Speedweek 2013: Audi vs Mercedes

Een RS6 versus een SLS Black? Is zeker een vergissing. Nou nee, want de über-station en de über-supercar hebben meer gemeen dan je denkt.

De gedachte die nu als eerste bij je opkomt, is waarschijnlijk dezelfde als die van mij toen we de tests voor de Speedweek samenstelden. RS6 versus SLS Black. Het is nou niet direct yin en yang, toch? Jammer voor de vijfdeurs Avant, denk je vervolgens, wanneer deze wordt geconfronteerd met de taak om aan treden tegen een van de meest angstaanjagende circuitwapens die zich ooit een weg uit de fabriek in Sindelfingen heeft gevochten. De SLS Black zou gemuilkorfd moeten worden. Dit wordt een gevecht van een vos tegen een haas, gewapend met niets meer dan een zacht gevoerde poot en een paar flaporen. De RS6 wordt levend gevild.

We komen later terug op hoe het beide auto’s verging op het circuit, maar ik denk dat je een flauw vermoeden hebt hoe dat zou kunnen aflopen. Dus laten we eerst even terug gaan naar het begin, want zoals je al eerder in de verhalen van Speedweek 2013 hebt kunnen lezen, zijn deze auto’s niet op magische wijze tevoorschijn getoverd op het Circuit de Charade. We reden ze hier naartoe over de Alpen en daarvoor op de Duitse Autobahn – omstandigheden die ons een essentiële basis verschaften om te ontdekken waar elke auto voor staat en wat ie kan. Tevens verschafte het ons een goed beeld van het land waar ze uit voortkwamen. Een land, met name, met compleet afwezige snelheidslimieten en zeer goede wegen met veel rijstroken.

Nog niet zo lang geleden heb ik een nacht doorgebracht in een SLS Black, dwars door de duisternis van Zuid-Frankrijk richting het AMG-hoofdkwartier ten noorden van Stuttgart. In mijn herinnering was het een helse rit, waarin ik permanent van rijstrook wisselde en vocht tegen mijn sluimerende synapsen. Oh ja, en bij meer dan 200 km/u begon de auto op een gegeven moment te aquaplanen, waardoor een fotograaf begon te piepen als een baby.

Dit is exact dezelfde auto, maar bij daglicht lijkt ie veel vriendelijker – nog niet echt knuffelbaar, maar wel alsof ie z’n klauwen heeft ingetrokken. Toch is het niet een auto die je moet tarten, want hij behoort behandeld te worden met respect en omzichtigheid. Vergeet niet dat dit een heel andere auto is dan de ‘gewone’ SLS. Ik denk zelfs dat de kloof tussen beide uitvoeringen misschien wel nog groter is dan die tussen een Audi A6 TDI en een RS6.

Weet je wat de praktijk uitwees? Dat de SLS er iedere meter van de reis enorm hard aan moest trekken om gelijke tred te houden met de RS6. De Audi, met z’n twinturbo en onmogelijk gespierde carrosserie, schiet gaten in de verkeersstroom en doet dat met minimale inspanning. In de SLS moet je alerter zijn: je kunt niet zomaar hard op het gaspedaal trappen om als een speer richting je einddoel te knallen – je moet nadenken over versnellingen en tractie en camber en wegoppervlak en over het rijden van zo’n apparaat. De auto is veeleisend en de RS6 is dat gewoon niet. In de Audi volstaat het hebben van een rijbewijs, de auto zorgt voor de rest. Je wordt ingebed in een quattro-wieg en op afstand gehouden van de werkelijke gang van zaken als gevolg van allerlei isolerende lagen, differentiëlen en vlezige bekrachtigers.

In de echte wereld zijn beide auto’s even gewillig om snelheid te ontwikkelen. Het koppeloverschot van de Audi compenseert de macht van de Mercedes en diens gewichtsvoordelen. De broederlijke arm om je schouders van de Audi werkt bemoedigend tijdens gevaarlijke bergpassen – iets wat compleet ontbreekt in de bloeddorstige Mercedes. De Audi zorgt ervoor dat hard rijden veilig voelt, terwijl de SLS het gevaar verheerlijkt. We reden 250 km/u in beide auto’s. In de Audi was het een bijna nonchalant iets, de naald kroop voorbij de 250 terwijl ik fotoverzoeken besprak met de fotograaf. In de SLS kan ik me niet eens meer herinneren dat ik adem haalde.

Wat deze vergelijking nou zo interessant maakt, is wat er gebeurde toen we aankwamen bij het circuit. Gezien het feit dat de Black als straatauto nauwelijks zindelijk is, zou je denken dat ie een vroege kans zou pakken om achterwaarts tegen iets hards aan te schuiven. Onder soortgelijke omstandigheden zou de standaard SLS dat inderdaad doen, want body control is niet z’n sterkste kant.


Dus kijk ik toe hoe mijn collega’s de SLS Black behoedzaam benaderen. Ze ‘lezen’ de serieuze kenmerken, de Michelin Cup-banden, de koolstof delen, de gekke deuren en bekijken misschien wel een van de meest opwindende productiemotoren die er ooit is geweest. Ze weten dat het rijden met deze auto hen in staat zal stellen om hun Le Mans-fantasieën waar te maken, maar ze zijn tevens bang voor de gevolgen van een eventuele fout. Niemand vreest de Audi. Mensen stappen in en gaan meteen hard. Ik wed dat er genoeg mensen zijn die sneller rond Charade rijden in de RS6 dan in wat dan ook. Ik weet ook zeker dat ook een aantal van hen zich een of meer keer heeft verremd voor een bocht en zich vervolgens geschokt heeft gerealiseerd dat de mate waarin de biturbo V8 in staat is om snelheid te genereren toch wel groter is dan ze dachten.

Gelukkig heeft deze RS6 keramische remmen. Voor een auto van 1.935 kilo is dat pure noodzaak. Ze worden nog steeds zo ongelooflijk heet dat één afkoelronde nooit genoeg is. Wanneer je eenmaal hebt gelachen om hoe warm en rokerig de remmen worden, je hebt verwonderd over de tractie bij het uit-accelereren van langzame bochten, over het bos-ontwortelende koppel en het machinegeweer-achtige geknetter van de motor wanneer die in z’n toerenbegrenzer schiet en de uitlaat luidruchtig protesteert, weet je waar je aan toe bent. Degenen die proberen sneller te gaan, zouden onderstuur rapporteren, maar, zelfs voor degenen die niet proberen om de Aventador bij te houden op het rechte eind, ontstaat er een gevoel dat de Audi niet echt weet hoe het op een andere manier ook zou kunnen.

Later die middag ging ik terug naar de pitstraat om te zien welke auto de anderen zouden gaan rijden. Na drie ronden in de Audi voel je de auto vrij goed aan, maar drie ronden in de SLS zijn nauwelijks genoeg om je in de buurt van de mogelijkheden van de auto te laten komen. Het was eigenlijk alleen maar genoeg om aan te tonen dat van alle plekken waar we de Black hadden gereden, dit de enige was waar het echt zinvol is. De auto kan meekomen in de echte wereld, maar probeert je permanent te verleiden verder te gaan en meer te proberen. Toch grijpt vroeg of laat je geweten in.

Op Charade vormen de korte versnellingen geen probleem – het betekent alleen dat je vaker moet schakelen in plaats van dat je het gevoel krijgt dat ie nogal lawaaiig is. Het geratel van de aandrijflijn – dat nogal op je zenuwen werkt op de openbare weg – klinkt hier simpelweg als pure motorsport. En de stekeligheden van zijn persoonlijkheid, het stugge, springerige karakter? Compleet verdwenen. Op Charade is de SLS de baas. Niets voelt beter voorbereid voor het circuit, niets valt het met zoveel gretigheid aan en niets is zo competent. Dit is een auto die je de complete endurance-race-ervaring biedt: kuipstoel, borderline claustrofobische cabine, eindeloze motorkap, ongebreideld motorvermogen. Maar het is geen beangstigende auto – hij is zelfs vriendelijk.

De RS6 helpt bij het nemen van de juiste beslissingen door je af en toe te laten schrikken bij het aanremmen van een bocht, of door je net te ver naar buiten te laten uitwaaieren door zijn enorme massa – de Black doet het door ervoor te zorgen dat de communicatielijnen duidelijk en open zijn. De besturing – te hyperactief op de openbare weg – is nu een wonder van transparantie; de tractie is enorm en als de auto al begint te glijden, gebeurt dat op soepele wijze en waarschuwt het onderstel ruim tevoren. De balans van de auto is uitzonderlijk, de remmen krachtiger en mooier dan die van alle andere auto’s in de pitstraat, inclusief een Formule Ford. Elke apex die je aanvalt, verandert in goud in de SLS Black. Het is de enige auto waarmee ik de hele nacht door zou willen rijden.

Ik vind de SLS Black verslavend. Dit is de auto die ik neem voor een laatste stint, gewoon om te horen hoe de atmosferische 6,2-liter V8 gromt en brult als een T-Rex. Maar dit keer is er iets mis. Het geluid dat ik hoor is rauwer en nauwelijks gedempt. Even ben ik ervan overtuigd dat de Mercedes z’n volledige uitlaatsysteem is kwijtgeraakt, van het spruitstuk tot de einddemper. Maar dan schiet er vanachter de pitmuur iets anders het circuit op. Iets kleins, iets roods en iets onmogelijk luidruchtigs.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws