Autotest: Seat Ibiza SC 1.6 Sport-Up DSG

Na de vijfdeurs Seat Ibiza is nu ook de driedeurs gelanceerd. Is hij meer dan een vijfdeurs met twee deuren minder?
 
Stel, je hebt als fabrikant iets dat prima voldoet, en opeens besluit je precies datzelfde nog eens op de markt te brengen, maar dan in een stukken onpraktischer vorm. Normaal gesproken zou de Raad van Bestuur je onmiddellijk opbergen in een leeg kamertje met vier gewatteerde muren en doorlopend toezicht, maar uiteraard hebben we het hier over de autowereld waar niets normaal is.
 
Waarom zou je jezelf de ellende aandoen van een auto met een achterbank die nauwelijks bereikbaar is en waarvoor de bestuurder telkens moet uitstappen omdat de achterinzittende niet eens een deur voor zichzelf heeft? Simpel: omdat een driedeurs er meestal veel cooler uitziet en de eigenaar het idee geeft dat hij dan ook wel cool zal zijn. Onzin natuurlijk, maar het werkt wel – zolang zo’n driedeurs er dan ook echt beter uitziet dan z’n praktischer broer. Meestal lukt dat wel: vergeleken met de best flitsende driedeurs Opel Corsa of Astra is de vergelijkbare vijfdeurs-versie een gebochelde met een horrelvoet en een naar hoestje. Of in ieder geval veel saaier.
 
Ze hebben zich bij Seat naar eigen zeggen het vuur uit de Spaanse sloffen gelopen om de driedeurs naast een eigen naam – SC, voor SportCoupé – ook echt een ander karakter te geven en toegegeven: dat is gelukt. De SC blijft dichter bij het Bocanegra-prototype waarvoor Seat onlangs in Genève de handjes op elkaar kreeg. Vooral de achterste raamstijlen geven de SC iets eigens, iets wat hem gedrongener en agressiever maakt dan de meer op elegantie gerichte vijfdeurs. Aardig is dat er vier kleuren zijn die je alleen op de SC kunt krijgen, en er een uitgebreid pakket aan stickers en andere zooi komt om je Ibiza te personaliseren. Wat Mini kan…
 
Achterin komen gaat vrij aardig – de voorstoel schuift vriendelijk naar voren om de ingang groter te maken. En klapt even vriendelijk weer terug in z’n oude positie, iets wat bijvoorbeeld de Alfa Mito niet doet – die stoel moet je ergerlijk genoeg elke keer weer opnieuw instellen. Achterin zitten gaat, maar ook niet veel meer dan dat. Bij een lengte van 1,85 meter zit je met benen en hoofd lichtjes klem.
 
Ter verhoging van de sportieve feestvreugde introduceerde Seat gelijk de komst van de veelbejubelde DSG-bak in deze klasse. Deze bak kent maar liefst zeven trappen en wordt standaard gekoppeld aan de voorlopig sterkste benzinemotor, een 1.6 met 105 pk. Het is en blijft een pracht van een bak, maar misschien wel iets te mooi voor de SC die met z’n wat beperkte vermogen niet het onderste uit de DSG-kan krijgt. Het is niet het gooi-en-smijtautootje geworden dat je op grond van de combinatie zou verwachten, daarvoor is het onderstel in onze testauto ook te comfortabel. In Nederland schijnt hij standaard met sportonderstel te worden uitgerust, wat zeker zal helpen. Er is niets mis mee, integendeel, maar sportief is anders. De bak helpt wel het verbruik binnen de perken te houden. Maar goed ook. Hij is zeker niet goedkoop (de exacte prijs is nog niet bekend, maar reken op dik twee mille bovenop de 15.695 euro voor de versie met handbak), maar zo kun je misschien nog iets van die diepte-investering terugverdienen.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken