Autotest: ECE e-C1

Electric Cars Europe uit Lochem bouwde een Citroën C1 om naar een elektrische auto. Ambitieus? Ja. Een succes? Nee.
 
Wanneer een concept een tijdlang op de markt is, verdwijnen de rotte appels vanzelf. Fabrikant A dacht misschien dat hij goed bezig was, maar fabrikant B doet het toch echt beter; en als A niet aan zijn eigenwijsheid ten onder wil gaan, zal hij zich moeten aanpassen. Hierop berust ook de vaak gehoorde uitdrukking dat ‘er eigenlijk geen slechte auto’s meer zijn’. Ze tuffen immers al meer dan 100 jaar rond; wat echt niet deugde, heeft allang het onderspit gedolven.
 
Met de elektrische auto gaan we een nieuw tijdperk in. Het feit dat dit idee óók al 100 jaar oud is, doet er even niet toe; auto’s op batterijen zijn immers nooit aangeslagen bij het grote publiek. Tot nu, want sinds kort vinden we CO2 allemaal vies en krijgen we nachtmerries van olie. Ook is er inmiddels een overvloed aan geschikte technologie voorhanden, zoals de lithium-ionaccu, die je extreem vaak kunt opladen en leegtrekken en waarop je verder kunt rijden dan het eind van de straat. Het is dé tijd voor ons, weggebruikers, om met z’n allen een dikke overheidssubsidie te scoren en in een elektrokar stappen. Zo lang we maar niet vergeten dat op dit vlak lang nog niet alle appels even sappig zijn.
 
Onlangs reden we met de elektrische zusjes Mitsubishi i-MiEV en Citroën C-Zero, en met de Nissan Leaf. Dit zijn de eerste elektrische auto’s die niet alleen massaal verkrijgbaar zijn, maar ook daadwerkelijk verkocht zullen worden. Ze hebben een aardige topsnelheid en een (soort van) acceptabele actieradius, maar ze zijn behoorlijk aan de prijs. Die investering haal je er echter alweer uit als je er zo’n 300 meter mee rijdt, zo ontzettend goedkoop zijn ze in gebruik (stroom kost weinig), onderhoud (nauwelijks nodig) en belastingen (helemaal niets). Bovendien geeft de gemeente Amsterdam, mits je daar woont natuurlijk, je zomaar ruim 10.000 euro én je eigen oplaadpaal cadeau als je een elektrische auto koopt. De markt kan niet wachten.
 
In het Nederlandse Lochem huist ECE, Electric Cars Europe. Dit bedrijf houdt zich sinds 2008 bezig met het ombouwen van standaard vervuilmobielen, zoals de Lotus Elise en de Volkswagen Golf, naar elektrische lieverdjes. Hun nieuwste creatie is deze e-C1 (staat voor ‘easy one’, leuk), die de markt van brandschone stadskarren op zijn kop moet gaan zetten. Qua prijs zit hij op hetzelfde niveau als Citroëns eigen C-Zero; alleen is ie al vanaf september 2010 te bestellen, terwijl de C-Zero nu pas de showrooms begint binnen te druppelen. Voor de echte pioniers, dus.
 
We reden de e-C1 in de hoop een echt Hollands ei van Columbus te ontdekken, een simpel vaderlands antwoord op alle luchtkwaliteitsproblemen. En inderdaad: hij stoot niets uit. Maar daarmee eindigt onze lofzang.
 
Omdat we kort geleden nog in de C-Zero reden (en er weinig andere keuzes zijn), is dit automatisch dé concurrent waarmee we de e-C1 vergelijken. Alleen: het is geen vergelijking. Waar de vlotte Citroën ons binnen een minuut aan het grijnzen had, zitten we in de e-C1 met een chagrijnige rotkop achter het stuur. Al-le-machtig, wat is dit ding traag. Er is werkelijk geen gang in te schoppen.

‘Volgas op de snelweg zien we elke 600 meter de acculading met een procentje wegtikken’

 
Bij elektromobielen is al het koppel over het gehele toerenbereik beschikbaar, iets wat duidelijk te merken was bij de C-Zero. Tussensprintjes tot zo’n 80 km/u doet die auto met verve, maar ook hier is met de e-C1 geen eer te behalen. Tussen de 20 en 40 km/u zit er nog wel enigszins vaart in, maar daarboven houdt het echt op. Snelwegopritten, of zelfs vanuit een zijstraat de provinciale weg op rijden, worden op deze manier heel hachelijke avonturen. Op je knieën invoegen zou veiliger zijn.
 
We willen zeker weten dat onze zintuigen ons niet bedriegen, dus zetten we de e-C1 stil om de acceleratietijd van 0 naar 100 km/u te meten. De C-Zero doet dit kunstje in 15,9 seconden, maar de e-C1 heeft dan amper de 70 aangetikt. 100 km/u staat niet eerder op de klok dan na – hou je vast – 36 seconden. Zelfs een Lelijke Eend heeft meer pit, en bovendien ook een hogere topsnelheid: bij 105 km/u is de elektrische koek op. Vooruit, 110 in de slipstream van een dikke Voyager, maar meer krijgen we er niet uit.
 
Dit betekent dat je buiten de bebouwde kom eigenlijk altijd met het pedaal op de vloer moet rijden om met het verkeer mee te komen, en dat is niet bevorderlijk voor het verbruik. Volgas op de snelweg zien we elke 600 meter de acculading met een procentje wegtikken. De opgegeven actieradius van 120 kilometer halen we nooit op deze manier, dus nemen we verbolgen de eerste afrit.
 
De e-C1 remt nauwelijks op de motor – iets wat de C-Zero wel doet om zichzelf een beetje bij te laden – waardoor je ‘m beter niet in een heuvelachtig gebied kunt rijden. Het schijnt dat zijn remmen wel regeneratief werken, maar we zien nergens of en hoeveel energie er terugvloeit naar de accu’s.
 
Het interieur van de e-C1 is nagenoeg standaard gebleven, op de versnellingshendel na. Die kent nu twee standen: vooruit en achteruit. Ook is de toerenteller veranderd in een display dat de acculading laat zien; zoals gezegd tot op de procent nauwkeurig, wat te prijzen valt. Verder valt ons op dat de auto soms wat rare geluiden maakt. Het schijnt dat de rembekrachtiging af en toe te horen is, maar we ontwaren nog minstens twee andere bronnen van gereutel, getik of gezoem. Fluisterstil is ie dus ook al niet.
 
Begrijp ons niet verkeerd: we vinden het prachtig dat een klein bedrijf als ECE gewoon ‘even’ een elektrische auto heeft neergezet, nog vóór de grote fabrikanten met alternatieven kwamen. We begrijpen heel goed dat zij zich niet kunnen veroorloven om er meer of betere technologie in te stoppen dan de verkoopprijs terugbetaalt. Hier is de nieuwsflits: het zal de consument worst zijn. Die koopt gewoon het beste wat hij voor zijn geld kan krijgen, en dat is dit niet.
 
Volgens ECE is de e-C1 uniek, omdat het geen raar gevormd elektro-apparaat is waarin je voor schut rijdt, maar een normale auto. Daar hebben ze gelijk in; maar wat heb je aan een normale auto als je hem niet normaal kunt gebruiken? We gaan duizendmaal liever voor zo’n schriele C-Zero of i-MiEV, want die zijn sneller, verfijnder en komen verder op hun accu’s – voor nagenoeg dezelfde prijs. In deze nu nog schaars gevulde appelmand zijn zij felrood en puntgaaf. Van de e-C1 durven we geen hap te nemen.
 
 
05
20
Specificaties

Specificaties: e-C1

 
Leuk
acculading in procenten
 
Niet leuk
de rest
 
TopGear-vonnis
Misschien aardig als milieuvriendelijk alternatief
voor je brommobiel. Verder niet
 
Prestaties  
0-100 km/u in 36,0 sec., top 105 km/u, verbruik n.v.t.
 
Techniek  
elektromotor/voorwielaandrijving/piek: 52 pk (continu: 15 pk), koppel n.b./1.140 kg/0 g/km CO2
 
Doen!   
de meest luide radio

Niet doen   
dakspoiler (dat kun je niet menen)

Prijs NL: € 35.694
Prijs BE: n.n.b.
 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken