Jaguar C-X75: de Spectre-schurk

Vanzelfsprekend rijdt James Bond in Spectre in een Aston Martin. Een DB10 dit keer. Maar waar rijdt de schurk in? In een Jaguar C-X75. Schijn bedriegt.

Deze Jaguar C-X75 heeft – in tegenstelling tot het nooit in productie genomen prototype uit 2010 – geen elektromotoren, noch gasturbines om accu’s op te laden. Ook heeft hij geen koolstofvezel monocoque, want deze C-X75 is namelijk helemaal geen C-X75. Zoals vaker in de film is niet alles wat het lijkt. Dat is ook de bedoeling, want deze auto is de dubbelganger van het oorspronkelijke prototype. De stuntdubbelganger.

Een prominente rol van de nieuwe James Bond

Eerst even een samenvatting van het laatste filmnieuws: in de nieuwe James Bond-film Spectre rijdt Bond – zoals we dat van hem gewend zijn – in een Aston Martin. De DB10 werd speciaal voor de Bond-film ontworpen en zal waarschijnlijk nooit in productie worden genomen. De Jaguar C-X75 is de auto waarin de schurk rijdt, die in de film Mr. Hinx heet. De twee zitten elkaar op de hielen in een spectaculaire achtervolgingsscène door Rome, waarbij we je eerder al een kijkje achter de schermen gunden.

Het klinkt eenvoudig genoeg: leen twee auto’s, scheur een paar dagen door een Europese hoofdstad en lever de auto’s weer in nieuwstaat af bij de fabrikant. Eitje, zou je zeggen, want geen enkele stuntauto wordt natuurlijk in werkelijkheid van een eindeloze rij eeuwenoude trappen afgereden of een rivier in gereden. Toch?

Of is dat een foute aanname?

Ja. Dat gebeurt namelijk wel, en daarom is Jaguar niet bereid om een originele C-X75 uit te lenen voor de film. Die zijn veel te kostbaar, er zit te veel dure techniek in en door de vierwielaandrijving is de auto waarschijnlijk ook niet echt geschikt om te doen wat van ‘m verwacht wordt. Als gezegd: in de film is niets wat het lijkt, maar bovenal is niets eenvoudig. In plaats van de echte C-X75 bouwde Jaguar daarom de auto die je hier ziet: een net-echte C-X75. Alleen bouwden ze er niet één, maar zeven.

Twee daarvan zijn de auto’s waarin de acteurs plaatsnemen. Cosmetisch perfect en met een intact interieur, speciaal bedoeld voor de binnenopnamen. De overige vijf auto’s zijn voor de stunts. Eén daarvan werd zelfs voorzien van een speciale kooi bovenop het dak. De acteur kan dan binnenin de auto net doen alsof hij weet waar hij mee bezig is, terwijl de auto in feite door een stuntrijder bestuurd wordt vanuit de veiligheidskooi op het dak.

F1-techniek

Kosten noch moeite zijn gespaard voor deze film. Denk alleen al eens aan de investeringen en de manuren die zijn gaan zitten in het maken van zeven speciaal ontworpen en met de hand geproduceerde C-X75’s. Een bedrijf als Jaguar, waar ze gewend zijn om duizenden auto’s van de lopende band te laten rollen, is niet ingesteld op het maken van enkele exemplaren, maar ze kennen wel een bedrijf waar dat geen probleem is. Een bedrijf dat bovendien al ervaring had met de C-X75: Williams Advanced Engineering.

Deze aan het Formule 1-team verwante club schoot Jaguar al eerder te hulp, met specifieke kennis van aerodynamica en koolstofvezel- en hybride technieken, die indertijd zijn toegepast bij de ontwikkeling van de C-X75. Het is makkelijk om te denken dat het gewoon een kwestie is geweest van een kort telefoontje. Maar uiteindelijk zijn er eind vorig jaar wel twaalf mensen bij Williams aan de slag gegaan om de stuntwagens te bouwen.

De belangrijkste eisen

Het eisenpakket ligt iets anders dan bij de bouw van een hybride supercar. ‘Het belangrijkste was de stevigheid van de auto’, vertelt Wes Partridge van Williams. ‘We hebben daarom een stalen buizenframe laten maken, met pijpen van 60 millimeter doorsnee. Dat betekent dat de auto’s niet erg licht zijn. Het gewicht zal net iets onder de 1.500 kilo liggen’, zegt Partridge. Nu was het gewicht van de auto’s ook niet van doorslaggevend belang, het ging er vooral om dat ze tegen een stootje kunnen. ‘Wat we dan ook opmerkelijk vonden, was de stevigheid die we hebben bereikt. Na de opnames hebben we de auto’s op een richtbank gezet en geen van de frames vertoonde ook maar een spoor van vervorming. Ze stonden allemaal nog net zo recht als op de dag dat ze gebouwd zijn’, aldus Partridge.

Wanneer je in aanmerking neemt hoe de auto’s zijn mishandeld, mag dat inderdaad indrukwekkend genoemd worden. Al dan niet opzettelijk werden de Jaguars van grote hoogte over trappen naar beneden gereden, belandden ze in de rivier de Tiber en werden er acrobatische toeren mee uitgehaald door met hoge snelheid door de lucht over andere auto’s heen te vliegen en met een klap op het wegdek te landen. De ontwerpers, de bouwers en de technici zijn met recht trots op hun prestatie. Zou deze C-X75 een EuroNCAP test moeten doorstaan, dan vrezen wij meer voor het betonblok waar hij tegenaan gereden wordt dan voor de auto zelf.

Wat voor motor ligt achterin?

In het frame werd Jaguars bekende supercharged 5,0-liter V8 gehangen, voorzien van een sequentiële Ricardo GT3-raceversnellingsbak en een wielophanging volgens WRC-specificaties. Binnenin een paar koolstofvezel kuipstoelen met vijfpuntsgordels en een vervaarlijke, hydraulisch bediende handrem. De carrosserie is gemaakt van gemakkelijk te vervangen glasvezelpanelen. Daarmee is de Jaguar C-X75 de ultieme stuntwagen: uiterst solide en in staat om iedere dag opnieuw te presteren.

Het filmen gebeurde overwegend ‘s avonds en ‘s nachts. De achtervolgingsscènes vonden plaats tussen zes uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends. Dat betekende dat de technici overdag de tijd hadden om alle aanpassingen en reparaties uit te voeren. Waren er de volgende nacht opnames waarbij de C-X75 over trappen naar beneden moest, dan werd de wielophanging voor die gelegenheid verhoogd met 40 millimeter. Nieuwe koppeling nodig?

Martin Ivanov is de stuntman

Geen probleem, dat deed zich bijna iedere dag wel voor en tegen het einde van de opnames hadden Wes Partridge en zijn team daar nog maar 90 minuten voor nodig. De stuntrijders deden ‘s nachts hun destructieve werk. Overdag lapte het team van Williams, samen met het gespecialiseerde bedrijf Action Vehicles de Jaguars weer op. Of het nou om een nieuwe versnellingsbak, nieuw plaatwerk, wielen, banden, aandrijfassen of het veranderen van afstellingen ging, aan het begin van iedere shoot stonden alle zeven auto’s er weer tiptop bij.

De stuntrijder in de film is Martin Ivanov. Een Rus met ruime ervaring die onder meer ook verantwoordelijk was voor het stuurwerk in films als The Bourne Ultimatum. We kennen hem bovendien beter als de coureur die de Formule 1-wagen bestuurde terwijl een gigantische truck met oplegger van het Lotus F1-team over hem heen sprong. De enorme combinatie vloog ruim 25 meter door de lucht.

Is Ivanov er ook bij?

Als wij met de Jaguar C-X75 mogen rijden, is Ivanov er niet. We zijn op Fen End, Jaguars testfaciliteit in het westen van Engeland. Op het terrein zijn de aanwezige veiligheidsmensen volledig geobsedeerd door een lokaal initiatief ter bescherming van watersalamanders. De kostbare en exclusieve testauto’s die ze moeten bewaken, lijken minder interessant. Door hun amfibische obsessie worden er ook zorgen geuit over de hoeveelheid lawaai en de snelheden waarmee op het testcircuit gereden wordt.

Om het gastvrije beeld compleet te maken, weet een van de beveiligers ons te melden dat wanneer we met de Jaguar ergens tegenaan rijden, al is het maar tegen zo’n watersalamander, de filmpremière in Tokio het zonder C-X75 zal moeten stellen. In de film zou Mr. Hinx daar wel een snedig en ongetwijfeld ook enigszins gewelddadig antwoord op hebben gegeven, maar wij kiezen toch maar voor een omstandig verhaal en de belofte dat we heel erg voorzichtig met de auto zullen omspringen.

Hoe comfortabel is de Jaguar C-X75?

Tot overmaat van ramp moeten we ook nog allemaal een fel geel gevarenhesje aantrekken, maar Wes Partridge heeft met ons te doen en vertelt ons op een onbewaakt moment dat de auto fenomenaal kan driften. Dat zullen we dus meteen gaan uitproberen zodra de beveiligers weer zijn afgeleid door de lokale salamanderpopulatie.

De Jaguar C-X75 ziet er geweldig uit. Heel overtuigend, totdat je wat aan het plaatwerk gaat rommelen en door de raampjes naar binnen kijkt. Als je een deur opendoet, merk je dat die wat schokkerig naar boven gaat en op verschillende plaatsen kijk je door de kieren zo van binnen naar buiten. Een gedetailleerde afwerking was niet de voornaamste zorg.

De vijfpuntsgordel gaat om en wat schakelaars worden omgegooid. Het voelt binnenin de auto aan als in een rallywagen. Geen isolatiemateriaal, geen verfijnde afwerking, alleen het hoogstnoodzakelijke. Deze auto is gebouwd om een extreme klus te klaren en er voor de camera toch overtuigend uit te zien. Het starten gaat gepaard met een mooie, donkere, knetterende grom. Direct komt ook het digitale dashboard tot leven. In rood knipperende letters staat daar dreigend het woord ‘Spectre’. Als een waarschuwing voor wat nog komen gaat.

Niet comfortabel dus

Nu wordt ook duidelijk waarom de lawaaipolitie zich zo’n zorgen maakte dat wij met de C-X75 zouden gaan rijden, want in de verre omtrek is er nu geen enkele salamander meer die rustig zit te dommelen. Jaguar wilde waarschijnlijk voorkomen dat hun auto in de achtervolgingsscènes zou worden overstemd door de Aston Martin en in die opzet lijken ze geslaagd. Buiten klinkt de auto indrukwekkend, hard en rauw. Binnenin is het geluid oorverdovend. Je hoort de benzinepomp janken en de versnellingsbak en motor zorgen samen voor een helse mechanische kakofonie. De oren van de stuntrijder zijn dus niet belangrijk.

Wat je mag hopen, is dat iedereen die deze auto bestuurt het gas heel precies kan doseren, want de Jaguar C-X75 heeft totaal geen tractie. De achterbanden mogen dan zo breed zijn als wijnvaten, dat verhindert niet dat ze ongecontroleerd doorslippen. Dat zorgt wel voor een hoop lol. Dat doorslippen gebeurt in iedere versnelling, want erg veel onderscheid tussen de verschillende versnellingen is er niet. Voor een filmster als deze C-X75 is het helemaal niet van belang om snelheden van meer dan 300 km/u te kunnen halen. Tijdens de filmopnamen ligt de focus vooral tussen de 40 en 120 km/u. Daar is rekening mee gehouden bij het afstellen van de versnellingsbak.

Bakken aan overstuur

Hierdoor kan je in de Jaguar C-X75 enorm driften, zelfs in de zesde versnelling. Er wordt door de immense supercharged V8 een gigantisch koppel overgebracht op de achterwielen. Dit is niet de standaard V8 van Jaguar. Er gaan geruchten dat het vermogen ruim boven de 600 pk ligt en de hoeveelheid overstuur is dan ook immens.

Achter het stuur zit alleen aan de linkerkant een flipper. Naar je toetrekkend schakel je op, van je afduwend schakel je terug. Aan de andere kant van het stuur is geen plaats voor de gebruikelijke tweede flipper. Daar bevindt zich de handel van de hydraulisch bediende handrem. Het ultieme gereedschap voor nog spectaculairdere slips en slides.

Al met al is de Jaguar C-X75 niet alleen de meest extreme, maar ook de meest accurate driftmachine waar we ooit in gereden hebben. De Jaguar doet denken aan een Caterham. De neus draait in, de kont breekt uit en je bestuurt de auto met het gaspedaal. Dat is precies wat een stuntwagen moet kunnen. Hij moet onverwoestbaar zijn en kunnen draaien op een dubbeltje. Dat dat kan deze C-X75 als geen ander. Een mooie prestatie. Maar ongetwijfeld een stuk eenvoudiger dan het maken van de hybride hypercar die de Jaguar C-X75 oorspronkelijk had moeten zijn.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken