Autotest: Peugeot 207 CC

Peugeot is het merk dat het concept bedacht van de cabrio die ook coupé kan worden als een stalen dak verhuist naar de kofferbak. Dat Peugeot dat al in 1936 voor elkaar kreeg is niet bij iedereen bekend.
 
Peugeot had in 1936 met zijn Eclipse de primeur van het stalen kanteldak dat in twee of drie delen door middel van een ingenieus mechaniek én hogere vouwkunst in de kofferbak kon worden opgeborgen. Vreemd genoeg kreeg die Eclipse pas in 1998 een opvolger in de vorm van de Peugeot 20 – een concep-t-model dat op de Parijse auto–salon het nodige opzien baarde. Net als bij de Eclipse werd Peugeot er zowaar woordspelerig van, want fonetisch werd de type-aanduiding ‘vingt coeur’, wat in het Frans ‘winnaar’ betekent. En dat was de essentie van de herontdekte cabriocoupé: consumenten winnen en wel door die in het hart te treffen.
 
In 2000 kwam de 206 CC op de markt, ontdaan dus van alle liederlijkheid en gewoon opgenomen in de cijferreeksen van Peugeot. Alleen de toevoeging CC resteerde en Peugeot dacht aanvankelijk tamelijk naïef dat men daar het alleenrecht mee zou kunnen verwerven. Niets bleek minder waar, want de meeste autofabrikanten hebben inmiddels de wederopstanding van de door de zon verduisterde Eclipse gevolgd en een cabriocoupé aan hun gamma toegevoegd.
Van de 206 CC werden wereldwijd bijna vierhonderdduizend exemplaren verkocht. In de eerste productiejaren moesten klanten gelaten accepteren dat hun nieuwe auto pas na anderhalf jaar kon worden opgehaald. Lastig als je dan minstens één lente en zomer moet laten schieten. Lastig ook voor een dealer die een prijs voor een inruiler moet bedenken die over anderhalf jaar en met nog eens dertigduizend kilometers op de teller nog enigszins reëel is.
 
Cabriocoupés zijn er in alle soorten en maten, maar één ding hebben ze allemaal gemeen: mechaniek en dakdelen nemen zoveel plek in als ze verdonkeremaand moeten worden, dat de kofferbak enorme proporties moet hebben. Je wil als consument immers ook nog een picknickmand mee kunnen nemen als je open rijdt. Designers kunnen eindeloos experimenteren, maar het blijft altijd een dilemma: er moet te veel plaatwerk in te weinig ruimte. De A-stijlen kun je heel ver doortrekken om het dakpaneel kort te houden. Daarmee wordt het voor de meeste bestuurders onmogelijk om de auto zonder hoofdletsel te verlaten. Ook kun je de ontwerpers laten experimenteren met daken in twee of in drie delen.

Het is lood om oud ijzer: elke cabriocoupé kampt met zwaarlijvigheid op een plaats waar dat bij een auto extra detoneert: de achterzijde. Juist bij coupés – doorgaans toch auto’s met een lange neus en ver naar achter geplaatst interieur – misstaat zo’n lompe kont. Bij sommige cabriocoupés is het kofferdeksel zelfs langer dan de neus. Gratis Top Gear-tip: vouw het dak naar voren! Voor de cynici die geen vertrouwen hebben in Franse techniek is het goed om te weten dat het hele mechanisme wordt geproduceerd door het Duitse Edscha AG, waar zo’n beetje alle fabrikanten hun klapdaken vandaan halen.

 
Ook voor de opvolger van gangmaker 206 CC gelden bovengenoemde ongemakken. Natuurlijk heeft Peugeot van alles verbeterd: 39 liter meer bagageruimte als de 207 een coupé is, 11 liter meer als hij cabrio is. De torsiestijfheid is 30 procent beter dan bij de 206 CC. En de zitpositie van bestuurder en passagier is lager zodat je niet al te veel hinder ondervindt van de dakrand voor je. Peugeot zegt bovendien dat de torsiestijfheid en het weggedrag van de 207 CC nauwelijks verschillen als je hem van coupé naar cabrio omtovert. Dat is best een bijzondere prestatie, want er gebeurt natuurlijk van alles met een auto als je verbindingen verduistert. Dak en achterruit wegen samen 40 kilo en dat hele zaakje wordt ongeveer een meter naar achteren verplaatst. Kan consequenties hebben voor bijvoorbeeld de wegligging…
 
Gebleven zijn natuurlijk de ongemakken van een cabriocoupé, al zullen de liefhebbers die graag op de koop toenemen. Het zijn ook tamelijk onoplosbare problemen, die ongemakken, anders zouden de fabrikanten echt wel een list hebben bedacht. Waar wil je bijvoorbeeld de handgreep voor de passagier monteren als hij houvast wil vinden in een snelle bocht? Het is niet voor niets dat Peugeot er niet aan denkt om de 175-pk versie in de 207 CC te monteren: de auto is niet bedoeld als sportieve racer, meer als relaxte cruiser.
 
Ook de achterstoelen zijn in een compacte cabriocoupé niet meer dan een vage herinnering aan die in een vierpersoons auto. Ja, er zitten gordels, zelfs airbags, maar je doet dat geen kind aan. Zeker je eigen kind niet. Maakt ook eigenlijk niet uit, want je kunt daar maar beter de windafvanger monteren die Peugeot nota bene als peperdure optie (driehonderd euro!) levert. Dan kan er definitief niemand meer zitten, maar hij doet zijn werk naar behoren. Het ding is eigenlijk onmisbaar en des te onbegrijpelijker is het dat Peugeot je ervoor laat bijbetalen. Wél krijg je er een fraai hoesje bij om hem in op te bergen in de kofferbak. Wat ook fijn is: mocht je de kap snel willen sluiten (vergt dik twintig seconden, maar kan wel met een snelheid van maximaal 10 km/u), dan zit de windafvanger niet in de weg.
 
Rijden doet de 207 CC bijna net zo goed als de drie- en vijfdeurs versies. De vering is iets te stoterig en hard. De torsiestijfheid lijkt in orde, want piepjes en kraakjes blijven uit. In bochten merk je dat de 207 CC voor een compacte auto wel een erg zware jongen is geworden: bijna 1.400 kilo, schoon aan de haak.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken