenteller niet boven de 3.000 tpm uitkomt.

Dat is slechts het topje van de ijsberg. De Focus ST is Jekyll en Hyde op wielen. Zoek een rustig, bochtig b-weggetje op en geef ‘m van Jetje. Wat blijkt? De Focus ST kan wel die schreeuwende rauwdouwer zijn die een auto als deze moet zijn. Hij ontpopt zich als een snellere auto dan bolides die twee, drie keer zo duur zijn. Al bij lage toerentallen doet de turbo zijn werk, kilometer na kilometer is het een feest om de motor in de toeren te jagen. Ondertussen word je getrakteerd op een raspend, grommend en vooral verslavend geluid uit de uitlaat.

Als je terugschakelt, blaast en dondert hij als een stoomlocomotief. Het is geen luie motor die ze met kunst en vliegwerk hebben gepeperd. Het toerental van het ST-blok klimt gretig tot 7.000 tpm, bij 5.000 tpm in de tweede versnelling staan de wielen nog te tollen op zoek naar grip. Het gevoel van traagheid verdwijnt meteen: hoe harder je rijdt, hoe meer gevoel er in de besturing en remmen zit. Het onderstel is meegaander dan je zou verwachten. Het valt het best te omschrijven als een elastiek, zo soepel zorgt de wielophanging ervoor dat de wielen aan de grond blijven, ook al heb je soms het idee dat je op je tenen loopt. Dit is een magisch rijgedrag.

Als ik toch kritiek moet geven, dan is het op de tractiecontrole. Die is niet zo subtiel als die van sommige concurrenten. Oké, je hebt de ruimte om de kont iets om te gooien, maar in vergelijking met bijvoorbeeld de Renault Megane RS doet hij zijn werk tamelijk abrupt. Het Renault-systeem leidt je met kleinere ingrepen veilig door de bocht, in de ST wordt het vermogen snel teruggeschroefd. Het gevolg is dat je op een natte weg al snel met een nutteloos gaspedaal zit, terwijl de wielen hun grip weer proberen te vinden. Maar wees gerust: je kunt de tractiecontrole helemaal uitschakelen. Dan ben je aan jezelf overgeleverd.

Toch zal niet iedereen tevreden zijn. De klagers zijn mensen die graag hadden gezien dat Ford met een snoeiharde, minder comfortabele, kortom een rauwere auto op de proppen zou komen. Voor die mensen is er genoeg keuze – maar dan niet bij Ford. Koop een andere een auto. Een waarmee je je botten in je lijf kunt laten husselen of op circuitdagen het rubber van je banden kunt roken. De ST is een welgemanierde hardrijder. De auto is rustig en beheerst als je niet wilt beesten, maar potent genoeg om een flink robbertje te stoeien op een verlaten landweggetje.

Als je liever wat meer oer-krachten in een Focus wilt, dan is er nog zoiets als de RS. Die zouden we haast vergeten. Men zegt dat die 300 pk krijgt en alleen voorwielaandrijving (slik), een sperdifferentieel (gelukkig) en genoeg ballen om de Evo X en de Impreza STi klop te geven. Dat is het grote nieuws van de ST: hij is donor voor het onder-stel van de nieuwe RS. Je moet dan heel wat in je mars hebben. Volgens een Ford-ingenieur moet je de ST zien als een dolfijn, de RS is een haai. Een opmerkelijke metafoor wellicht, maar
hij maakt wel precies duidelijk waar het om gaat. De RS wordt een nietsontziend, scherp monster in de verpakking van een hatchback.

Wil je zo’n auto, wacht dan nog even. Dat is het waard, want kenners melden nu al dat de RS een kanjer wordt. Wie – en dat zullen de meeste mensen zijn – een auto zoekt waarmee je net zo goed je boodschappen mee kunt halen als heerlijk de beest kunt uithangen op het asfalt, is op de ST aangewezen. Dit zou best eens de ultieme hot hatch kunnen zijn. Zelfs in het oranje.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken