Productiestrijd: F-35 vs Speedtail

De F-35 Joint Strike Fighter mag dan snel zijn, op z'n productielijn is het een ander verhaal

Vanwege het inmiddels onmiskenbare geluid van de Lockheed Martin F-35 Lightning II moet Steve – onze gids vandaag – zijn stem even verheffen. Maar dankzij de verbijsterende acceleratie van het ding kan hij al snel weer op normaal volume tegen ons praten. De af en toe opstijgende vliegtuigen zijn verantwoordelijk voor het enige harde geluid terwijl we de fabriek bekijken van de F-35 in Fort Worth, Texas. Achter op een golfkarretje. Verder is het er zo stil en kalm als in een park waar op zondagochtend tai chi wordt beoefend.

Twee weken later en 7.561 kilometer verderop in Woking, VK, komt een 4,0-liter V8 tot leven. Hij trekt de aandacht bij de McLaren Speedtail-productielijn op dezelfde manier als een man met een hoestbui dat doet tijdens de zondagse preek van de pastoor.

De bedaarde rust waarin twee van de snelste en meest ontzagwekkende machines op aarde worden geproduceerd, is verbazingwekkend. En toepasselijk, zou je kunnen zeggen. Ze halen respectievelijk topsnelheden van 1.931 km/u en 400 km/u, zodat straks van hun piloten c.q. bestuurders ook enige kalmte mag worden verwacht. Die kunnen ze alleen maar baseren op het perfectionistische vakmanschap en de kille deskundigheid van de mensen die de apparaten in elkaar hebben geschroefd.

F-35 vs Speedtail

Je hebt de race tussen deze twee voertuigen waarschijnlijk gezien in seizoen 28 van TopGear-tv. Toen won de F-35. Een race tussen dezelfde machines op hun productielijnen pakt bepaald anders uit; de Speedtail rehabiliteert zich als een dolle. In zeveneneenhalve dag is ie klaar, en dat is toch wat sneller dan de achttien maanden die het vergt om het straalvliegtuig te produceren. In de tijd dat een van de nieuwe F-35B’s (tijdens de ontwikkeling ook wel de JSF genoemd) in de lak is gezet, heeft McLaren alweer 27 auto’s de fabriekspoort uit gereden.

Afgezien van de productietijden vallen er echter opvallend veel parallellen te ontdekken tussen de manieren waarop Lockheed Martin en McLaren een ‘paar’ kratten onderdelen omvormen tot twee van de meest opmerkelijke objecten die in de wereld van vandaag te koop zijn. (Ze kosten 2 en 120 miljoen euro; zoek zelf anders even na welke prijs bij welk voertuig hoort.)

In de breedste zin worden ze allebei gemaakt aan pulserende productielijnen. Daar komt iets meer technologie aan te pas – en aanzienlijk meer kostbare materialen – dan bij het maken van een Qashqai of een Astra. Dus in plaats van voort te razen op een lopende band waarnaast robots schroeven staan aan te draaien, staan deze voertuigen een afgebakende periode stil in gespecialiseerde stations. Is het ene station klaar, dan wordt het apparaat doorgeschoven naar het volgende. De Speedtail legt een weg af door tien stations, elk afgepast op 0,75 dag, waar de F-35 elke 1,8 dag pulseert en alleen al voor de vleugelsystemen door 37 stations gaat (in die vleugels bevinden zich onder meer de brandstofleidingen).

‘In tegenstelling tot bij mcLaren is de F-35-productiehal ontregelend groot. Je verliest je hele gevoel voor schaal’

‘We bouwen geen grote volumes’, zegt Steve Over, de baas van de F-35 International Business Development-afdeling en vandaag de kundige bestuurder van het golfkarretje. ‘We hebben van Toyota geleerd hoe je snelle massaproductie aanpakt – houd het product voortdurend in beweging. Hier is die beweging niet zichtbaar, het is niet de constante stroom zoals je die in een autofabriek ziet. Maar het principe is hetzelfde. Je kunt het in ons geval beter vergelijken met het klikken van een metronoom.’ Een scherm toont dat het nog 35 uur en 26 minuten zal duren – meer dan vier ploegendiensten – voordat de lijn weer zal pulseren.

Bij McLaren zijn niet alle tien stations tegelijkertijd in werking. Er wordt op ieder gegeven moment aan vijf Speedtails gewerkt, zij het op de even, zij het op de oneven genummerde stations. Dit zodat de overdracht tussen de stations altijd soepel kan verlopen. We hebben ooit een bezoekje gebracht aan het McLaren Technology Centre (MTC) waar we zagen hoe de 570S en de 720S minutieus in elkaar worden gezet. We hadden destijds de indruk dat we even in de fabriek van een Bond-schurk waren beland. Nu zien we hetzelfde proces, maar dan in extreme slow-motion.

‘Elk van de mensen hier doet drie tot vier uur werk tegen elke 32 minuten werk daar’, zegt Alex Gibson, de Programme Manager van de Ultimate Series. Hij vergelijkt de productielijnen van de Ultimate en de Sports Series – McLarens instapmodellen, oneerbiedig gezegd – met elkaar. ‘Zij maken twintig auto’s per dag, wij maken er drie per week. We hebben de mensen voor deze lijn speciaal geselecteerd. Dat is zo gegroeid vanaf de eerste auto die we hier maakten, de P1. Er zijn specifieke vaardigheden en er is specifieke kennis die je moet bezitten voor het bouwen van de Speedtail. Zoals van de hoge voltages voor het hybride systeem. We bevinden ons nu in de eerste fase om het MTC om te vormen tot een high-voltage faciliteit.’ Een noodstop in de vorm van een haak aan de muur, zoals je die ziet in de pitstraat van de Formule E, is een stille getuige van die woorden.

Zowel de auto als het vliegtuig is gevormd naar de eisen die de aerodynamica en gewichtsreductie stellen, met ingewikkelde koolstofvezelstructuren als het sterke maar lichte hart van hun vele panelen. En ze kunnen allerhande trucs die je aan hun gepolijste buitenkanten niet kunt afzien.

In het geval van de Speedtail hebben we het dan bijvoorbeeld over de achterspoiler. Die bestaat uit een flexibel stuk koolstofvezel dat zich aan het eind van de verlengde romp bevindt. De spoiler beweegt via een prachtig aluminium mechanisme dat zich onzichtbaar onder de versnellingsbak bevindt en daarmee samenwerkt, zodat het aerodynamisch profiel van de auto overeenkomt met de snelheid waarmee je rijdt. Alle niet-structurele delen zijn hol gemaakt om elke mogelijke gram te besparen. Het is nerd-fetisjisme op z’n best. Het Amerikaanse equivalent is het VTOL-systeem (Vertical Take-Off and Landing) dat op de B-variant van de F-35 zit, de variant die bijvoorbeeld de Britse strijdkrachten gekocht hebben om de toestellen te kunnen gebruiken op hun vliegdekschepen.

‘Twee weken later en 7.561 kilometer verderop in Woking, VK, komt een 4,0-liter V8 tot leven’

De Lightning is zo stealth, zo onzichtbaar voor radar, als een gevechtsvliegtuig maar kan zijn. Om dat te bereiken, moet het toestel aan de buitenkant zo weinig mogelijk vouwen en onregelmatigheden hebben. Dat leidt ertoe dat alle wapens binnen in het toestel worden opgeslagen. Daar bevindt zich ook de 29.000 pk sterke zweefmotor die de toestellen van de Britse RAF in staat stelt als een helikopter, verticaal dus, op te stijgen en te landen. Die motor komt van Rolls-Royce en maakt deel uit van de 15 procent aan onderdelen van de F-35 die in het VK worden gemaakt.

De unieke lengte van de Britse vliegdekschepen was leidend om exact te bepalen hoe de koude lucht de motor moet worden ingezogen om de stuwkracht te genereren. En hoe de hete gassen via de uitlaat achter moeten worden weggepompt om het toestel te kunnen manoeuvreren. In de onbenutte ruimte in de F-35A, die de VTOL-uitrusting dus niet heeft (en die bijvoorbeeld de Nederlandse luchtmacht heeft gekocht), bevindt zich een extra paar gronddoelraketten plus 2,2 ton aan brandstof. Hierdoor wordt de actieradius vrijwel verdubbeld.

Dat is allemaal nogal breinbrekend, maar gelukkig zijn er hier ook normale dingen die normale mensen wel kunnen begrijpen. In Texas zien we riksja’s tussen de bouwstations van de Lightning peddelen om schoon, stil en efficiënt onderdelen te brengen naar waar ze moeten zijn. In het Engelse Surrey zien we in elke hoek van de fabriek alledaagse Hoover-stofzuigers staan. Want de Ultimate-lijn van McLaren moet wel een beetje stofvrij zijn en blijven. In de lakstraten van beide bedrijven worden respectievelijk de sensoren van de F-35 en de blootliggende koolstofvezel delen van de Speedtail afgeplakt met exact hetzelfde schilderstape dat je thuis gebruikt om te voorkomen dat je over je stopcontacten heen verft.

Het zijn fijne, kleine zaken om je even vrolijk over te maken, omdat al het andere zo technisch en zo natuurkundig is. Vooral in Texas moet je aan een TU hebben gestudeerd om nog een beetje te kunnen volgen waar Steve het over heeft. Een leuke anekdote, dan; die gaat over de fabriek zelf. De wortels van de fabriek in Fort Worth zijn gelegen in de Tweede Wereldoorlog, toen hij werd gebouwd volgens exact dezelfde specificaties als fabrieken in Michigan en Oklahoma. Elk van die fabrieken heeft een productielijn van een mijl (1.609 meter) lang. Dat vonden de Texanen maar niks, die scheppen graag op over het formaat van hun zaken. En dus bouwden ze er met eigen geld nog 25 voet (iets minder dan 8 meter) aan vast. Zo hadden ze lekker de langste. Amerikaanser wordt het niet.

In tegenstelling tot de lijn waar de Speedtail wordt geassembleerd – een netjes met een lint afgezet gedeelte van een grotere fabriek, alsof het het vip-deel betreft van ’s werelds best verlichte en stilste nachtclub – is de hal waarin de F-35 wordt gemaakt ontregelend groot. Je verliest je hele gevoel voor schaal als je hoort dat de fabriek zo lang is – 1.617 meter. Een mijl lijkt ‘binnen’ veel langer dan een mijl in de open lucht, en dat komt heus niet alleen door die extra 25 Texaanse feet.

Aan het eind van de lijn, en het eind van onze tour – waar de romp en de vleugels zich eindelijk bijeenvoegen en het hele ding ook echt begint te lijken op een vliegtuig – staan we even stil bij een exemplaar van de F-35 dat we passeren. Deze Lightning is voor 68 procent compleet, lezen we op een scherm. Dan zien we er nog een staan, daarvoor, en nog een aan de zijkant, en nog een verderop. We realiseren ons dat we worden omringd door wel twintig van die enorme dingen. Maar het lijken haast Kinder-surprises in deze weidse omgeving. Zo groot is deze hal dus, en dit is de overweldiging die je voelt als je je gevoel voor schaal verliest. We bekijken een exemplaar van dichtbij in de lakstraat (waar ‘bewolkt grijs’ de lievelingskleur van de klanten blijkt te zijn) en herinneren ons dan dat F-35’s geen kleine machines zijn.

Wat er vervolgens gebeurt, stelt al het voorgaande in de schaduw. Zoals elk van de 106 Speedtails die de fabriek in Woking uitrolt naar de Millbrook Proving Ground moet om op snelheid te worden ‘gevalideerd’, zo moet elke F-35B drie testvluchten van een uur maken vanaf de luchtmachtbasis van Fort Worth, om zo te verzekeren dat alle checks aan de grond goed zijn gedaan. Er worden ter plekke genoeg vliegtuigen gemaakt om een voltijds testpiloot in dienst te hebben. Deze figuur heeft een hele hoop extra training gehad bovenop zijn militaire ervaring om niet alleen met de apparaten te kunnen vliegen, maar ook eventuele omissies te kunnen identificeren en te kunnen duiden. Ons lijkt het de moeder alle banen.

‘Jullie kunnen ons helpen om een fabeltje de wereld uit te helpen’, grinnikt Steve terwijl een F-35 aan het eind van de startbaan keert om op te kunnen gaan stijgen. ‘Namelijk dat de motoren van de F-35 zo luid zijn dat ze je trommelvliezen laten scheuren.’ Warrrrrggghhhhhhhh. De machine stijgt op, een blauworanje staart van hitte achter zich aan. En ja, onze oren functioneren daarna nog steeds. De rust die de fabrieksvloer zo kenmerkt, daalt weer neer over de startbaan.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws