Autotest: Nissan Murano 3.5 V6

Het zal je niet direct opvallen – vooral omdat je ze maar weinig ziet – maar de Nissan Murano is compleet vernieuwd. Gedeeltelijk ten goede.
 
Zelfs voor Nissan is de Murano een beetje een vreemde eend in de bijt. Wat betreft uiterlijk past hij niet zo goed tussen vier-keer-vierbroertjes als de X-Trail en Pathfinder en het feit dat hij alleen met een dikke V6 leverbaar is, schiet in onze regionen ook niet echt op. Het was in eerste instantie ook helemaal niet de bedoeling dat hij in Europa leverbaar zou worden; hij was voor de VS en voor de VS alleen. Na eindeloos gezeur van pers en dealers – die wel brood zagen in een Nissan die niet alleen op pure functie maar ook een beetje op vorm gericht was – werd besloten de Murano toch hierheen te halen. Ze wisten van tevoren al dat het geen verkoophoogvlieger zou worden, maar ach, het was eens iets anders. En in dat opzicht heeft de Murano keurig aan de verwachtingen voldaan.
 
De nieuwe Murano mag er dan uitzien alsof hij alleen even bij Robert Schoemacher is langs geweest, er is meer aan de hand dan een eenvoudige facelift. De neus is vrij ingrijpend verbouwd en is er wat ons betreft bepaald niet op vooruitgegaan: te druk, te veel, niet stijlvol. De uitgeklopte wielkasten staan ‘m aardig, maar we kunnen niet zeggen dat we ze misten op de vorige Murano. De achterkant heeft nieuwe (led-)lampen gekregen en is verder redelijk met rust gelaten. Het interieur is opgefrist met aluminium en andere fraaie materialen en ziet er zonder meer keurig uit – afwijkend zonder moeilijkdoenerij.
 
Het nieuwst aan deze Murano is wel zijn onderstel; het is het zogeheten D-platform, dat bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor de Amerikaanse Nissan Altima en de Russische Nissan Tiana. Het zou vooral beter moeten zijn dan het vorige omdat het een heel stuk stijver is en veel minder trillingen doorgeeft. Het moet gezegd: de Murano is enorm rustig, stil ook. Als je al iets hoort is het de motor, en dan moet je hem aardig op zijn falie geven ook. Dat gaat trouwens erg makkelijk, want ook deze Murano is weer voorzien van de 3,6-liter V6 van de 350Z, zij het met een iets bedaagder hoeveelheid pk’s: 256 in plaats van 313. Hij zet echter met graagte een keel op, daarbij geholpen door de continu variabele transmissie: die zoekt zelf het toerental dat het best bij jouw rechtervoetverzoek past, en dat zit al gauw aan de rechterkant van de toerentellerschaal. Z’n weggedrag past wat minder bij al die gretigheid: de Murano is voornamelijk afgesteld op het comfortabel verstouwen van veel kilometers achter elkaar.
 
Een noviteitje tot slot: op de Murano zit, voor zover wij weten als eerste auto ter wereld, ook een camera in de buitenspiegel aan de kant van de passagier. Zo kun je met een druk op de knop de stoeprand in de gaten houden bij het inparkeren of zonder over je schouder te kijken even checken of er iemand in je dode hoek zit. Ook nieuw, in ieder geval in Europa: zelfherstellende lak. Dankzij een speciale harslaag over de lak verdwijnen kleine krasjes na een tijdje helemaal vanzelf. Dat het kán! Aardig: goedkoop is de Murano nooit geweest, maar hij zal ondanks de rijkere uitrusting niet of nauwelijks duurder worden dan de 69 mille die de oude kostte.

 
 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken