David Coulthard: mijn auto-biografie

De Schotse oud-F1-coureur en -commentator loopt met ons door zijn eigen pit

David Coulthard
Foto('s): Ian Derry

Mijn familie zit in de transportsector, dus ik ben opgegroeid tussen de trucks en de opleggers. Ik had al heel jong een crossmotor en ik ben begonnen met karten toen ik elf jaar was. Van nog daarvoor herinner ik me dat ik op de schoot van mijn vader zat tijdens kartraces – hij bediende de pedalen en ik stuurde.

Eerste eigen auto

Ik werd eind maart zeventien jaar en haalde mijn rijbewijs in de eerste week van april, maar ik had pas een eigen auto toen ik al bijna achttien was. We hadden een Mercedes 508D-busje voor de karts: er stond een stapelbed net ­achter de cabine, en helemaal achterin stonden de karts.

Renault 5 GT Turbo

Toen ik eindelijk een auto had, was het meteen niets ­minder dan een echte Renault 5 Turbo – maar ik had een jaar lang in dat busje gereden, dus ik verdiende ook wel iets beters. Ik racete in de Formule Ford en won dat jaar ook nog eens de ­beide kampioenschappen, dus het was een mooie tijd. Ik had ontzettend veel lol met die auto; de stoelen ­konden helemaal plat, wat heel handig kan zijn voor ­tieners. Zodat ie dienst kan doen als een plek om, eh, nou ja, je begrijpt het wel.

Engeland

Toen ik naar Engeland verhuisde om te rijden voor Paul Stewart Racing, het team van de zoon van Jackie, leende ik de BMW 318i van mijn moeder. De bedoeling was dat ik die een weekje zou houden, maar uiteindelijk duurde dat drie of vier maanden. Daarna heb ik een poos geen auto gekocht, omdat ik een Ford-contract bij Jackie had en een RS2000 deelde met een paar anderen, en daarna een enorm lelijk getunede Scorpio.

Ford Escort Cosworth RS

Ook hebben we nog even gereden in een Escort Cosworth met die enorme vleugel achterop – dat was echt een racertje. Die werd gestolen bij The Point in Milton Keynes, toen ik in de bioscoop zat.

Erfstuk

Toen ik testcoureur werd bij Williams kreeg ik een Renault Laguna automaat, alleen om naar en van het circuit te komen eigenlijk. En daarna heb ik daadwerkelijk voor het eerst voor een auto betaald. Ik was 23 en kocht een Mercedes 280 SL uit 1971, mijn geboortejaar, en die heb ik nog steeds. Onze zoon erft de 280 als hij oud genoeg is om te rijden, maar wel onder de voorwaarde dat hij ’m nooit zal verkopen.

Renault Laguna

Toen kocht ik weer heel lang niets. Ik zat bij McLaren, dus ik reed allerhande Mercedessen, waaronder de C 63 AMG Estate. Mijn vrouw is een Aston-fan, dus een paar jaar geleden heb ik voor haar een DB9 Volante gekocht, en daar rijdt ze nu nog in.

Monaco

We hebben ook een G-klasse 280 met korte wielbasis uit 1984, zonder dak. Die is prachtig. Hij was wit toen ik ’m kocht, maar ik heb ’m door Mercedes laten overspuiten en nu is hij donkergrijs. Ze hebben de stoelen verder naar achter gezet, dus het is echt een vijfzits restaurant­wagen voor Zuid-Frankrijk. Hij staat in Monaco waar veel Brabussen en AMG G-klasses rondrijden, maar geen enkele auto ziet er zo gestript en zo cool uit als de onze.

Mercedes 280 SL

Ik ben niet zoals Jenson Button, die graag auto’s koopt en verkoopt, maar ik heb wel een Aston Valkyrie en een Mercedes Project One besteld, die komen ergens in 2019 of 2020. Dat ik Adrian Neweys Valkyrie kan betalen, heb ik te danken aan het feit dat ik in de door hem ontworpen raceauto’s heb gereden, dus het is ook een eerbetoon aan hem.

Aston Martin Valkyrie

Mercedes-man

Wat betreft die Project One: ik ben nog altijd een Mercedes-man, en het is zoiets unieks, ik denk niet dat ik nog zal meemaken dat een fabrikant nog eens zo’n auto zal bouwen. Maar het vaakst rijd ik in mijn kleine Smart cabriolet – elke oud-GP-coureur die nog een beetje snelheid in zijn ziel heeft, zou er eigenlijk een moeten hebben.

 

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken