Autotest: Renault Mégane Coupé 2.0 TCe 180 Dynamique

Aangezien het nog niet zeker is dat er een RS-versie van de nieuwe Mégane zal verschijnen, is de 2.0 TCe 180 het (voorlopige) benzinetopmodel. Is-ie top?
 
Laatst schreven we reeds over de nieuwe Mégane. Toen ging het verhaal over de hatchback, maar inmiddels hebben we de gelegenheid gehad om met de Coupé te rijden. Voordat we je vertellen hoe dat beviel, eerst onze ongezouten mening over het uiterlijk van de kersverse Renault, want dat is toch beduidend anders dan dat van de hatchback. Zo hebben – zoals je kunt zien – de neus en de achterzijde van de Coupé een andere vormgeving en het interieur is uiteraard wat knusser. Ook de raamstijl en deurlijn verschillen, maar de opvallendste afwijkingen zijn te vinden aan de achterzijde van de Coupé, kijk maar naar de andere lampunits en de achterbumper.
 
Bij elkaar zorgt dat ervoor dat de Coupé een veel sportiever uitstraling heeft dan de hatchback en daarom zijn we over de looks van de driedeurs zeer te spreken. Het onderscheid tussen het uiterlijk van de een en de ander is lekker groot en dat is niet af te zien aan het prijsverschil tussen beide carrosserievarianten: 500 euro.
 
Als je goed kijkt naar de Coupé dan zie je vast enkele lijnen en designkenmerken die je ook tegenkomt bij bijvoorbeeld de Seat Leon, de Volkswagen Scirocco en zelfs de Citroën C4. We herkenden zelfs een stukje Honda Civic in de Mégane Coupé. Hiermee willen we niet zeggen dat het een allegaartje is qua design – dat kun je een merk als Renault nooit verwijten – maar wel dat de Coupé niet meer zo’n uitgesproken uiterlijk heeft als z’n voorganger. Dat maakt ‘m er niet minder mooi op – misschien wel minder aantrekkelijk voor het Renault-koperspubliek. Tenminste, dat is ons voorgevoel omdat veel mensen best gecharmeerd waren van het Jennifer Lopez-achterwerk van de vorige generatie. En dat moet men nu missen.
 
Gelukkig compenseert de Coupé dat gemis met een uitstekend interieur. Dat voelt beter aan dan dat in de vorige Mégane. Over het binnenste van de auto: bij de Coupé mag je ondanks het gemis van twee deuren en een beetje lengte nog steeds van een ruim interieur spreken, en de achterbank is – hoewel niet echt makkelijk te bereiken – toch geschikt om volwassenen een tijdje te herbergen.
 
De bagageruimte is met 377 liter ook aan de royale kant voor deze klasse, waarin de hatchback zelfs 405 liter in de aanbieding heeft. Ook belangrijk om te weten is dat de rijpositie aan het stuur van de Coupé verbeterd en dus nu in orde is. Een beetje een verrassing, aangezien je in de meeste Renaults te hoog zat. Niet in de Coupé, daar zit je kont lekker dicht bij de grond.
 
Over het weggedrag van de hatchback schreven we al het volgende: ‘De grootste verbetering zit ‘m in de stuurinrichting. Die is nauwkeurig en goed uitgebalanceerd. Hij is ook nog eens heel communicatief en dat is een pluim voor een auto met een elektrische bekrachtiging. Het weggedrag is heel voorspelbaar, het lijkt zelfs wel of de achterwielen een actieve rol spelen in het bochtengedrag.’ Zijn we volledig eens met onze collega, zo hebben wij het namelijk ook ervaren. Echter, de Coupé stuurt zelfs nog een tikkeltje beter, maar dat is niet zo vreemd want die staat 12 mm lager, dus dichter bij de grond dan de hatchback. Bovendien zijn de schokdemperveren van de Coupé vóór en achter strakker afgesteld en z’n chassis is stijver gemaakt door de dikkere stabilisatorstang. Dat ging wel een beetje ten koste van het comfort, maar niet zodanig dat het niet meer uit te houden is in de auto.
 
De 2.0 TCe (Turbo Control Efficiency) 180 pk-motor is een pittig baasje. De cijfers: een acceleratie vanuit stilstand naar 100 km/u gaat in 7,6 seconden en de topsnelheid is 230 km/u. Volledig nieuw is de motor niet, het is een doorontwikkeling van de turbomotor uit de vorige Mégane. Geeft niks, want de Fransen hebben het blok naar een hoger plan getild, niet alleen qua prestaties, maar ook voor wat betreft verbruik en CO2-uitstoot.
 
Over het geheel gezien dus een fijn sturend voertuig met een lekkere motor dus, die Mégane Coupé 2.0 TCe. Dat is ook enigszins een openbaring voor ons, want bij de voorganger van de Mégane Coupé waren het in onze optiek alleen de RS-versies die écht goed stuurden. Daar is met de nieuwe Mégane zodoende een einde aan gekomen en daarom zouden we ons met de 2.0 TCe prima kunnen vermaken totdat de RS-versie van de nieuwe Mégane verschijnt – tenminste, als hij komt. Dat is nog niet zeker. En op de vraag of hij topwaardig is, kunnen we het volgende antwoord geven: jazeker. Let wel: in dezelfde top als de Mégane Coupé horen ook de Volkswagen Scirocco en de BMW 1-serie. Een moeilijke keuze, want alledrie de modellen hebben hun eigen charmes.
 
Het voorlopige topmodel is dus de 2.0 TCe, maar er zijn meer motoren leverbaar voor de Coupé. Het gamma begint met een 1,6-liter benzinemotor met 100 pk, een even grote benzinemotor met 110 pk en een tweeliter met 140 pk en CVT. Bij de diesels zien we een 1,5-liter met 90 of 110 pk en een 1,9-liter met 130 pk.
 
Als je dit leest, staat de hatchback inmiddels bij de dealers. De Coupé zal in de eerste week van februari in de showrooms verschijnen. Daar stopt het niet mee, want uiteindelijk moet de Mégane-familie uit zes leden bestaan, wat betekent dat we vrijwel zeker nog een stationwagon (Tourer), een cabriolet, een Scénic en Grand Scénic kunnen verwachten.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken