Autotest: Mercedes CLS350 CGI BlueEfficiency

De CLS, met enige afstand het meest controversiële model dat de Duitsers ooit introduceerden, is aan z’n tweede generatie toe. Of ie nog steeds zo spraakmakend is?
 
We zullen het eerlijk bekennen: lange, lange tijd hebben we de CLS de lelijkste auto ooit gevonden. We kwamen ‘m voor het eerst tegen op een autoshow, het zal die van Frankfurt zijn geweest, toen nog als ‘Vision’ CLS, de gebruikelijke benaming voor concepts waarvan het daadwerkelijk op de weg verschijnen nog allesbehalve vanzelfsprekend was.
 
Lieve help. Als het empirisch bewezen was dat bidden helpt, waren we nog diezelfde dag in het meest achterafste kerkje van Frankfurt keihard katholiek geworden om ervoor te zorgen dat deze gnoom er nooit zou komen. Die achterkant, dat zag er toch gewoon uit als een natte hond die op een regenachtige middag zijn blikken Chappi eruit probeert te werken op jouw pasgemillimeterde gazon? Dat interieur, een orgie van hagelwit leer, dat was toch wel zo kitsch dat een doorgewinterde zigeuner er ‘s nachts badend in het angstzweet van wakker werd? En dan dat hele concept: een vierdeurs coupé! Terwijl zelfs de meest onderontwikkelde stumper weet dat hét onderscheidende element van een coupé nou juist het feit is dat hij maar twee deuren heeft. Oh Here, laat het niet gebeuren.
 
Mercedes zette door. En verrek, naarmate de jaren vorderden, begonnen we de CLS steeds mooier te vinden. Die belachelijk gestrekte lijnen, waardoor het ding wel zes meter lang leek: eigenlijk heel gaaf. Die onalledaagse achterkant: het had juist wel wat. Eigenlijk, zo moesten we stiekem bekennen, was dit nou net zo’n auto die je over nog een stevig aantal jaren, als ze tweedehands betaalbaar worden, zou moeten aanschaffen. Wat kun je nog meer willen: een tijdloos karakteristiek uiterlijk, betrouwbare techniek en ongeëvenaard comfort: met zo’n auto kun je rustig honderd jaar worden.
 
Dat niet alleen: er waren na het pionierswerk van Mercedes opeens meer merken die het idee van een vierdeurs coupé wel zagen zitten. Van Volkswagen Passat CC via de Audi A5 Sportback en Aston Martin Rapide tot Porsche Panamera; je kunt van dit soort auto’s rustig beweren dat ze er nooit geweest zouden zijn als Mercedes niet met de CLS was gekomen.
 
Of de tweede generatie CLS ook zo’n impact zal hebben? We weten het niet. Niet dat het geen mooie auto is geworden – integendeel. Geheel in de lijn met de nieuwe huisstijl van Mercedes staat de neus vrij rechtop, zijn de achterspatborden stevig uitgeklopt en lopen er diverse lijnen over de flanken. Was de eerste CLS vooral elegant, de nieuwe loopt vrij nadrukkelijk met zijn spierballen te pronken. Wees het gerust met ons oneens, maar we vinden het een beetje jammer dat hij door al dat machtsvertoon minder chic, minder statig oogt. Hij is erg mooi, maar krachtpatsers zijn er genoeg in dit segment en de CLS heeft door zijn eigenheid al die lijntjes, opbollingen en led-lampjes eigenlijk helemaal niet nodig.
 
Daarbij wordt ook het verschil met de andere modellen van Mercedes kleiner; E, E Coupé, CLS: vanuit bepaalde hoeken moet je drie keer kijken om ze uit elkaar te houden, en als je bij de vorige CLS nou érgens geen last van had, was het dat wel. Maar vooruit – misschien moeten we er weer gewoon een tijdje aan wennen?
 
Het interieur is ook helemaal nieuw, prachtig en typisch Mercedes. Alles zit weer op de bekende, griezelig perfecte manier in elkaar en het zal niemand veel moeite kosten zich binnen de kortste keren thuis te voelen in de CLS. Natuurlijk tref je veel elementen aan die je ook in andere Mercedessen zult vinden, maar aardig is dat het binnenste toch ook duidelijk afwijkt van die rest; waar elke BMW er vanbinnen zo ongeveer hetzelfde uitziet, gaat Mercedes gelukkig voor wat meer onderscheidend vermogen.
 
Daarnaast kun je natuurlijk weer kiezen uit een scala aan hout- en leersoorten in zo veel kleuren en combinaties dat het sowieso heel lastig gaat worden twee identieke CLS’en te vinden. Oh ja: achterin is de nieuwe CLS wel twee hele centimeters groter dan zijn voorganger. Je zit er prima op de twee aparte stoelen – wie onder de 1,85 meter is kan zijn hoofd en benen nog best aardig kwijt.

‘We vermoeden dat er niet veel CLS-rijders zijn die hun auto regelmatig door bochten jakkeren, maar mocht die enkeling er zin in hebben: het kan’

 
Qua motoren is de keus vooralsnog redelijk beperkt: twee V6’en, een diesel en een benzine. Er komt natuurlijk nog veel meer aan, waaronder een 500, een AMG-versie en de viercilinder diesel die onlangs in de S-klasse werd geïntroduceerd.
 
Wij hebben ons gestort op de nieuwe benzinemotor, de 350 CGI, goed voor een vermogen van 306 pk en 370 Nm koppel. En oh, wat is dat een fijne motor geworden! Bij fel optrekken laat hij een prachtige snerp met een lekker gemeen randje horen, eenmaal op snelheid is het alsof hij een atv’tje heeft opgenomen. Hij is gretig, alert en krachtig zat, wat wel blijkt uit de tijd die hij nodig heeft om de toch bepaald niet lichte auto (1.635 kilo!) naar 100 km/u te krijgen: 6,1 seconden. Helemaal bijzonder is het dat ie daarbij verre van drankzuchtig is; als je een beetje (erg) je best doet, schijnt hij elke 100 kilometer genoegen te nemen met 6,8 liter benzine. De daarbij behorende CO2-uitstoot is slechts 159 gram per kilometer, waarmee hij zomaar, pats, een A-label krijgt toebedeeld. En dat voor zo’n kolos.
 
De CLS 350 CGI wordt standaard geleverd met de bekende zeventraps G-Tronic automaat die ook in deze auto weer prima werk aflevert. Ook standaard is een start-stopsysteem dat uitstekend functioneert. Het knalt er niet om de haverklap in, maar lijkt door te hebben dat je lang genoeg gaat stilstaan om het uitzetten van de motor nuttig te maken.
 
Aan het onderstel van de CLS mankeert hoegenaamd niets. Het is vanzelfsprekend vooral op comfort afgeveerd, ze weten bij Mercedes bij wijze van spreken niet eens hoe het anders zou moeten. De CLS is echter wel duidelijk een fractie minder zacht (harder zou een verkeerd woord zijn) dan de E-klasse waarvan ie is afgeleid; sportiever uiterlijk, dan ook een sportiever weggedrag, was nadrukkelijk de gedachte van de ingenieurs. We vermoeden dat er niet veel CLS-rijders zijn die hun auto regelmatig door bochten jakkeren, maar mocht die enkeling er zin in hebben: het kan. Het kan zelfs heel goed, want hoewel je bij het aanremmen duidelijk merkt dat je de snelheid uit een hele hoop gewicht probeert te halen, helt de CLS eenmaal in een bocht nauwelijks over.
 
We reden de versie met luchtvering (kost extra), en daarmee kun je, zeker na een druk op de sportknop, helemaal als een malle tekeergaan en daarna een uitermate relaxte snelwegrit tot je nemen – best of both worlds. De besturing doet aardig mee aan die beleving. Hoewel Mercedes er altijd voor kiest je niet alles te laten voelen wat die arme voorbandjes meemaken, dat leidt maar af van het comfort, is er voldoende sprake van communicatie.
 
Uiteraard is de CLS afgeladen met zo’n beetje alle denkbare veiligheidselektronica, zó veel dat zelfs het opschrijven van alle afkortingen nog een paginaatje of wat extra zou hebben gekost. We beperken ons dus maar tot de twee nieuwigheden: een dode-hoekwaarschuwingssysteem en een blijf-binnen-de-lijntjes-systeem. Hierin gaat Mercedes een stap verder dan de meeste concurrenten die zulke systemen ook bieden. Mocht je namelijk niet naar de waarschuwing (een trilling in je stuur) luisteren en toch van het padje afgaan terwijl de elektronica dat geen goed idee vindt, dan volgt via het esp-systeem doodleuk een remingreep om je weer op de goede baan te krijgen.
 
Nou snappen we best dat dit soort systemen vooral bedoeld is voor de VS, waar ze a) niet kunnen rijden en b) een overmaat aan saaie, lange rechte wegen hebben waar je inderdaad ongemerkt (want in slaap gevallen) spookrijder kunt worden, maar we worden af en toe een beetje moe van al die bemoeizucht. De CLS is zo mogelijk nog betuttelender dan de Amsterdamse gemeenteraad en het is niet leuk om door je auto na elk kattenkwaadje als een klein kind behandeld te worden. Dat kopje koffie dat je in beeld krijgt als de CLS vindt dat je lang genoeg gereden hebt – het is om moedeloos van te worden. Het goede nieuws: je kunt de (meeste) systemen ook uitzetten. Het hele esp natuurlijk weer niet – dat gaat automatisch na één keer glijden weer aan. Zucht, maar dat is in Mercedessen nu eenmaal al jaren zo.
 

Al met al is de CLS een dijk van een auto. Hij rijdt geweldig, heeft een geweldige motor, is in alles op en top een Mercedes en hij ziet er goed uit – al blijft het moeilijk de vorige te vergeten. Maar hé: dat hoeft toch ook helemaal niet?

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken