Lamborghini Gallardo Super Trofeo Stradale

Een zonnige, verlaten Italiaanse bergweg en een Lamborghini Super Trofeo Stradale. Klinkt hemels? Is het ook. Tot je op een ijzig wegvak belandt met 120 km/u.
 
Het is halverwege de ochtend, net buiten Hallers Bar in het kleine Italiaanse stadje Galeata. Een Lamborghini Gallardo LP570-4 Super Trofeo Stradale is zojuist tot stilstand gekomen en staat nu sereen uitlaatgassen op te boeren. De auto is niet te missen. Ten eerste omdat het een Lamborghini is, ten tweede omdat ie gespoten is in de kleur Rosso Mars – denk vers bloed – en ten derde omdat achterop een reusachtige, koolstofvezel-composiet vleugel is gemonteerd. Zelfs voor wat betreft de divisie van de supersportwagens wordt het niet schreeuwender en onsubtieler dan dit.
 
De auto werkt tevens als een rode lap op een stier op de bezoekers van dit plein. Het geheel oogt als een openingsscène uit een film van Francis Ford Coppola. Een clubje rochelende oude mannen die zich warmen aan de late en onverwachte zonnestralen, als een tros hagedissen met ouderdomsvlekken, en verder enkele als maffiosi geklede mannen met sjaals en zwarte jassen. Hun haar is vet en achterovergekamd zoals dat van filmhelden in de jaren vijftig en ze drinken ristretto’s uit onmogelijk kleine kopjes. Grommende, bassende oude mannen die af en toe bewonderend vloeken.
 
Hier wordt supercar-literatuur geboren, niet onderwezen, en religieus bevestigd in plaats van aangeleerd. De kerk van Ferrari zal ongetwijfeld worden aangeroepen tijdens de conversaties wanneer je aan komt rijden in iets dat eruit ziet als de weekendauto van Lucifer zelf. De oude mannen nemen de auto in zich op, overpeinzen de verschijning en stoten elkaar vervolgens aan met wollen ellenbogen, daarbij wolkjes warme lucht uitstotend die condenseren in de vrieskou. Het is alsof een troep oude honden wakker wordt door de geur van een jonge kat.
 
We zijn gestopt om even op de kaart te kijken. Lamborghini heeft ons een exclusieve testrit aangeboden met een gelimiteerd aantal kilometers. Volgens de mannen van Lamborghini is dit ‘het meest extreme model in het Gallardo-gamma’, en ik heb op de gok een paar honderd kilometer saaie Autostrada genomen in de hoop beloond te worden op een werkgebied met een paar bochten in de weg. Je zou denken dat 600 kilometer veel is, maar uiteindelijk voelt het toch als weinig. Zeker wanneer je bedenkt dat er een kleine complicatie is opgetreden in de vorm van het feit dat ik niet echt het stuk asfalt kan vinden dat me op Google Earth nog zo lieflijk en bochtenrijk toelachte. Dat is extra pijnlijk, aangezien iedere kilometer die ik extra rijd om de plek te vinden, afgaat van mijn zuivere geniet-tijd. Wanneer ik opkijk van mijn kaart, herinner ik me nog een belangrijke factor: parkeer je supersportauto in het centrum van een stad of dorp en al snel ontstaat er een oploopje.
 

 
Uitleggen wat er zo speciaal is aan de auto is lastig wanneer je beperkt technisch Italiaans spreekt. Daarom ontstaat er een mix van armgebaren en vingerwijzingen om te duiden waarom deze Gallardo anders is. Halverwege deze internationale versie van het spel Hints, weet ik de toehoorders duidelijk te maken dat deze allernieuwste versie is voorzien van een 570 pk sterke en 5,2-liter metende V10, die zit verstopt onder een ruitvormig en van een quick-release voorziene koolstofvezel achterklep, waarmee de vierwielaangedreven auto een topsnelheid haalt van 320 km/u en accelereert van 0 naar 100 km/u in 3,4 seconden. Ook denk ik dat ze begrijpen dat de auto 70 kilo lichter is dan de standaard auto, waardoor het totaalgewicht beperkt blijft tot 1.340 kilo, oftewel exact hetzelfde gewicht als de huidige Superleggera.
 
De auto is voorzien van een rolkooi, indrukwekkende maar vooral super-irritante vierpuntsgordels en een instelbare achtervleugel die nagenoeg rechtstreeks van de Blancpain Super Trofeo-raceklasse is overgenomen. Allemaal nauwkeurig gemixt om deze straatvariant (Stradale) waarvan er slechts 150 worden gemaakt, te kunnen fabriceren. Vreemd genoeg is onze auto nummer ‘0’ van 150 – waardoor er een extra laag verwarring wordt gecreëerd in de vertaling naar het Italiaans. En die is al niet optimaal, aangezien ik me nooit meer het Italiaanse woord kon herinneren voor ‘licht’. Het leek me daarom beter om aan die mannen te vertellen dat dit in de basis een Gallardo Superleggera was met vleugels en STS-badges, die exclusief belasting en btw 230.000 euro kost. Maar ik kon me op dat moment helaas ook niet het Italiaanse woord herinneren voor ‘Superleggera’.
 
‘Het geheel lijkt zich te vormen tot een prachtige droom. Helaas behoor ik tot de categorie mensen voor wie perfectie nooit is weggelegd wanneer ik wakker ben’
 
Er wordt instemmend geknikt. Kleine jongetjes duiken op en staren, hun monden half geopend, terwijl hun vaders de onbarmhartige Lotto bekritiseren. De oude mannen zijn inmiddels bijna uitzinnig in hun commentaren – een ervan stond bijna op en een paar anderen leunden voorover op hun knieën. Eentje is – waarschijnlijk – halverwege overleden. Maar we hebben onze zeer noodzakelijke espresso’s binnen en weten waar we naartoe moeten. Het is dus tijd om er weer op uit te trekken, op zoek naar dat moeilijk te vinden traject om uit te vinden of die achterspoiler enig effect heeft, anders dan te dienen als parasol voor de vier zwarte uitlaatpijpen.
 
Tien minuten later heb ik de route gevonden. Hij heet SP4/SS310 en loopt van Santa Sofia naar Stia via het Parco Nazionale delle Foreste Casentinesi, Monte Falterona e Campigna. De weg blijkt de moeite en zijn mooie naam waard. Hij klimt omhoog uit de laaglanden en buigt en draait eindeloos. Bovendien is de weg nagenoeg verlaten. Aan de ene zijde wordt hij afgeschermd door rustiek ogende houten vangrails met daarachter een bomenrij, aan de andere zijde gaapt de afgrond.
 
De potentiële gevaren laten zich echter eenvoudig negeren, want de Goden lachen ons toe. Het is een prachtige dag. Helder en licht, alsof alles vanmorgen opnieuw is gemaakt. De zon is zo subtiel als de spoiler van de STS; het licht schijnt door de bomen van het bos als zilveren lasers. Het verbaast me bijna dat de bomen niet in brand vliegen door de stralen.
 

 
Dan zitten we ook nog eens in een tamelijk fijne Lamborghini Gallardo, al luidt de conclusie dat – wanneer we heel erg eerlijk zijn – de auto ongeveer hetzelfde aanvoelt als de Superleggera. Maar verschillen zijn er ook: de achterspoiler is zo hoog geplaatst dat je ‘m vanuit de bestuurdersstoel niet ziet. De carrosserie voelt wellicht iets stijver aan dankzij het staketsel van buizen achter de uit een stuk bestaande koolstofvezel stoelen dat tezamen de rolkooi vormt, maar revolutionair is het niet.
 
We razen steeds hoger de berg op, schakelen veelvuldig van twee naar drie, tussensprintjes tussen de bochten. Dan even kort naar vier, en het geheel lijkt zich te vormen tot een van die prachtige dromen waarin alles op zijn plaats valt. Helaas behoor ik tot de categorie mensen voor wie perfectie nooit is weggelegd wanneer ik wakker ben. Zoals ook nu weer blijkt wanneer ik met hoge snelheid een schimmige bocht induik en me realiseer dat er iets helemaal fout gaat.
 
‘Moeder die in de Hemel is.’ Binnen een fractie van een seconde heb ik dan toch de religie gevonden. Net op tijd, want op het moment dat ik instuur merk ik – hallo, plotseling bonzend hart – dat het wiel is ingestuurd maar dat er helemaal niets gebeurt. IJs. De weg is plotseling glad, glibberig en glimmend en deze special edition Lambo zeilt stuurloos richting de houten barrière. Ik zit voor mijn gevoel een halfuur doodstil te wachten op wat komen gaat, me ondertussen afvragend of ik mijn baan zal verliezen. Tijd genoeg in ieder geval om mijn baas te bellen: ‘Nee, de kras kan er niet uitgepoetst worden, want hij is zestig centimeter diep. En de auto ligt 30 meter lager in een ravijn.’ Percepties en overpeinzingen, aangewakkerd door stress en doodsangst.
 
Gewoonlijk is gas loslaten de beste manier om onderstuur halverwege een bocht te elimineren en te gokken dat daardoor meer gewicht naar de vooras wordt verplaatst. Of – wanneer je jezelf een held vindt met het reactievermogen van een profbokser – je gooit de achterkant om door gas bij te geven terwijl je bidt dat je genoeg ruimte hebt om de pendulebeweging te compenseren teneinde te vermijden dat je de omgeving gebruikt als een enorme, krakende geluiden makende parkeersensor. Dat klinkt best grappig tijdens een gesprek in een bar, tien jaar nadat je het hebt overleefd en je baan hebt behouden, maar niet op het moment dat dit alles dreigt te gebeuren. Gelukkig voor mij viel m’n voet een soort van, eh, van het gaspedaal van angst.
 
De LP570-4 is, zoals de naam suggereert, een vierwielaangedreven auto. Omdat 43 procent van de aandrijving naar de voorwielen gaat en de rest naar de achterkant, kun je ook proberen om gas te houden en te wachten tot de voorwielen een deel van het koppel van 540 Newtonmeter oppakken en je zodoende in het gareel laten trekken. Simpelweg een kwestie van wat moed toevoegen in het heetst van de strijd, en je zult beloond worden met hulp van binnenuit. Leer het 4×4-systeem te vertrouwen en geef het wat autonomie om je te redden uit in potentie beschamende situaties.
 

 


 
Helaas is het net als in een falende relatie moeilijk om opnieuw vertrouwen te hebben na een initiële slechte ervaring. Gelukkig valt het in de Gallardo mee. Want hoewel supersportwagens met een middenmotor normaal gesproken net zo vergevingsgezind zijn als belastinginspecteurs of verkeersregelaars, wanneer je blijft oefenen, herinnert de Italiaan je eraan dat dit een van de gemakkelijkst te besturen exoten is om te rijden onder minder dan perfecte omstandigheden. De auto is klein, vriendelijk en snel. Oké, het zicht rondom is niet briljant en de achterkant kan wat gaan kwispelen wanneer het 4×4-systeem het zwaar heeft, maar iedere keer wanneer je op de rem stampt of hard accelereert – zelfs wanneer een helft van de auto zich op het gladde deel van de weg bevindt – gebeurt er wat je hoopt dat zal gebeuren. Dat wekt vertrouwen.
 
 
Af en toe vang ik een glimp op van de schaduw van de auto tegen een rotswand en word dan herinnerd aan de enorme vleugel. Het ding is ongetwijfeld functioneel, maar niet op een weg als deze, waar je nauwelijks de kans krijgt om illegale snelheden te bereiken. Wat de vleugel wel doet, is stabiliteit creëren bij hogere snelheden. Op de Autostrada gaat de auto letterlijk beter op de weg liggen naarmate je sneller rijdt. De vleugel zorgt ervoor dat de auto zo solide aanvoelt, dat het lijkt alsof ie aan de weg zit vastgeschroefd met titanium bouten. Het is bijna alsof ie niet eens van baan wil wisselen en de wielen plotseling gyroscopisch zijn geworden.
 
‘De combinatie van de vibraties en de huilende V10 zorgt ervoor dat ik het geluid bijna kan voelen in mijn kiezen’
 
Maar op normale wegen bij relatief modale snelheden is dit nog steeds een Gallardo. Een auto die in 2003 werd gelanceerd. Dit betekent dat, ondanks alle beperkingen van de STS en zijn gevleugelde genialiteit, de jaren gaan tellen. De groeven in het voorhoofd van de supercar zijn nog niet weggewerkt met technologische botox. De versnellingsbak verraadt de ouderdom van de Gallardo als eerste. Hij schokt tijdens schakelmomenten en zorgt hierbij voor ongewild knikkebollende inzittenden. De rijeigenschappen zijn ook lichtelijk nerveus in vergelijking met de onverzettelijkheid van auto’s die zich op de apex van het heden bevinden, zoals de Ferrari 458 en vooral de McLaren MP4-12C. De Lambo rijdt niet slecht in absolute zin, zeker niet voor een auto met dit potentieel, maar de hele klas is overgegaan en de Gallardo is blijven zitten.
 
Terwijl ik de gemakkelijk te hanteren en corrigeren rijeigenschappen van de Lambo overpeins, zie ik een hotel. Daarin trek ik me terug zodat ik geen kilometers verspil. Ik ben geneigd om te blijven rijden, maar aangezien de temperatuur verder terugloopt en ik ook niet na sluitingstijd de mannen van de fabriek in Sant’ Agata wil lastigvallen met onheilstijdingen, stoppen we ermee voor vandaag.
 
De volgende ochtend is het koud. En ik ontdek dat ik het helemaal niet erg vind dat de Gallardo is verworden tot de cougar onder de supersportwagens; weliswaar van middelbare leeftijd, maar nog altijd ongelooflijk aantrekkelijk. Zoals de auto daar staat in de parkeergarage doet ie mijn hart nog altijd opspringen. Vooral met die enorme achtervleugel. Het horen zoemen van de brandstofpompen wanneer je de deur opent. De percussie-achtige uitbarsting van de V10 wanneer hij wordt gestart in een afgesloten ruimte.
 

 
Ik weet dat het kinderachtig is en dat de auto er niet sneller van wordt, maar het theater van Lamborghini is altijd geopend en kennelijk ben ik klaar voor applaus. Eenmaal op straat rijd ik naar de top van de berg, net als het eerste daglicht in de vallei daagt. Tot dit punt is de rit formeel geweest. Meestentijds heb ik me tijdens het rijden afgevraagd of ik de aerodynamica kan voelen, of dat het een vorm is van een self-fulfilling prophecy. Ik heb een vleugel, dus ik voel downforce. Zoiets.
 
Er is geen radio aanwezig en het interieur bestaat grotendeels uit koolstofvezel, dus vibraties en een huilende V10 zijn mijn enige metgezellen geweest. De combinatie van die twee zorgt ervoor dat ik het geluid bijna kan voelen in mijn kiezen. En het is – nog steeds – prachtig. Maar sneller dan gewenst moeten we terug. Terug door de bossen en heuvels en over de A14 Autostrada en dan rechtstreeks naar het hoofdkwartier van Lamborghini. Alwaar de auto wordt ingeleverd met 614 extra kilometers op de teller. Wanneer we wegrijden, wordt de Gallardo geparkeerd aan de voorkant van Lamborghini’s glanzende en van een glazen gevel voorziene hoofdgebouw. De Lambo is vies en vormt een prachtig contrast met de achtergrond. En ik begin te denken.
 
Deze Super Trofeo Stradale heeft – net als Lamborghini zelf – een vreemde voorkeur voor het onsubtiele. De buitengewone vormgeving, de vierwielaandrijving, de enorm sterke motor en ja, zelfs die horkerige versnellingsbakwisselingen maken ‘m uniek. De Gallardo is niet langer leidend. Maar het is wel degelijk een supersportwagen. Hij werpt je binnen een seconde terug naar je kindertijd. De Super Trofeo Stradale is, rationeel beschouwd, compleet nutteloos. Je moet belachelijk hard rijden om voordeel te behalen uit de vleugel en op de openbare weg zou dat er uiteindelijk toe leiden dat je naam wordt vervangen door een gevangenisnummer of een kaartje om je grote teen.
 
Ik verwacht bovendien dat de STS op een groot, snel en gevaarlijk circuit uiteindelijk te zacht aan zal voelen. Dus, rationeel gezien zeg ik: koop maar een standaard Superleggera, een standaard LP560-4, of de goedkoopste, niet-special-edition en achterwielaangedreven LP550-2.
 
Maar het kopen van een supersportwagen vanuit rationele gronden is een enorme demonstratie van financieel onvermogen. Je koopt een supersportwagen omdat je ‘m wilt, niet omdat ie een serieuze oplossing vormt voor je transportprobleem. Ik weet dat de Super Trofeo Stradale in de basis een racy boodschap is om de Gallardo in het nieuws te houden. Maar het is ook degene met die reusachtige vleugel. En dat maakt ‘m, hier en nu, tot de beste auto ter wereld.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken