Autotest: Skoda Superb Combi 2.0 TDI Comfort

Hij hing al een tijdje in de lucht, maar is er nu: de Superb Combi. Die gaat meer verkocht worden dan de sedan, let maar op.
 
Bijna net zo groot als de nieuwe Mercedes E-klasse Estate. Dat is de nieuwe Skoda Superb Combi. Waar de sedanversie doorschiet in gebruiksvriendelijkheid met een ingewikkeld openklappende kofferbak – heel leuk, in twee delen – en fors uiterlijk, is de Combi door de schuin aflopende achterzijde veel geraffineerder. Gebouwd op het onderstel van de vorige Audi A6 heeft Skoda een goede familieauto met zakelijke uitstraling in de markt gezet. Of, zoals de Tsjechische autoproducent het zelf zegt: ‘Wij willen met deze auto – die exceptionele ruimte en comfort biedt – een nieuwe standaard zetten in de hogere middenklasse.’ Voor Skoda, nog steeds een beetje een underdog in autoland, best grote woorden.
 
Skoda bestaat al meer dan honderd jaar en al in de jaren ’20 van de vorige eeuw bouwde het reeds Estates. Sedans die werden omgebouwd als bedrijfsauto, met een grote laadruimte. De originele Skoda Superb stamt uit de jaren ’30 en was ook als luxe sedan en combi verkrijgbaar. Nu, tachtig jaar later, doen ze het opnieuw. En met groot succes: van het vorige model, een kopie van de oude Passat, verkocht men in acht jaar tijd inmiddels nog net een beetje meer dan de nieuwe sedanversie in de eerste twaalf maanden na introductie.
 
De Superb Combi is een zeer grote auto met een lengte van 4,838 en een laadcapaciteit – met de achterbank neergeklapt – van 1.865 liter. Dit zijn slechts 85 melkpakken minder dan er in de nieuwe E-klasse Estate passen. En die is in ieder geval bijna twee keer zo duur. Wil je deze mega-achterbak in het donker volladen dan heeft Skoda wat leuks voor je bedacht: de verlichting in de laadbak verlicht niet alleen de binnenkant, maar ook de hele ruimte rond de achterkant van de auto. En in de laadruimte hangt ook nog eens zaklamp! Altijd handig voor duistere ritjes. Ook heeft Skoda alles keyless gemaakt, zodat je de achterklep makkelijk kunt openen als je een arm vol met spullen hebt. Best goed in deze klasse.
 
Skoda levert benzine- en dieselmotoren uit de Volkswagen-stal, van de 1.4 TSI met 125 pk, de 1.8 TSI met 160 pk tot en met het topmodel, de 3.6 FSI V6 met 260 pk. Die ziet er met vier uitlaten lekker dik uit, de motor is geleend van de Passat R36. De diesels zijn te krijgen in de 1.9 TDI-versie met 105 pk, de 2.0 TDI met 140 pk en de 2.0 TDI met 170 pk.
 
Wij reden de 2.0 TDI met 170 pk. Vierwielaandrijving voor deze versie is optioneel verkrijgbaar, net als op de 1.8 TSI trouwens. Afgezien van de lelijke, grijze begrafenisbekleding – we zagen ook mooi beige leer bij andere versies – ziet het dashboard er strak, maar niet supermodern uit. Wel heeft de Superb Combi, net als de sedan, beenruimte van presidentiële allure en dat blijft echt bijzonder in deze klasse.
 
De Combi rijdt haarscherp zoals de sedan dat ook al doet, heeft een zeer goede weglegging en deze dieselversie is zeker behoorlijk vlot te noemen. In de middenstand is het stuur ietsjes vaag, maar zodanig dat het comfort op hogere snelheden oplevert. Het is niet hinderlijk. Bovendien: deze auto is er niet voor gemaakt om als een idioot over bergwegen te rossen. Het is overduidelijk bedoeld als luxe en serieus vervoermiddel van een aantal volwassenen – vier daarvan zitten zeer comfortabel – en hun bagage.
 
En het model ziet er best aantrekkelijk uit. Heeft de C-stijl en achterzijde van de Superb sedan nog wat weg van een Chinese partijbonsauto – alleen de vlaggetje ontbreken, de Combi oogt veel volwassener en gelijktijdig Europeser. We zijn vooral gecharmeerd van de neus van Superb die echt een eigen karakter heeft gekregen. Zilveren dakrails en goede velgen maken de Superb Combi een nog attractievere auto en een waardig alternatief voor zijn grote broer, de Passat. Misschien is de Superb Combi eigenlijk wel mooier dan een Passat Station. Van de zijkant lijkt de Combi wel weer een beetje op de oude Golf Variant – alleen dan groter, maar dat vergeven we Skoda.
 
De Superb sedan is er al vanaf 26.300 euro in Nederland – de Combi gaat ongeveer 1.500 euro meer kosten, zo vernamen we van de importeur na wat aandringen. Wij zouden sowieso de Combi nemen. Ongetwijfeld geholpen door de tijdsgeest van minder voor meer, maar ook doordat het imago van Skoda verder opwaarts stuwt door de nette looks en prima rijeigenschappen van de Superb. Deze Combi gaat hoge ogen gooien waarbij we niet uitsluiten dat veel taxichauffeurs deze ruime, praktische en betaalbare auto zullen overwegen. Ga maar na: twee volwassenen passen prima achterin, met veel beenruimte, en voor een kort stukje passen er best drie in. En dan mogen ze ook nog grote koffers bij zich hebben.
 
De vraag is natuurlijk over de A6 Avant-rijder of de 5 Touring-rijder die door bezuinigingen een stapje terug moet doen, deze Skoda zal overwegen. Eerlijk gezegd denken we dat niet. Die kijkt eerder naar een Passat. Maar de Passat-rijder die een stap terug moet doen, gaat toch deze auto meenemen in zijn keuzelijst. En je komt er imagotechnisch best goed mee weg: hij ziet er lekker dik uit en het is eigenlijk een soort A6 – alleen een wat oudere, en dan nog alleen de bodemsectie. Maar wie weet dat op een verjaardagsfeestje? Met andere woorden, deze tijden van de aangehaalde broekriem zouden Skoda met de Superb Combi nog best voordeel kunnen opleveren. En ach, of je nu een Skoda, Volkswagen of Audi koopt, de winst wordt uiteindelijk bovenaan in de zelfde pot bijgeschreven. En dat de Superb Combi daaraan zal bijdragen, is onze overtuiging.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken