Stuntrijden 101 met Mark Higgins

Dit is hoe stuntrijden in zijn werking gaat, volgens een ervaringsdeskundige

Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins
Stuntrijden 101 met Mark Higgins

Stuntrijden kost enorm veel voorbereiding. Het is niet ongebruikelijk dat we al zes maanden bezig zijn met voor­bereiden voordat er op locatie gefilmd gaat worden. De stuntcoördinator betrekt me erbij als we het script hebben gekregen en ongeveer weten wat we moeten doen, en met welke auto’s.

De voorbereiding

Voor het aanpassen en voorbereiden van de auto’s maken we in geval van een Engelse film gebruik van Dunsfold of Longcross. We denken na over hoe we de stunts moeten uitvoeren en oefenen ze, zodat we eenmaal op locatie precies weten wat ons te doen staat. Het is eigenlijk net als bij een acteur die zijn tekst instudeert.

Als we uiteindelijk op locatie zijn, volgt er nog meer voorbereiding. Soms begint dat al twee weken voor de daadwerkelijke opnames. Zo kunnen we alles goed bekijken en eventueel onze plannen aanpassen. Voordat we beginnen, rijden we vaak met speelgoedautootjes over een tafel.

Als het maar om een paar auto’s gaat – zoals de Rome-scènes in Spectre – is het allemaal overzichtelijk. Maar je hebt ook te maken met camera- en trackingvoertuigen. Als er voor een straatscène 40 auto’s en 40 bestuurders nodig zijn, dan wordt het allemaal wat gecompliceerder – vooral als er een taalbarrière is. Die stunts zien er misschien niet gevaarlijk uit, maar er kan van alles gebeuren.

De rekwisieten

Voor Spectre hebben we in Rome een maand lang iedere avond gefilmd. We hadden een heleboel DB10’s, maar eigenlijk hebben we er voor de meeste scènes maar één gebruikt. Het is echter heel efficiënt om meerdere exemplaren te hebben. Je zou denken dat zulke auto’s het grootste deel van de kosten uitmaken, maar bij een grote film is de opnametijd het duurst.

Dus het is beter wanneer je één auto voor de rij-shots hebt, een tweede die is voorbereid voor de onboard-beelden en nog één voor de ­special effects, zoals met vonken en vuur. Het is vooral belangrijk dat de opnames zo min mogelijk tijd in beslag nemen.

De aandacht voor de details is altijd indrukwekkend. Ook als mijn gezicht niet in beeld is, kan ik toch beter in kostuum achter het stuur zitten, voor het geval dat. Ik probeer te vermijden dat ik een masker moet dragen, want dat hindert het zicht. Aan de andere kant, in geval van een gevaarlijke stunt zou mijn gezicht met CGI worden aangepast.

De continuïteit

En dan heb je nog de mensen die verantwoordelijk zijn voor de continuïteit. Voordat je gaat rijden, komen zij je kleding controleren, of je pruik goed zit, en zelfs of het horloge om mijn pols en het klokje in de auto bij iedere opname op de goede tijd staan.

Veiligheid gaat voor alles. Toen we voor Spectre de trap af reden, bestond het risico dat we in de Tiber terecht zouden komen, dus zat er een zuurstoffles in de auto, en we trainden in een donker zwembad. Ik kreeg te horen dat als er iets mis zou gaan, er voor twintig minuten zuurstof zou zijn. Dan moest ik rustig in de auto blijven zitten, tot duikers me eruit zouden halen. Makkelijker gezegd dan gedaan!

We geven onze mening en zeggen wat er wel en niet kan: je kunt met een Ford Fiesta met z’n voorwielaandrijving nu eenmaal niet uitgebreid gaan driften. Maar vasthouden aan het script kan vanuit het oogpunt van de rijder frustrerend zijn, want je weet dat er van het vele opnamemateriaal maar een heel klein beetje gebruikt zal worden.

Na een opname bekijken we de beelden om te weten wat de camera precies ziet, zodat we meer inzicht krijgen in wat er precies vereist is.

De charme van het stuntrijden

Als stuntrijder heb ik een voorkeur voor realisme. Mijn eerste grote filmopdracht was Quantum of Solace. Ik bestuurde de Alfa 159 die de Aston DBS achtervolgt, en de stuntcoördinator tetterde maar in mijn oor: ‘Je moet ’m harder raken, je moet ’m harder raken!’ Tja, wie hoort zoiets nou niet graag?

In mijn twintig jaar als rallyrijder heb ik altijd geprobeerd om ongelukken te voorkomen, dus is het heerlijk als je te horen krijgt dat je iemand vol moet rammen zonder dat je ­daarna de wind van voren zult krijgen.

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken