Opel Mokka in Afrika: deel 4

In een ultieme poging de terreinvaardigheid van Opels mini-SUV, de Mokka, te testen, rijdt TopGear dwars door zuidelijk Afrika. Zuid-Afrika en Namibië zijn doorkruist. In dit vierde en afsluitende deel laveren we tussen de olifanten van Botswana.

We geven je even een tussenstand: inmiddels hebben we er ruim 3.500 kilometer op zitten in ruim anderhalve week tijd, en de vanuit Nederland naar Afrika verscheepte Opel Mokka heeft zich de kleine ontberinkjes tot nu toe als een goedmoedige labrador laten welgevallen. Helemaal ongeschonden is ie niet meer: we reden in Zuid-Afrika tegen een kleine pick-up aan waardoor het rechter voorscherm gekreukeld is en een ruwe landing na het oprijden van een heuveltje zorgde voor een deuk in de benzinetank – waardoor onze toch al niet overdreven bemeten actieradius een kleine 100 kilometer afnam. Allemaal niet verontrustend. Wat ons wel verontrust: hitsige olifanten die we zeker gaan tegenkomen en grote afstanden die door wildernis moeten worden afgelegd – het laatste traject van onze reis die dwars door Botswana voert.

Ons hoofddoel is nog steeds het bereiken van de Makgadikgadi-zoutvlakte. Breek gerust je tong over die naam, het is een zoutpan ter grootte van België waarop de Botswana-special van onze tv-collega’s eindigde. Jeremy, Richard en James zijn het erover eens (en dat mag gerust uniek genoemd worden) dat die trip de fraaiste en meest uitdagende was in het bestaan van TopGear. Het ziet ernaar uit dat dat laatste in ieder geval ook voor ons zal gaan gelden, want voor m’n neus ligt een bruine modderpoel van het formaat olympisch zwembad.

‘Eh, ga je daar zo ongezien doorheen sturen?’, vraagt mijn bijrijder. Ik kijk in het rond en zie dicht struikgewas, dikke bomen: wildernis dus. Eromheen sturen is onmogelijk en het pad waarop we rijden zet zich na die poel des doods gewoon voort. Vooralsnog heb ik nog geen moment getwijfeld aan de terreincapaciteiten van de Mokka. De banden met grof profiel in combinatie met de permanente vierwielaandrijving (waarvan de aandrijfverdeling geheel en al door de Mokka zelf wordt geregeld) zorgden ervoor dat we tot nu toe overal over- en doorheen kwamen. Maar dit is even wat anders, helemaal omdat ik de bodem niet kan zien. Is het hier anderhalve meter diep of tien centimeter? Even schiet door m’n hoofd mijn bijrijder te vragen met z’n gympies en in korte broek een stukje door de plas te waden, om te zien hoe diep het is, maar ik acht de kans dat ie daarop ingaat nogal klein. ‘We wachten wel even op de Tonka’s’, opper ik.


De bestuurders van de Land Rover Defender van onze groep, die zichzelf om een of andere reden het Fun Plaza Team noemen, komen als eerste aangereden. ‘Jullie willen vast een lift want dit gaat die Mokka nooit halen natuurlijk’, grijnzen de heren in koor. Die heren zijn de man met het mes en het hoofd Cupcakes van deze reis, en van hun beider specialiteiten maken we nog graag gretig gebruik: ik houd me in door hun oude koektrommel nu eens niet te beledigen. ‘Als jullie eerst even door dat plasje gaan, dan kan ik kijken of ik in hetzelfde spoor de oversteek kan wagen’, verzoek ik.

Stapvoets wordt de Defender links langs de kant van de plas gestuurd. Eerst verdwijnen z’n wielen vrijwel onder water, vervolgens helt de LaRo sterk naar rechts richting het midden van de plas – daar is het dieper natuurlijk – waarna met flinke stuurcorrecties en wat meer gas erop het water tot aan de deurklinken gutst. Vertaald naar de Mokka betekent dit dat je daarin zo’n beetje een halve meter onder de waterspiegel zit. Met de hele auto. We zien de LaRo telkens naar het midden van de plas glijden: de rechter wielen vinden nauwelijks grip en de linker wielen vinden met moeite grip op de schuine kant van de plas. Maar uiteindelijk wordt de overkant gehaald. Normaliter zouden de LaRo-boys plankgas doorrijden, maar ze parkeren hun Defender nu langs de kant, stappen uit en gaan midden op de weg staan – armen over elkaar, wijdbeens en met een grijns die verraadt dat ze hopen toeschouwer te worden van een verzuipende Opel Mokka.

‘Zal ik anders een stukje op de achterbank van een van de Toyota’s meerijden?’ vraagt mijn bijrijder. Ik geef hem geen ongelijk en open de motorkap op zoek naar de luchtinlaat van de motor. Als die te laag zit, is het risico dat ie vol met water loopt groot: een plens water ín de motor is gelijk het einde van de motor. De luchtinlaat blijkt zo’n beetje op het hoogste punt onder de motorkap te zitten en dat vormt voor mij een aanwijzing dat Opel bij het ontwerpen ervan serieus rekening gehouden heeft met de terreincapaciteiten van hun kleine SUV. Natuurlijk, een snorkel op de Mokka zou in deze situatie handiger zijn geweest – precies de reden waarom de Defender en beide Toyota’s die ons vergezellen er wel een hebben. Alleen: Opel levert geen snorkel voor een stads-SUV als de Mokka en wij moeten door. Toch wacht ik even op de eerste Toyota Hilux, want het spoor dat de Defender door de plas volgde, acht ik voor de Mokka vooralsnog niet haalbaar.

Reisleider Jan-Willem arriveert in een grote stofwolk, springt uit de auto, lacht om de grote plas voor ons terwijl hij een schalkse blik op de Mokka werpt en vraagt: ‘Wat is het probleem?’ Ik leg hem uit dat de Defender zojuist tot aan z’n deurklinken onder water stond toen ie links door de plas stuurde, of hij even met die Toyota rechts erdoorheen wil zodat ik kan zien of die kant van de plas meer Mokka-proof is. ‘Tuurlijk’, en hij springt in de Hilux, geeft plankgas en knalt de modderpoel in. De eerste meters gaat dat goed, als je de boeggolf van twee meter hoogte die ontstaat door z’n onstuimige waterdoop buiten beschouwing laat, maar halverwege zakt de Toyota vervaarlijk naar links, zo ver dat ie bijna 45 graden scheefstaat. Bovendien valt de auto even stil om vervolgens met heel veel gas en nog meer moeite stapvoets de plas uit te ploeteren. Kantje boord, zo leek het.


Fijn. Nu heb ik drie opties. 1) Ik ga nu naar huis. 2) We moeten een lange kabel tussen de Mokka en de Defender spannen, de luchtinlaat dichtplakken en ons door de plas heen laten trekken of 3) niet piepen en gas geven. Ik overleg met m’n bijrijder en we besluiten optie 3 te kiezen omdat we geen lange kabel hebben. Het wegglijden van de Defender en Hilux duidt op een glibberige, onvaste ondergrond en het feit dat ze beide sterk overhelden, doet ons besluiten meer het midden aan te houden, weg van de schuine kanten: dan lopen we wat meer risico kopje onder te gaan, maar we rollen in ieder geval niet op ons dak. Geruststellend, want op je dak in een diepe, ondoorzichtige modderpoel vol bloedzuigers is slechts leuk voor de foto (als de wielen boven het water uit steken).

Ik adviseer m’n bijrijder toch maar met de laatste Hilux de oversteek te wagen, hoewel ie met z’n ruim 100 kilo gewicht misschien nog voor wat extra tractie zou kunnen zorgen. Ik doe alle ramen dicht, zet de ruitenwissers aan, prevel een schietgebedje en geef gas. Bij het te water gaan, schakel ik naar z’n twee om wielspin te voorkomen, maar het water remt de auto tot bijna stilstand af terwijl ik constateer dat de helft van de auto ondergedompeld is. Soms is esp heel handig, nu remt het de auto echter af op een moment waarop ik juist heel snel verder wil.

'"Misschien is er een zekering kapot", zegt mijn bijrijder. Hij is technischer dan ik, maar de eerste olifant die hier kan oversteken, is dat ook'

Ik speel met de koppeling en het gaspedaal om de Mokka niet te laten afslaan en voorzichtig maar vastberaden baant de Mokka zich door de poel. Ik voel de wielen hevig naar grip zoeken, maar ik voel ook dat ze die eigenlijk vrij makkelijk vinden, met dank aan de uitgekiende vierwielaandrijving. Rustig waadt de Mokka door de toch wel schrikbarend diepe plas en voordat ik er erg in heb, sta ik weer op het droge. Heb ik me hierom zorgen gemaakt, vraag ik me af, zo makkelijk als dat eigenlijk ging? Naast me staan de andere deelnemers te applaudisseren. ‘We dachten echt dat de Mokka dit niet zou halen’, zegt de man met het mes. Ik voel de Mokka gloeien van trots. Als een auto dit kan, al valt ie hierna in stukjes uiteen, dan is ie voor mij geslaagd, denk ik. Maar dat had ik misschien beter niet kunnen denken.

‘Het ergste hebben we nu wel gehad’, zeg ik tegen mijn bijrijder. We prijzen de Mokka allebei en keuvelen wat over de modderspetters die tot boven op het dak zitten. Ik kijk in m’n binnenspiegel of de drie andere teams me een beetje kunnen bijhouden en krijg zowat een hartverzakking. Ik zie alleen een groot, grijs vlak in m’n spiegel, kijk nog eens en stamel: ‘Eh, een olifant’. Op nog geen twee meter achter onze auto dendert een volwassen mannetje het pad waarop we rijden over. Op het moment dat ik kan bedenken de eerste wilde olifant in m’n leven te hebben gezien, steekt er vlak voor m’n neus nog een over. Ik breng de Mokka hard remmend tot stilstand en we staren met open mond naar een zevental olifanten die onverstoorbaar in colonne voor onze neus het pad kruisen. Vijf vrouwtjes, twee kleintjes. Elk vrouwtje is een flinke slag groter dan de Opel Mokka waarin wij zitten. Ik voel dat ik overal kippenvel krijg en denk aan de foto’s van het verhuurbedrijf waar de LaRo en Toyota’s vandaan komen. Foto’s van geplette terreinauto’s die te dicht op een kudde olifanten kwamen en werden aangevallen. De kleintjes kijken onze kant uit en steken hun slurf in onze richting omhoog, waarschijnlijk omdat ze iets ruiken wat ze nog niet zo goed kennen (Mokka), de vrouwtjes kijken niet op of om. Je voelt je toch even nietig, daar midden in Afrika, in je Nederlandse Opeltje, terwijl er een lading enorme oerbeesten voor je neus loopt.


‘Wat is dat lampje dat voor je neus brandt’, vraagt m’n bijrijder terwijl we in een voorzichtig tempo, de berm naar olifanten afspeurend, de weg vervolgen. Het lampje van de accu brandt. ‘Geen idee,’ zeg ik, ‘het zal zo wel uitgaan.’ Een nieuwe modderpoel onderbreekt de weg voor ons en zonder op de andere deelnemers te wachten, schakel ik het esp uit en waadt er dwars doorheen. Erger dan de vorige kan het niet worden, denk ik, en inderdaad: zonder enig probleem spetteren we door het water. Na een paar uur olifanten, giraffes, antilopen, en meer beestenspul gespot te hebben, vele doorwadingen verder, komen we bij ons een na laatste doel aan. Een tentenkamp in het Moremi-reservaat, midden in de Okavango Delta ten noordwesten van Botswana. Het accu-lampje is inmiddels weer uitgegaan.

We maken ons op voor ons einddoel, enigszins geradbraakt. De grote legertent die onze slaapplaats voor de nacht vormde, is de hele nacht omgeven geweest met grazende nijlpaarden. Leuk om te zien, die beesten, maar zo leuk zijn ze niet. Ze zijn chagrijnig, lijken op een BMW X6 en doden meer mensen op jaarbasis dan er leeuwen mensen doden. En leeuwen blijken hier ook in grote aantallen te huizen. We mogen in het donker dan ook alleen onder begeleiding van en naar onze tent, die overigens is uitgerust met een buitendouche en -toilet waarvan de in grote hordes aanwezige bavianen ook gretig gebruik schijnen te maken. Een luchthoorn naast ons bed dient als alarm, mocht een nijlpaard aandrang krijgen naast ons onder de wol te willen kruipen, de nachtplas doen we veiligheidshalve maar in de daarvoor zeer zeker niet bestemde waterkruik op het nachtkastje.

Het accu-lampje brandt weer wanneer we onze weg naar het laatste doel inzetten. De Mokka was nagenoeg nieuw bij aanvang van deze trip dus het lijkt me sterk dat de accu aan het einde van z’n levensduur is. We controleren onder de motorkap of de polen nog goed verbonden zijn en of er vocht te bespeuren valt – dat laatste zou niet heel gek zijn na de zwempartijen van gisteren – maar alles lijkt in orde. Toch, na een uur rijden houdt het radio-/navigatiesysteem er mee op. Nog geen kwartier later stopt de airco ermee. Vijf minuten later verschijnt er in het schermpje tussen de tellers dat nog wel werkt, een melding dat de vierwielaandrijving uitgeschakeld is, een minuut later wordt gemeld dat ook het esp en abs uit is, nog een minuut later vallen alle tellers dood en weer een minuut later valt de stuurbekrachtiging uit. Het lijkt erop dat er iets niet in de haak is.

We stoppen midden in de wildernis. Een zandpad met daaromheen dichte begroeiing van struiken en bomen van waaruit gisteren nog diverse fauna voor ons de weg op huppelden. De zon staat recht boven ons en ik meen mij te herinneren dat de Mokka een buitentemperatuur van 38 graden aangaf. Toen ie het nog deed. ‘Misschien is er een zekering kapot’, zegt mijn bijrijder. Hij is technischer dan ik, al zegt dat niet veel: de eerste olifant die hier kan oversteken, is dat ook. We weten dat onze redder in nood elk moment kan komen aanrijden: Cees, de man van de techniek, de man die ons geruststelde toen de Mokka naar benzine stonk nadat we in Namibië op een kei belandden.


De drie andere deelnemende teams arriveren. Terwijl ik aandachtig door het instructieboekje blader – waar zit het zekeringskastje? – steken Jan-Willem en Cees hun hoofden onder de motorkap. De man met het mes haalt alvast een rol duct-tape tevoorschijn, de Cupcake-chief rekt zich uit terwijl ie hoofdschuddend naar de Mokka kijkt en mijn bijrijder kijkt aandachtig onder de motorkap mee. ‘Alle zekeringen zijn nog goed,’ hoor ik ergens onder de kap vandaan komen, ‘ik denk dat de dynamo het begeven heeft. Vocht, stof, modder.’

Ik zal je de technische mogelijkheden die tot een oplossing zouden kunnen leiden besparen, maar de eindoplossing blijkt de simpelste en meest geniale: de dynamo is waarschijnlijk stuk waardoor de accu niet meer oplaadt. Vandaar dat langzaamaan alle functies van de Mokka waarvoor elektriciteit nodig is, uitvielen. Als we dus een volle accu erin schroeven, kunnen we weer vooruit. Totdat die leeg is natuurlijk. Maar dan zetten we er gewoon weer een volle in. Laat de accu van een Toyota Hilux nou precies dezelfde maat en aansluitpolen hebben als die van een Opel Mokka!

Start een Toyota Hilux, schroef met draaiende motor de accu eruit, bouw die in een Opel Mokka en de lege accu uit die auto schroef je in de Hilux en klaar. De Mokka kan weer 150 kilometer vooruit en in die tussentijd is de lege accu in de Hilux weer opgeladen. Dus herhaal het hele verwisselproces, eindeloos, en je rijdt alsnog de wereld rond. Op naar de zoutpannen van Makkiedakkie (Makgadikgadi, red.).

We spoelen even zeven accu-wissels, dertig modderpoelen, twee cupcakes, vier hij-haalt-het-niet’s van de andere teams en 400 kilometer door en komen bij ons einddoel. Een bijna leliewitte, lege vlakte zover je kunt kijken: het nu drooggevallen zoutmeer van Makgadikgadi. Twee dagen terug lag er nog zo veel water in dat je er niet doorheen had kunnen rijden, maar de altijd brandende zon die ook hier loodrecht boven staat, heeft ervoor gezorgd dat de bovenste laag water verdampt is en de zoutlaag die dan rest voldoende is uitgedroogd om erop te kunnen rijden. Eigenlijk is het net als ijs, maar dan omgekeerd: hoe langer de zon heeft kunnen schijnen zonder dat het tussendoor regent, des te harder wordt de zoutkorst – uiteindelijk hard genoeg om een auto te dragen. Zegt men.

Hier stonden ze dus, mijn collega’s van het tv-team, met hun oude barrels. Jeremy in een Lancia Beta Coupé, James in een Mercedes 230E en Richard in z’n Opel Kadett A. Zij haalden er het einde mee, met de nodige reparaties onderweg, wij zijn vastberaden dat ook te doen. Maar we krijgen nog wat oponthoud.


Eerst komen we op een stukje van enkele honderden meters waar het zout toch niet hard genoeg is. We zakken tot de bodemplaat weg in de smurrie van zout, modder en water, schakelen terug naar z’n eerste versnelling en geven plankgas om vooral niet stil te vallen en in het slechtste geval dieper weg te zinken. De klodders grijze derrie vliegen om en over de Mokka en gelukkig liet ik mijn raampje open staan – de airco staat al tijden uit om stroom te sparen voor de niet opladende accu – zodat ik ook kan proeven hoe die derrie smaakt als de vlokken zoutklei via het open raam naar binnen schieten. Voordat ik m’n raam dicht heb kunnen doen, verandert de ondergrond weer in vastere substantie – iets dat daarna gelukkig niet meer verandert.

Even later hangt de rubber voorspoiler op half zeven en klappert er lustig op los. En we zien ook dat we de voorste kentekenplaat kwijt zijn. ‘Die ligt op de bodem van een van de vele plassen waardoor we zijn gereden’, weet m’n bijrijder. We roepen de hulp in van de man met het mes. ‘Dat is zo opgelost’, meldt hij monter en laat zich onder de auto zakken. Dat het zo opgelost is, lijkt me tamelijk prettig, want er staat een harde wind die de groep deelnemers onder een dun laagje zout bedekt. Bedenk daarbij dat het 45 graden is en de zonnestralen als een scheermes in je huid snijden: als je hier een kwartier buiten staat, verander je langzaam in een krent. Over krent gesproken, we leggen de fotograaf uit dat we foto’s van het bouwvakkersdecolleté van de man met het mes niet zullen plaatsen in dit blad. Er vliegen wat stukken rubber en plastic door de lucht, hier en daar worden stukken duct-tape geplakt en vijf minuten later kunnen we weer op pad. Toch handig, zo’n mes.

'We trotseren water, zand, modder, klei, zout – alles in overdadige hoeveelheden'

Een uur later staan we weer stil. ‘Motor oververhit’, lezen we op het display van de Mokka. We worden omringd door zout, stenen en kleine tornado’s. Als je hier autopech hebt en je staat er alleen voor overleef je het niet. Maar wij hebben Cees. Een tip voor jou, beste lezer: neem een Cees mee als je een trip als deze maakt.

‘De ventilator doet het niet meer’, concludeert Cees. ‘Je hebt nog wel stroom, dus daar ligt het niet aan, maar de koelvinnen draaien niet meer.’ De fan zou kapot kunnen zijn, de aansluitingen, allerlei frutsels daartussen – het is mij abracadabra. Cees en Jan-Willem snijden een stuk verlengsnoer van een stopcontactdoos af. ‘We maken een soort by-pass,’ legt Cees uit, ‘door het motortje van de fan rechtstreeks op de accu aan te sluiten. Zo omzeilen we wat elektronica waarin een defect zou kunnen zitten. Dan blijft je fan wel permanent draaien, en dat kost veel stroom waardoor je nog vaker van accu moet verwisselen – en laten we hopen die wisselinterval lang genoeg is om de lege accu in de Toyota te kunnen opladen anders staan we straks allemaal stil – maar het koelt de motor in ieder geval wel. Nu maar hopen dat het probleem niet in het motortje van de fan zit.’ Wel dus. Of niet. Het werkt in ieder geval niet.


Ja, een sleepkabel is een optie. Dan worden we eerst nog 100 kilometer over de zoutvlakte gesleept en vervolgens een kleine 30 kilometer over rotsachtige wegen vol keien en stenen waarover je echt stapvoets moet rijden om je ingewanden op hun plaats te houden en de nog werkende delen van de auto heel alvorens we de bewoonde wereld en hopelijk wat asfalt bereiken. Ik start de motor en zie dat de waarschuwing van het display verdwenen is. ‘We kunnen alle plastic beplating over de diverse motoronderdelen weghalen zodat de motor wat meer lucht krijgt,’ oppert Cees, ‘en als we de motorkap dan op een kier zetten en je rijdt hard genoeg, dan kun je misschien voldoende koeling genereren.’ Wederom vliegt er plastic de lucht in. De motorkap wordt niet geheel dicht gedaan, maar in z’n beveiligingsstand ‘gehaakt’. Een lege petfles wordt ertussen gepropt zodat de kap niet gaat klepperen tijdens het rijden en warempel, het werkt!

Asfalt. Mijn bijrijder en ik slaken een zucht van verlichting. Nog een uur en dan zijn we bij ons laatste hotel. Ik trap het gaspedaal in en schakel op naar de vijfde versnelling. Hm, dat gaat wat stroef. Stroever dan voorheen. Voorzichtig schakel ik naar z’n zes, maar dat wil helemaal niet. Het is net alsof ik met een pollepel door een emmer cement roer. Voorzichtig schakel ik terug naar z’n vier – dat gaat soepel. Weer naar vijf, met iets meer kracht. Dat gaat net, zes nog niet. Ik rommel wat met de pook van vier naar vijf en terug. Dat gaat steeds soepeler en na een keer of wat krijg ik ‘m ook in z’n zes. ‘Wat zit je toch te schakelen,’ zegt m’n bijrijder, ‘is er wat?’ ‘Huh, oh, nee, niks’, zeg ik. Alles lijkt het weer te doen. Morgen rijden we in één ruk rechtstreeks naar de Opel-dealer, in Johannesburg, vanwaar we terug naar Nederland vliegen. We halen het laatste hotel met gemak, we eten, drinken en slapen er ook nog, en we dromen van een probleemloze laatste rit naar de garage.

De Zuid-Afrikaanse Opel-dealer is op de hoogte van onze komst en zal het opladen van de accu en de koelventilator weer laten werken. Dat is handig om de auto van Johannesburg naar de haven van Durban te krijgen en uiteindelijk vanaf de boot in Antwerpen weer naar Nederland te rijden. Bij de grens tussen Botswana en Zuid-Afrika hebben we ons laatste oponthoud: ‘Waar is het nummerbord?’, ‘Waarom steekt er een fles water uit de motorkap?’, ‘Hoe komen jullie aan die auto?’ en: ‘Heb je een sigaretje voor me?’ zijn de vragen die een nogal jeugdige douanier aan me stelt. Ik antwoord met: ‘Welk nummerbord?’, ‘Welke fles water?’, ‘Van Jeroen Maas’, en: ‘Ja, een heel pakje als je ons nu gelijk doorlaat en de auto’s van onze vriendjes achter ons ook’. Een halve minuut later zijn we weer op weg, drie accu-wissels en vier uur later staan we bij de Opel-dealer en nemen we afscheid van de Mokka.


Ik voel me wel een beetje opgelucht dat we de eindstreep hebben gehaald. Twee weken lang was er geen vuiltje aan de lucht in de Mokka, maar de afgelopen drie dagen bleken te zwaar. Water, zand, modder, klei, zout – alles in overdadige hoeveelheden: tenminste twee onderdelen van de Mokka bleken onze avonturen zat te zijn en gaven de geest. De precieze oorzaak weten we nog niet – de Zuid-Afrikaanse dealer had twee weken de tijd om de Mokka te repareren alvorens ie op de boot naar Nederland moest, maar dat bleek te kort. Met een nieuwe, volle accu en een lege fles water tussen de grille en de motorkap is de Mokka de boot op gereden. Eigenlijk heel basale en simpele ingrepen. Misschien zijn er wat sensors vuil, contactjes gecorrodeerd, of is de dynamo gewoon stuk en de aandrijving van de koelventilator. Zakt de Mokka daarmee door het ijs?

Nee. Geenszins. Als ik me bedenk wat we deze Mokka hebben laten ondergaan gedurende 5.500 kilometer in iets meer dan twee weken tijd, dan is mijn eerste conclusie: dit doe je normaal nooit in een Mokka. Sterker: dit doe je alleen in een geprepareerde Land Rover of Toyota. Maar wij deden het in een Opel Mokka, en afgezien van de twee naar wij denken elektronische mankementen, ging dat meer dan goed. We hebben geen rammeltje waargenomen. We schoten over zand, gravel, kiezels en stenen met een vaart die op Nederlandse en Belgische snelwegen illegaal is; die geprepareerde Toyota’s en Land Rover konden ons vrijwel nergens bijhouden. We genoten van de uitstekende stoelen, de goede audio-installatie en het algehele comfort van de auto – ook op de momenten dat onze trip meer weg had van een WRC-proef dan een safaritocht. Op elke ondergrond, tot op de bodem van riviertjes en serieus grote modderkraters aan toe, bood de Mokka grip – maar vooral ook vertrouwen. Bij alles waartoe de grote jongens in staat bleken, bleek de Mokka er ook toe in staat. Opel hoeft zich geen zorgen te maken over de Mokka. Hadden we maar van tevoren een bus siliconenspray onder de motorkap leeggespoten…
 

Zelf een keer meedoen?

Oké, je hebt nu kunnen lezen dat het belangrijk is georganiseerd aan dit soort trips te beginnen. Hadden we dat niet gedaan, dan had ons karkas nu midden in een zoutvlakte gelegen. Met een half vergane Opel Mokka ernaast. Zo’n tocht in een geprepareerde en volwaardige terreinauto volbrengen, is dan ook makkelijker dan de wijze waarop wij het deden. Dat kan gerust je eigen auto zijn, je kunt er ook een huren. Carchallenge.nl, die ons voor deze trip met raad en daad bijstond, kan daarin allemaal voorzien. Niet alleen om door Afrika te rijden, maar ook Mongolië, de VS, Australië, Rusland en China zijn zo eens wat stukjes aarde waar zij je graag bij begeleiden. Laat je gerust vrijblijvend voorlichten.
 

Eindrapport

Schade: nummerbord kwijt, voorspoilerlip kwijt,
koelfan werkt niet meer, accu laadt niet meer op

Doorwadingscapaciteit: 9
Doorwadingsbestendigheid: 4
Repareerbaarheid (houtje-touwtje): 9
Algeheel comfort: 8
Algehele bouwkwaliteit: 8,5

Tussenresultaat Botswana: 7,7
Tussenresultaat Namibië: 8
Tussenresultaat Zuid-Afrika: 8,4

Tussenresultaat overall: 8

Aftrek 1e keer vuile handen: -1
Aftrek 2e keer vuile handen: -1
Aftrek 3e keer vuile handen: -1
Bonus geen enkele lekke band: +1
Bonus halen eindstreep: +3
Aftrek eindstreep bij garage: -1

EINDRESULTAAT: 8

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws