Uitgelicht: Ford GT vs Ford Focus RS

We hebben altijd geweten dat iemand ooit een hatchback zou bouwen die zo snel is als een supercar. Is de nieuwe Focus RS die auto? En wat gebeurt er als de supercar wordt bestuurd door The Stig?
 
Iedereen die zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige speculaties over details van de nieuwe Focus RS kan nu uit de kast komen. Ford heeft zijn onmiskenbare reputatie waargemaakt met een turbosnelheidsmonster van de allerbovenste plank. De nieuwe RS is niet domweg goed, hij is waanzinnig goed.
 
Goed, dat hebben we vast gezegd. Laten we nu op de hoofdzaken ingaan, want tot nu toe is er veel besmuikt gespeculeer geweest over de aandrijflijn. Driehonderd paardenkrachten in een auto met voorwielaandrijving. Echt waar? Ja, echt waar. En het ‘Quaife Automatic Torque-Biasing Limited Slip Differential’ ofwel ‘QATBLSD’, eh, is kortweg beter dan de meeste systemen voor vierwielaandrijving. Niet beter dan alle, maar beter dan de meeste. Deze voorwielaandrijver voelt natuurlijker en gewilliger aan dan bijvoorbeeld een vierwielaangedreven Golf of Subaru. Dat zijn grote woorden, maar hoe kunnen we die waarmaken?
 
Een demonstratie lijkt op zijn plaats. Dus verwelkomen we The Stig en de Ford GT in Stig-uitvoering op de kronkelende, hobbelige asfaltwegen boven Monaco, in Zuid-Frankrijk. Ik tegen Zij, en Zij hebben meer vermogen, meer vaardigheid en minder verbeelding dan ik. Je zou zeggen dat ik mezelf belachelijk ga maken. Maar nee, dat wordt al snel duidelijk als ik mezelf nestel in de heupvaste Recaro’s, de tractiecontrole uitschakel en hem door de eerste drie versnellingen op zijn staart trap in een soort alles of niets-poging. En onmiddellijk luidt het oordeel: whoepa!
 
Deze nieuwe Focus RS is met 300 pk en een geavanceerd sperdifferentieel op een bochtig bergweggetje iets sneller dan een Ford GT met 500 pk. Ook al is de GT met om en nabij 1.800 kilo veel zwaarder dan de Focus, we hadden niet verwacht dat hij de prestaties van de supercar zou kunnen evenaren. Whoepa.
 
Oké, ik heb weliswaar The Stig niet verslagen, al zou ik graag anders hebben beweerd om die arrogante onverschilligheid van zijn nietszeggende helm te vegen. Maar ik zou gewonnen hebben als ik het beste uit beide auto’s in de strijd had kunnen werpen. En als het traject geen enkel recht stuk had bevat, want dat waren de gedeeltes waar de GT zijn V8 met supercharger-joker trok en z’n Star Wars-truc opvoerde. Maar het grote nieuws is dat ik dichterbij bleef dan iedereen, inclusief ikzelf, van tevoren had gedacht. Zodanig zelfs dat The Stig een verbaasde blik op mij wierp terwijl ik zo bezig was en een seconde of zo na hem op de top arriveerde. Tenminste, dat neem ik aan, want ik ga ervan uit dat hij waarschijnlijk geen idee heeft dat ik besta of waarom ik daar was.
‘Je kunt niet echt goed naar buiten kijken als je erin zit en hij voelt net zo breed aan als een vrachtwagen’
 
Dus is de vraag hoe het mogelijk is. Allereerst heeft de vertrouwde basis zijn voordelen. Want alhoewel de RS een bijzondere indruk achterlaat (kuipstoelen, extra meters voor olietemperatuur en turbodruk, typisch RS-stuurwiel, breed uiterlijk), het is een blijft gewoon een Focus. Dat betekent dat je gewoon in kunt stappen, weet waar de richtingaanwijzer zit, hoe je benzine moet tanken en dat je in staat bent om er mee te manoeuvreren in een parkeergarage zonder je lichtmetalen velgen te beschadigen. Dat betekent bovendien dat zelfs als je de kap opent om te ontdekken hoe ze de 2,5-liter vijfcilinder turbomotor met voorwielaandrijving onder handen hebben genomen, je het begrip ‘snelheid’ nog steeds relatief ontspannen benadert.
 
De GT staat je nooit een dergelijke nonchalance toe. Je kunt niet echt goed naar buiten kijken als je erin zit en hij voelt net zo breed aan als een vrachtwagen. De aandrijfriem van de supercharger draait dicht achter je rechterschouder, zo’n twintig centimeter van je oor verwijderd – omdat daar nu eenmaal de motor ligt, en alles voelt ongewoon aan. Dat is voor een belangrijk deel natuurlijk de charme van een zo bijzondere auto, maar niet in situaties waarin geen ruimte is voor wijsheden achteraf. De rijdynamiek vergt eveneens veel langere gewenning: neem één bocht iets te hard of geef net even iets te veel gas en je realiseert je dat je bent overgeleverd aan de zegeningen van zowel de massa van de GT als zijn in het midden gemonteerde motor. Natuurlijk, het is absoluut opwindend om rond te blazen in een GT, maar hij legt al je foutjes genadeloos bloot. Hij heeft geen andere vorm van tractiecontrole dan je rechtervoet. Ga je in de fout, dan ga je tussen zes planken naar huis. Het vergt concentratie als je hard wilt rijden en een overschrijding van je limiet zorgt er voor dat je zelfvertrouwen verdampt. Een steekje dat je laat vallen in de GT schaadt je ego en daarmee je zelfvertrouwen meer dan eenzelfde steekje in een Focus RS.
 
De RS stelt je in staat kostbare tijd terug te winnen op de bestuurder van een GT, vooral omdat hij buitengewoon goed raad weet met akelige hobbels. Ja, hij is erg stug afgeveerd, maar hij raakt z’n spoor nooit bijster. Jazeker, als je instuurt met de fantastische – zij het wat lichte – besturing, dan is er sprake van licht overhellen, maar die initiële beweging geeft de demping en jou de tijd zich aan te passen. Hij voelt aan als een adequaat aangepaste snelle auto, meer dan als een knalharde circuitracer. Dat laatste werkt nou eenmaal niet in alledaags wegverkeer. Je moet je even laten gaan, want dan wordt het vervolgens puur en heerlijk vermaak.
 
De RS vindt het prima als je met ‘m smijt. Hij geniet ervan als je hem uitdaagt, jankt naar maximaal toerental, raast, sist en knalt door de versnellingen en klinkt alsof het een auto uit de WRC is. De versnellingsbak is af en toe wat laks en niet z’n beste gedeelte, en de bediening van het rempedaal had iets steviger gemogen. Maar hij verrast je telkens als je denkt dat hij niet harder meer kan. Ga veel te laat op de rem staan, stuur te scherp in, trap het gas te vroeg in en de RS draait de bocht door alsof-ie zelf een spoor trekt langs de apex. Hij gaat zo hard dat je er op bochtige wegen draaierig van wordt.
 
Het resultaat is dat hij coherent aanvoelt, betrouwbaar, makkelijk. Telkens wanneer je een bocht aansnijdt, kun je wat remafstand smokkelen omdat je weet dat je maar één weghelft nodig hebt en tegenliggers kunt omzeilen. Door het formaat van de GT benut je bijna eenderde deel van het wegdek te veel om je echt op je gemak te kunnen voelen. Het voortdurende smokkelen is verslavend: elke bocht bewijst het tegendeel van de gedachte dat je een dikke portemonnee moet hebben als je onbeschoft hard wilt rijden.
 
Het is ook een openbaring om te ontdekken hoe eenvoudig het is om de 300 pk’s van de Focus tot hun recht te laten komen. De nieuwe RS heeft niet de irritante onbalans die de oude had. Het koppel is weliswaar voelbaar in het stuur – zeker bij volgas opschakelen – maar waar de oude RS met z’n eenvoudige sperdifferentieel daadwerkelijk van richting veranderde en dus moest worden gecorrigeerd, geeft de verbeterde RS bijna geen krimp. Je kunt er het maximale uithalen zonder zenuwachtig slingeren of instabiliteit te veroorzaken. Ondanks de enorme hoeveelheid complexe onderdelen tussen jou en de banden is de besturing gevoelig. Met deze auto kun je je meer permitteren dan met welke auto waarmee ik de laatste paar jaren heb gereden dan ook.
‘Waar het om gaat is dat je in de RS in elke situatie 85 procent van het vermogen kunt gebruiken. Dat kan in de GT niet’
 
Er is meer. Je moet vele malen rijker zijn dan ik om je er geen zorgen over te maken dat je in een grote, dure supercar als de Ford GT rijdt. De schaamteloze Stig maakte zich er geen zorgen over (als hij zich überhaupt ergens zorgen over maakt), maar ieder ander wordt toch een tikje nerveus, hoeveel ervaring je ook hebt met dergelijke exclusieve auto’s met zoveel vermogen. Met een Focus van pakweg 50.000 euro kun je financiële beslommeringen beter verdrijven en gewoon instappen en genieten van de auto. Die overweging geldt voor alle snelle hatchbacks: een deel van hun aantrekkingskracht is hun vermogen om niet zo intimiderend te zijn als een monster van tweeënhalve euroton zonder belastingen en met een dikke, woeste, supercharged V8 die vlak achter je oren zit.
 
Wat maakt het uit dat de GT een paar honderd pk meer heeft, dat-ie meer zijwaartse G-krachten kan oproepen of dat-ie nog iets meer is gefocust op pure snelheid. Waar het om gaat is dat je in de RS in elke situatie 85 procent van het vermogen kunt gebruiken. Dat kan in de GT niet. Op een recht stuk weg verplettert de GT de RS, hoe waardeloos de bestuurder in de GT ook is. Maar zodra je seconden begint terug te pakken op bochtige trajecten, zullen eigenaren van die zogenaamd superieure auto’s het zweet op de rug krijgen en ambivalente gevoelens krijgen over de aanschaf van hun supercar.
 
Niets is erger dan in een auto rijden waarvan je weet dat-ie sneller is dan zijn achterligger – en die desondanks niet af kunnen schudden. De reden van die ergernis zit in de wetenschap dat de bestuurder in de auto achter je gewoon beter is. Beter dan jij. Maar daar kan natuurlijk geen sprake van zijn als je achter The Stig rijdt. Zijn autobeheersing is fenomenaal, ongeacht de auto die hij bestuurt. Hij zou me hebben moeten vermorzelen. Hem in zicht houden geeft me het gevoel van een immense overwinning, voor zowel mij als de Focus.
 
Wat zijn we hier wijzer van geworden? De nieuwe Focus RS is werkelijk een fantastisch ding. Hij beloont hardrijden met de brutale klasse die je verwacht van een Ford RS. Wat belangrijker is: die klasse biedt hij al snel en daarmee overlaadt hij de bestuurder met een enorme mate van vertrouwen. Vertrouwen zorgt voor snelheid. Het grootste compliment dat ik ‘m kan geven? Hij kan een modale bestuurder zicht laten houden op The Stig in een supercar op een bochtige weg. Laten we eerlijk zijn: dichterbij zul je waarschijnlijk nooit komen.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken