Als alles gebruikt zou worden op de manier waarop de uitvinder het ooit bedoelde, zaten trainingsbroeken vol zweet- in plaats van vetvlekken, was er geen stadspark veilig in de periode dat houthakkershemden hip waren en zou de Nobelprijs niet bestaan. Dus als iemand over je plug-in hybride Defender vraagt ‘wat je er in hemelsnaam aan hebt in Nederland’, hoef je alleen maar te zeggen dat ie ‘gewoon cool is’. Bovendien heb je dit soort negativiteit niet nodig in je leven.

We hebben de afgelopen jaren heel wat pagina’s volgeschreven over de Defender (die sinds enige tijd officieel zijn ‘eigen merk’ is, net als Range Rover en Discovery). Hoe hij zijn eigen stunts deed voor No Time to Die, hoe bergen in Namibië kinderspel voor hem zijn, hoe boeren hem kunnen gebruiken als werkpaard en hoe hij als Bowler de Schotse heuvels trotseerde.

Zonder enige twijfel kunnen we zeggen: dit ding komt offroad serieus heel ver. Maar wat als jij in de randstad woont, een lekker vlakke en onderhoudsarme oprit hebt en in het weekend geen modderige active life-style beoefent? Moet je dan nog wel een Defender ambiëren, alleen maar omdat hij zo cool is, of is het dan vooral afzien in zo’n doelgericht voertuig?

Deze Defender is voor op de gewone weg

De versie die je als asfaltavonturier wilt, is deze P400e. Als je de V8 te overdreven vindt, tenminste. Het is de plug-in hybride versie die door zijn gematigde uitstoot in Nederland het goedkoopst is. In België is ie daarentegen 20.000 euro duurder dan de instapdiesel. Met 50 kilometer elektrische actieradius (in de praktijk zal het 30 tot 40 zijn) kun je de benzinekosten voor je woon-werkverkeer wat drukken en met 404 pk en 640 Nm kun je nog eens een Aygo inhalen.

Het is nog wel de ‘oude’ PHEV-aandrijflijn van Land Rover, want in de Range Rover is de viercilinder gewisseld met een zescilinder en is de elektrische actieradius is toegenomen naar 109 kilometer. Als je die zescilinder ervaren hebt, ben je al gauw een beetje verpest. De kleinere motor klinkt net wat rauwer en er gaat niets boven de mooie loop van een zes-in-lijn. Maar eigenlijk mogen we niet klagen over de viercilinder in deze Defender. De geluidsisolatie is in orde en tijdens het rijden schakelt de benzinemotor op de juiste momenten in of uit.

De plug-in hybride Defender schrikt soms wakker

Alleen vanuit stilstand wil de plug-in hybride Defender P400e soms wat langzaam reageren op het gaspedaal, om vervolgens abrupt van z’n plek te schieten. Dat is gek, aangezien een elektromotor juist heel direct kan reageren. Zorg op zulke momenten wel dat je voorwielen recht staan, want de stuurinrichting is bij de Defender vervangen door een faxverbinding, waardoor het soms wat lastig is om snel te corrigeren.

Dit is overigens typisch een offroad-trekje, net als de zachte demping – die dan weer erg aangenaam is. De stoelen zien er, net als de rest van het interieur, heel utilitair uit, maar zitten verder goed. Behalve dat het een lomp gevaarte is, lever je qua comfort of gemak eigenlijk niets in door een Defender 110 als dagelijkse auto te kiezen. Met een Range Rover heb je een eigenlijk een geschikter pakket; de boel is net wat mooier afgewerkt, hij is wat comfortabeler en hij stuurt meer als een normale auto. Maar hij is ook gelijk bijna 50.000 euro duurder.

Specificaties van de Defender 110 P400e SE (2024)


Motor
1.997 cc
viercilinder turbo hybride
404 pk @ 5.500 tpm
640 Nm @ 1.500 tpm
Aandrijving
vier wielen
8v automaat
Prestaties
0-100 km/u in 5,6 s
top 191 km/u
Verbruik (gemiddeld)
2,6 l/100 km
58 g/km CO2 A label
Afmetingen
4.758 x 2.008 x
1.967 mm (l x b x h)
3.022 mm (wielbasis)
2.613 kg
90 l (benzine)
696 / 1.759 l (bagage)
Prijzen
€ 94.470 (NL)
€ 89.270 (B)

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)