Autotest: Kia Venga 1.6 EcoDynamics X-tra

Kia groeit als de legendarische Koreaanse kool. Hun nieuwste loot is echter een volledig Europees gemaakte MPV.
 
Samen met broeder-bedrijf Hyundai is Kia inmiddels het op drie na grootste autobedrijf ter wereld. Het heeft tweederde van de omvang van Toyota en maakt dubbel zo veel auto’s als Renault. Kia/Hyundai verkoopt almaar meer auto’s, en niet alleen goedkope kleintjes in India of China: in Europa profiteert het bedrijf onevenredig sterk van de sloopregeling. Kia en Hyundai zijn hoofdsponsors van het aanstaande WK voetbal in Zuid-Afrika – de Koreanen komen er niet langer aan, ze zijn simpelweg al gearriveerd.
 
Om de Europese markt verder te veroveren, vond Kia het gewenst een volledig Europees product te leveren; de eisen van Europese kopers zijn de hoogste ter wereld en deze kopers vertrouwen vooral het thuis gemaakte product. Dat is de Venga: ontworpen in Duitsland, wordt-ie gebouwd in Slowakije en Tsjechië en komt-ie alleen in Europa op de markt.
 
De Venga moet de concurrentie hier aangaan met andere b-segment MPV’s – een niche die volgens ons snel groeit vanwege de vergrijzing, volgens autobouwers door de wens om ‘kleiner te gaan rijden’. De andere MPV’s in deze klasse zijn bijvoorbeeld de VW Golf Plus, Honda Jazz, Opel Meriva, Renault Modus en de Citroën C3 Picasso. Alleen laatstgenoemde is misschien te hoog gegrepen voor de Venga – al is hoog niet het juiste woord: de C3 Picasso is simpelweg te anders.
 
Met de overige concurrentie zal de Venga wat betreft zijn uiterlijk geen problemen hoeven te hebben. Hij is gebaseerd op het gelauwerde No3-concept dat Kia op de Autosalon van Genève liet zien en zodoende ziet de Venga er goed uit: klassiek maar evenzeer gelikt. Modernistisch strak maar ook lekker rond, als een vrolijke, dikke vis, ziet-ie er niet louter functioneel uit.
 
Maar functioneel, en handig, is-ie wel. De binnenkant van de Venga is dankzij een lange wielbasis groot – Kia zegt zo groot als een auto uit het c-segment. Dat is slim gedaan, nu consumenten op zoek zijn naar lichtere, zuiniger auto’s maar tegelijkertijd geen ruimte willen inleveren (want waar moeten je kleinkinderen dan zitten?). Bovendien is de achterbank in delen inklapbaar en verschuifbaar. Het interieur is prettig – ontworpen naar voorbeeld van en samen met het Italiaanse meubelmerk Minotti of, naar keuze, het Duitse Adidas. De gebruikte materialen zijn weliswaar wat plichtmatig, maar slecht of hard zijn ze niet. Althans, op twee onderdelen na: de klep van de handschoenenkast en de handrem. Hard, dun, goedkoop plastic. Venga-baas Vladislav Alexiev ontkent dat bij navraag niet: ‘Maar je moet er rekening mee houden waar we vandaan komen. Dit is onze eerste Europese auto, maar de Koreanen hebben toch nog vastgehouden aan een paar Aziatische zaken’. Er is echter ook prachtnieuws. De centrale, ronde verwarmingsknop van de Venga maakt alle andere verwarmingsknoppen overbodig. Hij voelt luxe en solide en werkt intuïtief. De verwarmbare stoelen zitten goed en zijn volstrekt volwassen.
 
De techniek van de Venga-modellen is modern op het hippe af. Met een geavanceerd stop-startsysteem, een schakelindicator, lage-rolweerstandbanden en een energiebesparende dynamo is de Venga een soort zuinigheidswonder zonder dat je daar nou aanwijsbaar rijplezier voor inlevert.
 
De motor waarmee wij reden, zit ook in de Ceed en wordt geleverd met een vijfbak (of, maar daarin reden we niet, een viertrapsautomaat) die heel makkelijk en zonder-dat-je-erbij-hoeft-na-te-denken soepeltjes werkt.
 
Hoe rijdt dat dan? Dat rijdt heel goed, vlot en dat stuurt boven verwachting. We vonden alleen de demping en de vering niet helemaal lekker op elkaar aansluiten. Let wel: we reden zo ongeveer op de slechtste wegen van West-Europa, in en om Rome, waar de kuilen in het wegdek met gemak een middenmaat hond kunnen herbergen, en soms een hele roedel wolven. De vering van de Venga absorbeerde die knallen wel enigszins, maar het onderstel had er meer moeite mee: we voelden af en toe een flinke toink. Dat is niet iets waar je in de dagelijkse praktijk in Nederland mee te maken zult krijgen, of zelfs ooit (behalve rondom Rome), dus neem deze kritiek maar voor kennisgeving aan.
 
Om ons Europeanen nog meer vertrouwen in Kia te laten krijgen, is de Venga voorzien van zeven jaar garantie. Waar een merk als Fiat het met de door de EU verplichte twee jaar doet, geeft Kia er dus vijf jaar extra bij cadeau. Dat is goedkoop en fijn en vertrouwenwekkend, maar het wordt nog mooier. Die garantie is overdraagbaar; de tweede en derde eigenaar hebben binnen die zeven jaar evenzeer recht op garantie als de eerste koper. Juist: de inruilwaarde van de Venga moet daarmee worden gewaarborgd.
 
Dat idee is gebaseerd op Aziatische bescheidenheid, want de Venga is een auto die je waarschijnlijk helemaal niet zo snel zult willen inruilen. Hij is uitstekend. Hij is modern en praktisch, en hij is leuk om te zien. Wat ook helpt: met een vanaf-prijs van 15 mille is-ie niet echt heel duur. Maar wel goedkoop. En dat is dan weer Koreaans. Zo Koreaans als kool.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken