Uitgelicht: Golf vs Focus vs Mégane

Ze horen tot de meest populaire auto’s waarin we rijden: diesel hatchbacks. Nu de modale man een financiële aderlating staat te wachten, zullen ze nog populairder worden. De Golf en Mégane zijn nieuw, de Focus is de klassieker. Golf vs Focus vs Mégane. Wie gaat winnen?

Welke heerst?

We staan op een plek die, als het weer beter was dan het vandaag is, een parkeerplaats zou kunnen zijn voor autobezitters die willen picknicken. Een klamme mist slaat z’n ijzig koude armen om ons heen, prikt met zijn koude vingers door alle kieren van jassen, handschoenen en mutsen. Ik denk dat dit de metafoor is voor de ijzige koude die doortrekt in je botten, de barre koude die de gemiddelde autoverkopers momenteel moeten voelen als ze op hun werk arriveren in de showroom voor nieuwe auto’s en oog in oog staan met de wildgroei in de handel.
Maar dan ziet de zon eventjes kans zich een weg te branden door de wolk en krijgt de fotograaf de kans om een foto te maken die op deze pagina’s is afgedrukt. Dat is het moment – om de metafoor tot het uiterste door te voeren – dat een klant binnenwandelt en een diesel hatchback koopt. Veel dichterbij een auto die recessiebestendig is, kun je niet komen: zo’n auto zullen consumenten altijd nodig hebben.
Twee van onze testauto’s fonkelen van nieuwheid. De Golf VI en Mégane III staan pas sinds een paar weken in de showrooms, en nemen het op tegen de Focus die zelf een jaar terug een facelift kreeg – al vonden sommigen bij Ford het haast een nieuw model. Wat de Ford al aantoonde en wat de VW en Renault proberen na te bootsen, is dat auto’s die we nodig hebben ook best auto’s kunnen zijn die we graag willen hebben.
De Golf bijvoorbeeld is van een sluimerende soort van verlangen. Daar zit in het geheel geen wow-factor bij. Het is een buitengewoon keurige en uiterst ingetogen restyling van een eveneens buitengewoon keurige voorganger. Maar stap in en je kunt niet anders dan genieten van het subtiele, doch gezegend goed gedetailleerde ontwerp en vakmanschap.
Renault heeft zijn overdadige designdrift weliswaar beteugeld, maar desondanks heeft de nieuwe Mégane als je ‘m ziet rijden een oogopslag en een swingende uitstraling waar de Golf alleen maar afgunstig naar kan fronsen. De Focus stylingpakketje. Z’n van de ST afgekeken bodykit getuigt van veel geschreeuw maar weinig wol. De idiotie wordt verder verergerd door de als optie leverbare gigantische stickers die refereren aan WRC (een kampioenschap dat door Ford niet eens werd gewonnen in 2008). Negeer het gewoon, dan zit er een goed uitziende auto onder.
De Mégane is de meest werkelijk nieuwe auto in dit gezelschap. Het platform is weliswaar afkomstig van het oude model, maar de stuurinrichting is zorgvuldig onder handen genomen, het aanbod van motoren is vers en het interieur oogt en voelt volkomen fris. Hij is langer dan de oude Mégane, maar een paar kilootjes lichter. Aangedreven door een 130-pk sterke 1,9-liter diesel en handgeschakelde zesbak voelt hij soepel en levendig aan. De motor schudt een beetje bij stationair toerental, maar over het gehele toerengebied is er altijd voldoende vermogen. Het onderstel zorgt dat je er alles uit kunt halen. Daarbij is de besturing waarschijnlijk het beste nieuws: licht, maar met voldoende gevoel en het effect is dat hij behendig en dynamisch aanvoelt in bochten.
‘De Golf heeft eveneens prettige besturing en voorspelbaar rijgedrag, maar hij is zachter afgeveerd dan de andere twee en op bochtige wegen zou je iets meer demping wensen’
De Focus onderging weinig technische aanpassingen bij z’n facelift, maar dat had hij ook niet nodig. De motor, een tweeliter met 136 pk, is net zo gezond als die in de Renault wanneer de turbo aan de slag gaat en de zesbak is vertrouwenwekkend degelijk. De besturing is zo toonaangevend als je van een Ford mag verwachten, met een zodanig afgestemd gedrag dat hij je smeekt om plezier te gaan maken.
De Golf heeft een 2.0 TDI met 110 pk en een vijfbak (de Focus kan trouwens ook in die configuratie worden geleverd). Het verschil in vermogen is voelbaar en hij heeft de neiging af te slaan bij verkeerslichten, als je niet goed oplet bij het wegrijden. Maar het is een zo stille diesel dat als je eenmaal op weg bent, je er geen moeite mee hebt om ‘m het onderste uit de kan te laten halen. De Golf heeft eveneens prettige besturing en voorspelbaar rijgedrag, maar hij is zachter afgeveerd dan de andere twee en op bochtige wegen zou je iets meer demping wensen. Een uitstekend adaptief systeem is als optie verkrijgbaar.
De cijfers: de Focus en de Renault halen 100 km/u in zo’n 9,5 seconden, maar de Renault verspilt minder CO2: 134 g/km tegenover 144 g/km voor de Ford. De minder vermogende Golf heeft 10,7 seconden nodig voor de sprint naar 100 km/u, maar stoot dan slechts 128 g/km uit. Let wel, voor minder dan 1.000 euro extra koop je de TDI met 140 pk en zesbak, die accelereert sneller dan de Ford en de Renault en stoot minder CO2 uit (129 g/km). Of (en dat zouden wij doen) je koopt de levendige turbobenzinemotor, de 1.4 TFSI, die heeft dezelfde uitstoot als de Focus diesel, maar is duizenden euro’s goedkoper.
De winst van de meer bezadigde besturing van de Golf is z’n rijgedrag dat meer comfort biedt. Voeg daar het minst luidruchtige interieur en de allerbeste, meest ondersteuning biedende stoelen en fantastische ergonomie aan toe, dan weet je dat je je hierin op je gemak kunt nestelen voor ontspannende, lange ritten.
Hoewel de bouwkwaliteit van de nieuwe Mégane zich richting de Golf V heeft begeven, is die van de Golf VI alweer een stap verder. Niet veel, maar wel merkbaar. Die kwaliteitsverbeteringen brengen praktische voordelen met zich mee. Kijk maar eens naar de ruimte tussen voor- en achterdeuren. Bij andere auto’s zit daar een behoorlijke spleet. Bij de Golf is die keurig afgedicht door een rubber strip. Ziet er strak uit en het zorgt voor minder rijwindgeluid. De Golf heeft bovendien een mooi rechthoekige bagageruimte en hij biedt de meeste ruimte aan achterpassagiers. Maar qua ruimte ontlopen ze elkaar nauwelijks en als je meer ruimte wilt, kun je kiezen voor een C-Max, Golf Plus of Scénic. (En het bochtgedrag accepteren van een gammele damesfiets. En sociale zelfmoord. En…)
De Focus heeft een degelijk, zij het enigszins schommelend rijgedrag op deze grote banden. Het onderstel weet nu minder vlot raad dan op de standaard wielen, hoewel het zelfs daarmee nog niet zo soepel is als dat van de Golf. Het interieur is een beetje overdadig, met veel glimmende zaken die namaakmetaal blijken. Als je ‘m aanraakt in z’n kern – wat je doet als je pedalen, pook en stuur bedient – voelt de Focus goed gemaakt aan. Maar als je de oppervlakken betast, voelt-ie goedkoop aan: verplaats je vingers ver weg van de zachte bovenzijde van het dashboard en je voelt het harde plastic van deurstijlen, middenconsole en deurbekleding. De zittingen zijn ondanks de sportieve uitrusting zorgwekkend vlak. In grote lijnen is de bediening redelijk eenvoudig onder de knie te krijgen, maar esp-bediening op een hendel aan de stuurkolom is behoorlijk afwijkend.
De eerste Franse voorserie Mégane waarmee we reden, was behoorlijk luidruchtig. Dit exemplaar is veel beter, al is het nog steeds niet geweldig met nogal wat rijgeluiden. Bovendien wordt het rijgedrag verstoord door zowel de stijfheid als een wat schuddend gevoel – alsof de bouten niet zijn aangedraaid. Er zijn natuurlijk slechtere concurrenten, maar het rijgedrag van de Mégane is niet beter dan gemiddeld, terwijl dat van de Golf het beste in deze klasse is.
Wel krijg je in de Renault goede stoelen en een geweldig uitziend dashboard, dat goed is uitgerust met fraaie materialen. De lcd-snelheidsmeter ziet er opzichtig uit, maar is goed afleesbaar en zorgt voor ergonomisch voordeel dat helaas onmiddellijk teniet wordt gedaan door petieterige knopjes voor de audio die zich ergens ter hoogte van je schenen bevinden. Gelukkig kun je de meeste functies bedienen met een hendel aan het stuur.
De verschillen tussen deze auto’s bevinden zich overwegend op dergelijke, kleine punten. Ze rijden allemaal goed, ze zijn degelijk en goed doordacht. De grootste verschillen tussen deze drie zitten in de specificaties: de overbemeten wielen van de Focus, de zwakkere motor van de Golf. Misschien dat daarom de Mégane als een goed compromis aanvoelt. Rijgedrag en verfijning zijn niet van het niveau van de Golf – die excelleert op die terreinen – maar hij rijdt plezierig, zuinig, is keurig afgewerkt en ziet er van binnen en van buiten nieuw uit.
De Golf ziet er niet nieuw uit en voelt evenmin nieuw. Dat wil niet zeggen dat hij uit de pas loopt, maar hij rijdt precies als het vorige model. Ik heb met diverse uitvoeringen van de laatste versie van de Golf gereden: met de TSI-motor, de zeventraps DSG en de adaptieve dempers. Die voelden aan als een stap voorwaarts. Ik probeer wanhopig te bedenken waarom je het nieuwste standaardmodel zou kopen terwijl je voor hetzelfde geld een vrijwel nieuwe, beter uitgeruste uitvoering van het vorige model kunt kopen. Tenzij je echt een obsessie hebt voor de kwaliteit van interieurafwerking. Heb je die obsessie, dan is de nieuwste Golf ongetwijfeld de beste keuze.
Dan volgt de echte schok: de Focus kost, voorzien van de opties van het testexemplaar, het onvoorstelbare bedrag van 28.775 euro. Dan heeft hij allerhande hebbedingetjes, maar geen echt kostbare opties als navigatie of leer. Zie af van de opties, de bodykit en de lichtmetalen velgen van 18 inch en dan koop je een auto die beter rijdt voor vele duizenden euro’s minder. Bedenk bovendien dat de occasionhandel tot aan de neus in de voorraden zit – met veelal exemplaren met weinig kilometers. Wat dat betekent voor de investering in een nieuwe auto? In deze economische ijstijd weet je best dat er betere methoden zijn om met geld te smijten.

Wil je tegen beter weten in geld uitgeven?

Koop een Golf die bij je blijft tot je tanden zijn uitgevallen en er geen haar meer op je hoofd groeit. Maar om verveling te vermijden, is de Mégane de beste keuze.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken