Autotest: Jaguar XJ 5.0 V8 Supercharged Supersport

De nieuwe ontwerpfilosofie van Jaguar maakt ons blij en verdrietig. Afscheid nemen doet namelijk altijd pijn.
 
De Jaguar XJ is een icoon. Al vanaf het eerste model dat eind jaren ’60 op de markt kwam, is het een verschijning waarin welgestelden zich met graagte lieten vervoeren. Al dan niet zelf achter het stuur gezeten. Het concept van de XJ, dat overigens staat voor Experimental Jaguar: een vierdeurs sedan met een lange neus waarin overheerlijke zescilinders en V12’s passen en een platte achterklep waaronder veel bagage past. Laag en lang. Vanaf 1997 werden de zes-in-lijn-motoren en zijdezachte V12’s jammer genoeg vervangen, hoewel de V8’s die daarvoor in de plaats kwamen uitstekende vervangers bleken. Het vorige model, vanaf 2002 op de markt, werd weer leverbaar met een zescilinder – nu in V-vorm, en ook als diesel te bestellen.
 
De geheel nieuwe XJ heeft alleen nog maar V8’s op benzine en één diesel-V6. Die diesel geeft je 275 pk met 600 Nm koppel. Leuk. Die laten we vast nog wel een keer aan bod komen, al zal dat model naar de inschatting van Jaguar in Nederland en België vast de meest verkochte worden. Wij gaan natuurlijk voor de 5,0-liter V8. Of had je anders verwacht?
 
Jaguar levert die V8, die we ook al kennen uit de XF en de vernieuwde XK, af in drie verschillende smaken: een ‘gewone’ met 385 pk en 515 Nm koppel die in 5,7 seconden van 0 naar 100 km/u toert, een Supercharged met 470 pk, 575 Nm die in 5,2 seconden een sprintje naar 100 trekt en nóg een Supercharged die goed is voor 510 pk, 625 Nm koppel en acceleratie naar 100 in 4,9 seconden vanuit stilstand. Ze hebben overigens allemaal een begrensde topsnelheid van 250 km/u. De versie met 470 pk, dat tussenmaatje zeg maar, is op de Europese markt niet leverbaar en meer bestemd voor Amerika. Houden we over: de V8 met 385 pk en die met 510 pk. Dan weet je ook welk model wij testen.
 
Alle XJ’s zijn leverbaar in verlengde versie waardoor 13,4 centimeter meer beenruimte achterin ontstaat. Wederom leuk. Maar wij zitten liever zelf achter het stuur, de beenruimte in de normale uitvoering is al prima voor mensen die met ons mee durven te rijden, dus we draaien de als grote volumeknop ontworpen versnellingsbediening in standje Sport en proberen te achterhalen of Jaguar zijn nieuwe identiteit, als bouwers van mooie én snelle auto’s, kan waarmaken.
 
Zullen we beginnen met dat mooie? Als altijd voeren we het cliché aan dat over smaak niet valt te twisten, maar wat vonden we de oude XJ mooi. Waar met name de Duitse concurrenten elk model wijzigden van dik en lomp naar rank en slank, en weer terug – met uitzondering van de Audi A8 die er tot aan de allernieuwste versie altijd hetzelfde uitzag – kreeg Jaguar het voor elkaar om de klassieke vorm telkens zo te vernieuwen dat oude kopers niet werden afgeschrikt en wij al vanaf onze geboorte zo’n beetje dromen van elke XJ als familiesedan. Maar Jaguar wil méér klanten voor de XJ, wil een echt nieuwe weg inslaan met hun modellen en ontwerpbaas Ian Callum vond het daarom tijd voor een nieuwe ontwerptaal. Ook voor de XJ. Eentje die uiteraard congruent is met die van de XF en XK, maar ook eentje die uitgesproken weergeeft dat de XJ dé sportiefste toplimo op de markt is.
 
In dat opzicht is Callum zeker geslaagd. De XJ oogt lekker dik en rank tegelijk. De grille is heel erg Jaguar nieuwe-stijl met hints naar het roemruchte verleden. Van de zijkant oogt de XJ langgerekt, snel en laag terwijl je ondanks de aflopende daklijn achterin met een lengte tot 1,90 meter prima kunt zitten. Het effect van lang en laag wordt met name bewerkstelligt door de hoge carrosseriedelen en kleine zijruiten waarbij de glimmend zwarte afwerking op de achterste raamstijl het idee van een coupélijn extra versterkt. De achterkant is eigenlijk heel sober en vooral ook pompeus doordat de achterlichten horizontaal geplaatst zijn en de kofferklep geen tierelantijnen heeft. Het doet ons een beetje denken aan de Bentley Continental Flying Spur, een gelijkenis waarvoor je je niet hoeft te schamen. De kont is wel hoog, wat hem mooi staat maar wat ook tot gevolg heeft dat je via de achteruitkijkspiegel matig zicht hebt op wat er direct achter de auto gebeurt. Maar met 510 pk vermogen raden wij je aan vooral voor je te kijken.
 
We wachten nog even met gasgeven om rond te kijken in het interieur. We hebben het in meerdere kleurstellingen bekeken, van lichtgekleurd hout met rode leren bekleding tot koolstofvezel met pianolak en zwart leer: het is allemaal even fraai en ademt een sfeer van luxe uit die je natuurlijkerwijs verwacht bij de grootste Jaguar. De enorme ventilatieopeningen hebben meer weg van het vooraanzicht van een propellervliegtuig dan een luchtrooster en zijn een beetje doorgeslagen: het lijkt ons beter die te monteren op de komende, maar nog niet definitief bevestigde roadster. De automatisch openende lamellenroosters van de XF hadden beter gestaan.

‘Als ex-XJ-rijder Clarkson deze Supercharged op het TopGear-circuit gaat testen, zal dat alleen dwars gaan’

 
Op het stuur na vind je weinig knoppen: een grote draaiknop voor de versnelling met daar omheen essentiële drukknoppen om de rijeigenschappen van de auto in te stellen. Verder bediening van de airco en de rest regel je via het grote aanraakscherm in het midden. Aanraakschermen hebben altijd onze voorkeur boven gecompliceerde, muisachtige schijven waaronder je honderden functies tevoorschijn kunt toveren. Alles wat je zelf kunt in- en afstellen is onderbracht in de heldere en uiterst gebruiksvriendelijke menu-structuur die het scherm weergeeft. Een extra programmeerrondje om de laatste oneffenheden eruit te halen zou welkom zijn – je moet het navigatiesysteem weer even opporren na een tankbeurt bijvoorbeeld, maar de heldere kaarten, superieure audio (Bowers & Wilkins, tot 1.200 Watt leverbaar) en aansluitmogelijkheden van randapparatuur zijn uitstekend voor elkaar.
 
Ook de informatie achter het stuur wordt op een scherm weergegeven. Toerental, snelheid, benzinepeil en andere belangrijke informatie over gemiddeld verbruik, buitentemperatuur en verzin het maar, wordt geprojecteerd op een mooi en goed afleesbaar tft-scherm. Waarom ook niet? Dit creëert de mogelijkheid om de informatie voor de bestuurder veel specifieker op hem of haar af te stemmen, al naar gelang de situatie. Extra handreikingen van het navigatiesysteem worden wanneer nodig even uitvergroot weergegeven op de plek waar je normaal het benzinepeil en aanverwante informatie ziet. Via knoppen op het stuur – waarvan er dan weer te veel zijn – vervang je tijdelijk de toerenteller voor een menu waarin allerlei functies van de auto zijn vervat opdat je ze makkelijk kunt aanpassen zonder je ogen al te ver van de weg te halen. Met de automaat in sportstand en de rijdynamiek in opperste status, worden de tellers verfraaid met een rode zweem. Rood is lekker sportief. Met blauw rijd je braaf. De wallpaper van het scherm is wat saai, de chroomranden met schaduw zijn niets meer dan een verzameling pixels en doen wat gekunsteld aan. Bijzonder fijn is dat het deel van de snelheidsmeter en toerenteller waar de naald naartoe wijst, extra oplicht waardoor je fractioneel sneller kunt aflezen of je de XJ tegen de toerenbegrenzer aan al op illegale snelheden hebt opgejaagd of niet.
 
Dat is een makkie. Zet de automaat met die grote draaiknop in D van Drive en je kunt tot in het oneindige comfortabel cruisen. Voorin of achterin gezeten. Maar zodra je een standje verder draait naar de S van Sport verandert de gemoedelijke Jag in een stijlvol monster. We drukken ook maar gelijk op de Dynamic Mode-knop zodat een verzameling aanpassingen in werking treedt: meer response gevende besturing, sneller (eventueel met flippers) schakelen, een hardere demping, vlotter reagerend gaspedaal en allerter en minder snel ingrijpende veiligheidssystemen met dynamische stabiliteitscontrole. Nadat we bij de eerste acceleratietest op een leeg stuk landweg met het hoofd tegen de hoofdsteun knikken en met twee oogknipperingen tegen de 250 km/u rijden weten we het zeker: als ex-XJ-rijder Clarkson deze Supercharged op het TopGear-circuit gaat testen, zal dat alleen dwars gaan.
 
Toch lijkt de XJ zijn supersportieve aspiraties niet helemaal waar te maken. Met alle knopjes op ‘snel rijden’ is ie ons niet hard, niet strak genoeg. De lichtgewicht aluminium koets helt ons iets te veel naar de zin, de vering is nog net niet stijf genoeg en de besturing wordt net een tikje lichter dan ‘precies lekker’. Is deze snelste XJ niet hardcore genoeg, of zijn onze verwachtingen te hoog? We houden het op het laatste. We reden eerder in de XKR met 510 pk sterke V8 en die is écht bruut en bezit exact wat je wenst als het gaat om de trias automobilia: weg, auto, bestuurder. Ook de XFR heeft dat – op het niveau van een sedan – in zich, met dezelfde motor en hetzelfde vermogen. De rijeigenschappen die die modellen hebben, mag je eigenlijk niet helemaal vergelijken met de veel grotere en daarmee ook zwaardere XJ. We moeten in ogenschouw nemen dat dit een bijzonder chique limousine is waarmee je knetterhard kunt rijden (en waarmee Clarkson met groot gemak sideways kan gaan), maar hij is niet bedoeld om in belachelijk tempo eindeloze bergwegen te beslechten.
 
Hoewel we ze natuurlijk nog naast elkaar moeten zetten, zijn z’n snelle Duitse concurrenten (Audi S8 met V10, BMW 760i met V12 en Mercedes S63 AMG met V8) minder dynamisch en vooral minder lichtvoetig dan de XJ Supercharged, dat durven we zo wel te stellen. We tekenen daarbij wel aan dat we spreken over de vorige generatie S8 van Audi, of en wanneer er een nieuwe komt is nog niet bekend. Zowel de Audi, BMW als Mercedes rijden alle drie niet zoals je zou verwachten van een grote, zware limo, maar de Jaguar voelt bij deze eerste indruk nóg meer aan als een kleinere, wendbare sedan dan de anderen. Die geijkte tegenstrevers zijn op het gebied van rijdynamiek niet per se de concurrenten waarop Jaguar met de XJ zal hoeven te mikken. De Supercharged moet wat ons betreft vooral potentiële kopers laten twijfelen wanneer zij een Porsche Panamera Turbo of Maserati Quattroporte Sport GT S in overweging nemen.
 
Qua prijs ontlopen de Porsche, Maserati en Jaguar elkaar niet veel: de XJ Supercharged in Supersport-trim (dus met vrijwel alle denkbare opties) kost in Nederland 182.060 euro, en in België 141.500 euro. De Porsche zit daar maar een paar duizend euro bij vandaan, de Maserati is in Nederland bijna negen mille duurder en in België vijf mille goedkoper – ook geen schokkende verschillen in dit prijssegment. De Maserati is daarbij net zo compleet uitgerust als de XJ, maar zeker vanbinnen duidelijk verouderd. Bovendien geeft zijn heerlijk rauwe V8 70 pk minder dan de XJ (maar haalt wel een onbegrensde top van 285 km/u, en geeft je bij TopGear extra punten). De Panamera Turbo, met 10 pk minder maar met een top van 303 km/u (!), ontbeert standaard een aantal in dit segment ‘benodigde’ opties waardoor een echt complete Panamera Turbo al snel 20.000 tot 30.000 euro duurder wordt.
 
De XJ Supercharged gaat je het leven niet makkelijker maken, zoveel is wel duidelijk. De Maserati heeft een bloedmooi uiterlijk, een fantastisch klinkende motor, maar is toe aan vervanging. De Porsche is echt hardcore en zal met name op een circuit laten zien dat de XJ geen partij voor ‘m is. Hij is alleen niet heel mooi, en mist toch wat stijl. De XJ Supercharged past er precies tussenin. Minder overdreven en uitgesproken dan de Quattroporte, minder hightech en puur functioneel dan de Panamera, maar meer dan chique en meer dan snel genoeg. Eigenlijk hadden we niet verwacht dat de XJ zich zo makkelijk tussen die twee grootheden zou kunnen bewegen, maar hij doet dat geruisloos en bijzonder goed. Het is daarbij voor Jaguar niet te hopen dat de nieuwe Quattroporte de oude al te zeer overtreft in stijl en prijs, want alleen een bijzonder goede aanbieding zijn, doet de XJ Supercharged simpelweg tekort.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws