Stadsauto van het Jaar 2020

De Honda e neemt het op tegen de Fiat 500e om de strijd voor de titel

Sommigen beweren dat het concept ‘stadsauto’ z’n beste tijd heeft gehad. Auto’s zijn niet op hun gemak in moderne steden, want moderne steden zijn niet ingericht op auto’s. De hoofdwegen nabij TopGears Britse hoofdkantoor zijn afgeknepen door busbanen en fietsstroken, en de ruimte die er nog overblijft, wordt volgestouwd met Uber-Priussen. Je moet een flinke duit betalen om er te mogen rijden, en nog meer om te mogen parkeren. Denk dus drie keer na voor je met de auto zo’n stad in gaat – je bent sneller en goedkoper uit met een tweewieler.

Maar als je dan tóch gaat autorijden, dan is een kleine EV de aangewezen keuze om zo min mogelijk met al die ellende te maken te hebben. Met de Fiat 500e en Honda e piep je door nauwe straatjes en claim je de krapste parkeerplekken. Elektrische auto’s ontlopen de milieuheffing en mogen vaak gratis parkeren, zolang je ze aan een laadpaal hangt. Omstanders begroeten deze twee met een glimlach omdat ze grotendeels stil en schoon zijn, en hun design draagt bij aan een vriendelijk stadsgezicht. Bovendien zijn ze, binnen de beperkingen van de stad en de ring eromheen, hilarisch om te rijden.

Honda e vs Fiat 500e: het ontwerp

Ze doen hun ding op verrassend verschillende manieren. Autotypes noemen de Honda e een ‘retromodel’, maar geen normaal persoon zal naar ’m kijken en denken dat ie ergens naar teruggrijpt – eigenlijk is ie gewoon ontzettend modern. Het ontwerp van de Fiat 500e is juist wel het logische gevolg van een lange en geliefde modelgeschiedenis. Beide zijn talentvol getekend, maar de Honda steekt erbovenuit, vooral omdat het vreselijk moeilijk is om zoiets simpels vorm te geven zonder dat het naïef of onhandig overkomt.

Honda heeft dan misschien naar midden-20e-eeuwse stijlen gekeken voor de aankleding van de cabine, maar om het geheel echt retro te maken, hadden ze een batterij bolle zwart-witschermen moeten installeren, als in de controlekamer van de Apollo-missies. In plaats daarvan monteerden ze zes flatscreens met een eenvoudige lay-out en bediening, plus echte knoppen voor bepaalde zaken die je in de stad regelmatig nodig hebt, zoals parkeercamera’s. In de Fiat is het aantal vierkante meters scherm minder groot, maar de bruikbaarheid net zo goed. Beide interieurs voelen premium aan, ondanks wat hard plastic hier en daar: dat in de Fiat is van het gruizige, krasserige bruine soort dat je nog kent uit je oude Bravo, in de Honda is het glimmend zwart spul dat in een Concerto niet zou misstaan.

Ze rijden niet hetzelfde

Onder dat alles is de architectuur van beide auto’s verschillend genoeg om twee heel andere rijkarakters teweeg te brengen. De Honda is laag en heeft achterwielaandrijving, dus z’n bagageruimte, waar de motor onder ligt, is ongeveer zo diep als een handschoenkastje. Niet echt een geschikte auto als je jezelf regelmatig van een winkeltherapiesessie bedient. Aan de voorkant verwacht je misschien een ‘frunk’ onder de kap te vinden waarin je nog een en ander kwijt kunt. Maar nee: het zit daar vol met elektronica van een hoog voltage. Bij de Fiat kregen ze het voor elkaar om in dezelfde ruimte de elektronica én de motor onder te brengen.

Het verschil komt grotendeels doordat de voorwielen van de achterwielaangedreven Honda verder naar voren staan, waardoor de voorstoelen ook verder naar voren geplaatst konden worden, ook al zit je lager en met je benen vooruit. De e voelt vanbinnen sportief aan. In de Fiat ligt de motor voorin, waardoor de voeten van de bestuurder naar achteren worden gedwongen. Je zit hoger en meer rechtop, meer over het stuur gebogen, en je heupen bevinden zich verder naar achter, waardoor er ook achterin minder ruimte is. Het afgeronde dak snoept daarnaast wat hoofdruimte van de achterpassagiers af. Kort samengevat: in de Honda vervoer je mensen, in de Fiat spullen.

De Honda e is leuker voor de bestuurder

En de mens achter het stuur van de Honda zal het ook beter naar zijn zin hebben. Dit is echt zo’n auto waaraan vanaf moment één alles lijkt te kloppen. Je wordt verwelkomd door een omsluitende stoel, je benen en armen ontspannen zich, de besturing en pedalen nemen je intenties precies goed over. De hele auto beweegt zich met je mee, wendbaar maar stabiel. Gooi ’m vol overgave een rotonde op en de voorwielen geven aan dat ze geleidelijk naar buiten willen glijden. Spreek al z’n koppel aan en de achterwielen doen hetzelfde. Hij is misschien niet snel, maar hij is wel lenig.

Z’n banden rollen stilletjes over het wegdek en de ophanging schaaft de scherpe randjes van kapotte straten en slordige buitenwegen. En de e blijft ook bij hogere snelheden prima in z’n hum. Hoewel je waarschijnlijk weet wat we nu gaan zeggen. Nee, nog niet. We zullen het straks over z’n bereik hebben.

Met de Fiat 500e door de stad

Eerst een stadsdansje in de Fiat. Hij is niet zo vlot, maar het verschil tussen deze twee is zo klein dat het er niet echt toe doet, tenzij het glad is – dan zal de voorwielaangedreven 500 sneller tractieproblemen vertonen. Je loodst ’m niet door stadse chicanes op dezelfde vloeiende manier als de Honda – na een beetje hellen en piepen komt het ESP van de 500 de boel al snel in toom houden. Het kan ook zomaar zijn dat je dat hebt uitgelokt door onnodig veel te sturen, aangezien de bekrachtiging zo sterk is. Het veercomfort is ook wat rillerig, en het effect van de hel- en duikneiging wordt versterkt doordat je zo hoog zit.

Maar hij doet het zeker niet slecht. Net als de Honda is de 500 stil en accelereert hij progressief. Hij weet je uitstekend te kalmeren wanneer het stadsverkeer je tot wanhoop dreigt te drijven, en geeft je een dosis levenslust wanneer er een gaatje ontstaat om tussen te kruipen.

Als dat gaatje toevallig bestaat uit de ruimte tussen twee steden, dan kun je van de Fiat-accu op aan. Op de snelweg – aangenomen dat je deels 110 km/u rijdt en deels wordt opgehouden door verkeer, wegwerkzaamheden en trajectcontroles – red je het zomaar 260 à 270 kilometer. Daar kun je in deze volgebouwde lage landen nog eens een ritje voor inplannen. Uiteraard heb je daarbij de beschikking over de gangbare rijassistenten. In verkeer in en om de stad kun je op een warme dag zonder twijfel de WLTP-opgegeven actieradius halen.

Dat lukt met de Honda ook – al kun je daarmee op een lading waarschijnlijk net 160 kilometer snelweg afleggen. En natuurlijk kun je in een EV niet tot 0 procent lading doorrijden, of hem even tot 100 procent snelladen (na 90 procent gaat het laatste stukje langzaam). Een lange afstand met de Honda afleggen betekent dus ongeveer een uur laden voor elk uur rijden. Dat is voor velen een deal-breaker.

Welke auto is de winnaar?

Het grotere rijbereik van de Fiat maakt hem tot een ‘echte auto’, naast een slim in elkaar gestoken en vermakelijke vervoersmodule voor de stad. Maar in veel huishoudens is het maken van langere reizen niet de taak van de kleine auto. Het is onmogelijk om in één dag 160 kilometer in en om een stad af te leggen, maar de Honda is zeker de vrolijkste en de beste manier om het te proberen. En daarom is de Honda e onze Stadsauto van het Jaar 2020.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken