Autotest: Rolls-Royce Ghost

Niets ten nadele van Maybach of Bentley, maar wie dat soort geld heeft en géén Rolls koopt, heeft het niet helemaal begrepen.
 
Er zijn niet veel merken die worden omgeven met de magie, klasse en ongenaakbaarheid van Rolls-Royce. Je kunt Ferrari’s protserig vinden, Lamborghini’s te veel van het goede, maar een Rolls is van een compleet andere orde. Het merk lijkt volstrekt immuun voor alle vreselijkheden die je jezelf kunt aandoen of die je aangedaan kunnen worden.
 
Alleen maar bespottelijk dure auto’s maken – veel merken hebben het geprobeerd, niet één heeft het overleefd. Alleen Rolls-Royce kwam ermee weg gedurende ‘t hele decennia gewoon te vertikken om te vertellen hoeveel vermogen hun auto’s hadden (voor de enkeling die 200 jaar geleden door aliens is ontvoerd, zojuist is teruggebracht en dus als enige een geldig excuus heeft het niet te weten: het standaard antwoord op die vraag luidde ‘genoeg’). Merken als Jaguar en Saab kregen te maken met bijna-fatale imagoproblemen toen ze werden overgenomen door andere merken. Niemand kocht een X-type omdat het een vermomde Ford Mondeo zou zijn, en een verjaardagsfeestje was voor de gemiddelde Saab 9-3-rijder een ware martelgang, mikpunt van hoon en spot als hij was omdat hij in een getravesteerde Opel Vectra reed. Onzin natuurlijk, maar om die reden is Saab inmiddels wel Nederlands en Jaguar Indiaas. Rolls-Royce werd echter gekocht door BMW (Duitsers nota bene) en zie: slechts een heel enkele nuffige, oudbakken Lord liet het merk er links om liggen.
 
Nu zijn wij, je kent ons, niet alleen wars van status en imago, maar nog eens gezegend met een uiterst Nederlandse dosis scepsis. Dus uiteraard zeiden we luidkeels ja op de vraag of een rondje met de nieuwe Rolls-Royce Ghost misschien leuk was. Om aansluitend in een semi-diep gepeins te verzinken. Natuurlijk, leuk, een Rolls, maar zou ie ook echt voor 350 duizend euro leuk zijn? Kán dat überhaupt? Hoe veel van de mystiek rond het merk, waar we heus gevoelig voor zijn, is voor altijd verdwenen als de kennismaking tegenvalt? Is dat hele Rolls-Royce niet gewoon een hype die al een eeuw duurt? Handgemaakt? Door Beierse Mädel dan toch zeker? En welke zwakbegaafde heeft de term baby-Rolls uitgevonden voor een auto die nog 20 centimeter langer is dan een verlengde Mercedes S-klasse?
 
Die laatste vraag blijft als een vuurtoren overeind als we op de Ghost aflopen – wat een kolossaal apparaat. De ontwerpers hebben overduidelijk hun uiterste best gedaan om de auto een vloeiender en snellere coupélijn te geven, en niet zonder resultaat hoor. Maar met name van voren en opzij doet de Ghost vooral wat Rollses al tientallen jaren als geen ander doen: imponeren. De enorme grille met de eigenlijk veel te kleine maar daardoor wel gemene koplampen, de ellenlange, vierkante neus met de fameuze Spirit of Ecstasy (waarschijnlijk het bekendste beeldje ter wereld) voorop: dan kun je nog zo sceptisch zijn, het raakt je toch. Dat blijft zo gedurende het kwartier dat je nodig hebt om om de auto heen te lopen. Hoe kan iets dat zó groot is toch zo elegant zijn?

‘Het rijden in de Ghost is het laatste zetje dat we nodig hadden om ook de laatste twijfel overboord te zetten’

 
Dan moet het ergste nog komen, want de portieren zijn nog niet eens open. Ze openen, net als bij de Phantom, als kluisdeuren – niet eens zo’n gekke vergelijking, want het interieur is de ware schatkamer van de Ghost. Alles is even onberispelijk afgewerkt en je kunt je hooguit onwelkom voelen uit angst dat je iets vies zou kunnen maken met je onwaardige handjes. Er zijn zeeën van ruimte, achterin, maar ook voorin. Mocht Lurch van The Addams Family het chaufferen zat zijn, dan kan ook hij achterin onderuitgezakt zitten.
 
Het verhaal wil dat het leer waarmee zo’n beetje alles, op de ruiten na, bekleed is, afkomstig is van heel lieve koeien die op de grazigste weiden hun leven lang hebben doorgebracht met het herkauwen van hun lievelingskostje terwijl ze Farmville speelden en luisterden naar country & western. Na door middel van plumeaus aan hun eind te zijn gekomen, is hun leer door tandeloze vrouwtjes uit één bepaald dorpje in West-Yorkshire exact op maat gebeten (een tijdrovend en precies karwei, dat begrijp je), waarna het liefdevol in de Ghost is verwerkt. Of het verhaal helemaal klopt weten we niet, maar het voelt wel zo. Hetzelfde geldt voor alle andere materialen en de manier waarop ze zijn aangebracht. Onvergelijkbaar met wat dan ook. Op één ding na.
 
We hadden het kunnen weten toen we de grote ronde knop op de middenconsole zagen – die is dan net iets anders vormgegeven, maar alles wat je ermee kunt doen, is één op één BMW’s iDrive-systeem. Tot en met de bijbehorende waarschuwingsbliepjes en -piepjes aan toe. Hetzelfde navi-systeem als in een 316i, dat is dan weer een beetje jammer.
 
Het rijden in de Ghost is het laatste zetje dat we nodig hadden om ook de laatste twijfel overboord te zetten. Eigenlijk rijdt ie precies zoals je zou denken: ultracomfortabel, statig, fluisterstil (nee, zelfs het klokje hoor je niet), misschien met dat tikje afstandelijkheid dat je als adellijk grootgrondbezitter van je personeel verwacht – het moet natuurlijk allemaal niet te amicaal worden.
 
De automaat, die je via een stengel aan de stuurkolom bedient, schakelt zacht en onmerkbaar en houdt de toerentallen zo laag mogelijk – wat vrij makkelijk gaat als je kunt kiezen uit acht versnellingen. De luchtvering filtert met glansrijk succes elke hobbel, bobbel of richel uit het wegdek. Tot je je schroom opzij zet en het gaspedaal intrapt: dan blijkt de 563 pk en 780 Nm sterke V12 opeens geen enkele moeite te hebben met de bijna 2.700 kilo die de Ghost weegt. In 4,9 seconden kun je 100 km/u doen – een onvoorstelbare Porsche-tijd, en dat in een rijdend paleis van kamerbreed drijfzand-tapijt.
 
Maar waarom zou je? Met elke kilometer die je rijdt maakt een overheersender gevoel van onafhankelijkheid zich van je meester. Wie doet je wat? Laat ze, de hijgerige Golfjes en Leons, die lease-BMW’s met hun chronische haast, de gillende Ferrari’s en de omaatjes in hun Cuores, laat ze. Jij rijdt, nee zweeft ergens tussen hen in, maar tegelijkertijd mijlenhoog boven ze. Laat de wereld woeden – jij komt er wel. Jij hebt, in tegenstelling tot de nouveau riche Bentley-boys, de bestuursvoorzitters in hun 7 of S, en ook de wannabe’s in hun Maybach, helemaal niets meer te bewijzen. Jij rijdt Rolls-Royce.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken