Autotest: Volvo XC60 2.0T Kinetic

Je zult niet snel een fabriek de vlag zien uithangen omdat er, hoera, een nieuwe motor is. Maar bij Volvo is het feest.
 
Een motor zit niet voor niets verstopt onder een kap. Het is alleen voor technisch hoogbegaafden interessant hoe hij er uitziet; voor het gros van de mensen is het alleen belangrijk dat hij het gewoon doet. Voor een aantal mensen daartussenin (jij en wij) is het nog leuk om te weten wat hij dan precies doet, wat je daar aan hebt en hoe dat klinkt en zo. Natuurlijk, het is het hart van je auto, zonder de motor werkt niets. Maar wil jij graag weten hoe je hart er uitziet? Wij op de een of andere manier ook niet.
 
We hebben het ons nooit zo gerealiseerd, maar een motor kan ook heel belangrijk zijn door er niet te zijn. Neem nou Volvo. Dat heeft met de XC60 toch een heel fijne auto, dat zullen weinigen ontkennen. Maar wat als je nou geen diesel wilt en qua benzine niet zo dringend een dikke zescilinder met minimaal 238 pk nodig hebt? Dan vis je dus mooi achter het net.
 
S80? Zelfde verhaal – leuke motor, zo’n T5, maar milieu- en leasetechnisch behoorlijk hoog gegrepen. En natuurlijk loop jij dan niet alleen een auto mis die eens een keer geen Duitser is, maar vooral ook Volvo zelf. Dus werd de tweeliter turbomotor van Ford-origine door de Zweden waarschijnlijk binnengehaald met een zestien rijen dikke erehaag van marketing- en salesfiguren. Al die Oosterburen met hun tweeliter TFSI’s en wat dies meer zij, mogen nu de borst nat maken – eindelijk komt Volvo meedoen met de rest.
 
Aan die motor hoeft dat niet te liggen, want dat is een heel fijne. Hij levert niet alleen 203 pk vermogen, maar ook 300 Nm trekkracht bij schakelluie tempo’s van 1.750 toeren per minuut. Voor de XC60 betekent dat dat je in 8,9 tellen 100 km/u rijdt en rustig doorgaat tot 205 km/u.
 
Daarbij stoot hij 198 gram CO2 per kilometer uit, goed voor een C-label en dus voor een instemmende blik van de gemiddelde lease-bobo. Doe daar voor jezelf nog eens bij dat hij ook nog eens gekoppeld is aan een heerlijke Powershift-automaat (de Ford-versie van dsg, zeg maar) en je hebt een absolute heerlijkheid van een auto. De motor is bijzonder stil, tenzij je hem op z’n staart trapt – dan komt er een mooie roffel met een gezellig gemeen randje bovendrijven. De automaat voelt uitstekend aan wat je van plan bent, waardoor je het gemis van peddels aan het stuur geenszins als een manco ervaart – je zou ze waarschijnlijk toch nooit gebruiken. Als je dan aan het eind van de rit ziet staan dat je bijna 1 op 12 hebt verbruikt (toch iets anders dan de krap 1 op 10 van de maar marginaal sterkere 3.2 zes-in-lijn), dan denken we dat je daar best blij van wordt.
 
Zeker omdat reizen per XC60 sowieso een genoegen is. De perfecte stoelen, het prima veercomfort, de ruimte, de Zweedse afwerking: daar heeft het allemaal nooit aan gelegen. De prijsstelling is met nog geen 50 mille ook nog eens erg aardig. Voeg daarbij het feit dat er nu (nou ja, na de zomer) nog een aanzienlijk vriendelijker geprijsde D3-diesel (163 pk, 400 Nm voor 47.495 euro) aankomt, en het zou ons niet verbazen als er steeds meer XC60’s op de weg te zien zouden zijn.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken