Aston Martin DB11 – Deel 1

Engeland verlaat de Europese Unie – misschien heb je het gehoord. Tijd om de bewoners van het Europese vasteland te laten zien dat Engeland de beste auto’s ter wereld maakt. Een mooie taak voor de Aston Martin DB11 om op diplomatieke missie te gaan

Een wijs man heeft dit ooit tegen ons gezegd. Nou ja, een wijs man, eigenlijk was het de fotograaf van dienst die dat zei, na een aantal biertjes Plop – of hoe ze hun bier daar ook noemen – in het achterland van Roemenië. We zullen jullie besparen wat die avond ons vanaf dat punt nog heeft gebracht, maar hier draait het om: als er enige waarheid schuilt in dat mantra, dan is dit verhaal bij voorbaat al een magnifiek verhaal. Waarom? Omdat het inderdaad allemaal begon met een buitengewoon beroerde beslissing.

‘Zou het niet gaaf zijn om met de Aston Martin DB11 naar Athene te rijden?’ vroeg iemand zich overenthousiast af tijdens de redactievergadering. Wat zeg je nou? Je kunt je voor 100 euro door EasyJet laten opvouwen in een oranje buis en je binnen vier uur daar laten afleveren. Even via Google checken hoe lang de reis over de weg zou duren en het bleek inderdaad een krankjorume onderneming. Maar het enthousiasme werd alleen maar groter. En toen we eenmaal inzagen dat we de gelegenheid hadden om Engeland te dienen op een manier die alleen Top­Gear beheerst, was het besluit al snel genomen.

Wat wordt de route?

De reis zou beginnen in Brussel, een afscheid van de bondgenoten in de EU, om vervolgens naar Maastricht door te rijden, de geboorteplaats van de euro. Van daaruit door naar Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Liechtenstein, Oostenrijk, Italië, Slovenië, Kroatië, Servië, Bosnië, Roemenië, Bulgarije, Macedonië en Griekenland – een parade van 3.500 kilometer door vijftien landen. Dit wat haastig opgekrabbelde schemaatje hield geen rekening met onvoorziene omstandigheden als autopech, chagrijnige douaniers of de menselijke behoefte aan slaap.

Toch zou het een avontuur worden. Uit de omschrijving in het woordenboek voor avontuur – ‘een riskante onderneming met onbekende afloop’ – maken we op dat een vlekkeloos verloop van de reis niet waarschijnlijk zou zijn, maar we hadden tenminste wel het juiste gereedschap voor de klus. De DB11 is de spiksplinternieuwe 2+2 van Aston Martin, ontworpen om kilometer na kilometer in goddelijke rust af te leggen. Maar hij is ook in staat je met een ballistische vaart voort te stuwen zodra je je brogues verwisselt voor alcantara raceschoentjes, zoals The Stig altijd draagt, en je het gas wat dieper intrapt. Een Aston Martin DB11 en een circuit is geen goede combinatie, maar op de openbare weg is hij in zijn element. De filosofie is op rijgedrag gericht en de combinatie van achterwielaandrijving met de motor voorin zit in de genen van de DB. Toch vormt de DB11 een nieuw hoofdstuk.

Wat is er dan allemaal nieuw aan de Aston Martin DB11?

Een nieuw, stijver onderstel van gelijmd aluminium, iets grotere proporties dan die van de DB9, een nieuwe 5,2-liter V12 met dubbele turbo’s (goed voor 608 pk), een compleet nieuw design en een nieuwe elektronische architectuur die van Mercedes afkomstig is, vormen de hoofdmoot. Maar veel belangrijker is wat deze auto uitstraalt: een frisse start voor Aston Martin, de aftrap van zeven nieuwe auto’s in de komende zeven jaar – waaronder een nieuwe Vantage, Vanquish, DBX-­crossover, verschillende Lagonda-sedans en een of andere AM-RB 001 hypercar. Als alles goed is doorgerekend, zou dat ook moeten leiden tot zwarte cijfers en winstgevendheid.

Aston heeft als opdracht ‘de fraaiste auto’s ter wereld te maken’ (niet onze woorden, maar die van CEO Palmer) en nu we hier op parkeerplaats P1 van het eindeloos grijze vliegveld van Brussel staan, stellen we vast dat de DB11 een schitterende verschijning is – al hangt dat wel heel erg van de gekozen specificaties af. Zowel de a- als de c-stijl zijn nu te bestellen in ongelakt aluminium, lakkleur of zwart (zoals de auto in deze test), waardoor je de Aston Martin DB11 met een muisklik van elegant in protserig kunt omtoveren. De proporties zijn echter onmiskenbaar die van een Aston. De achterkant, met die fraaie led-achterlichten in boemerangvorm, is beter geslaagd dan de voorkant, waar de grille een beetje een overbeet heeft. Maar hij heeft in onze ogen meer klasse dan een Ferrari F12.

Kan de Aston Martin DB11 op andere punten de F12 bijbenen?

De DB11 doet zelfs een voorzichtige poging door te dringen in de donkere spelonken van de aerodynamica. De sleuven achter de voorwielen doen denken aan die van de Vulcan en verminderen de luchtdruk in de voorste wielkasten, terwijl aan de achterkant door luchtinlaten in de c-stijl rijwind door een spleet in de kofferklep wordt geleid om zodoende wervelingen tot stand te brengen die fungeren als virtuele spoiler. Of het werkt of niet is ondergeschikt aan de genialiteit van de vondst.

Op dit moment hebben we trouwens wel iets anders aan het hoofd dan delibereren over flanken en oppervlakken. De fotograaf heeft drie waanzinnig grote koffers met camera-uitrusting meegenomen en we moeten zien uit te vogelen hoe we die samen met onze handbagage in de Aston Martin DB11 gaan krijgen. Aston beweert trots dat de wielbasis 65 millimeter langer is, de breedte met 28 millimeter is toegenomen en de totale lengte met 50 millimeter is gegroeid. Daarmee heeft de DB11 ten opzichte van de DB9 voorin 10 millimeter meer hoofdruimte en achterin 54 millimeter meer hoofdruimte, plus 87 millimeter meer ruimte voor de voeten. Al moet je je wel realiseren dat die stoelen achter nog steeds meer geschikt zijn voor tassen dan voor mensen. Zelfs kleine.

Verder met de reis

We zullen jullie niet vervelen met de saaie details van onze rit op dag één – de wegen in België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk zien er op een grijze dag allemaal hetzelfde uit. Wel willen we kwijt dat de Aston Martin DB11 in staat is om een afstand van 160 kilometer te laten aanvoelen als 100 kilometer. Maar laten we even doorspoelen naar drie uur ’s middags, op de slingerende D431 door het groene loof van de Vogezen, waar de DB11 na 550 kilometer onder de wielen zich lijkt te hebben ontdaan van zijn magnifieke V12 en die schijnbaar heeft ingeruild voor een diesel. Dat is niet fijn.

We zitten in een klim wanneer dit gebeurt. Het lijkt wel alsof er 500 van de 608 pk’s in rook zijn opgegaan, de turbo’s doen niet meer mee en de motor wil niet meer dan 3.000 toeren per minuut draaien. We sturen de eerste de beste parkeerhaven in en bellen de vijfde hulpdienst: de pr-afdeling van Aston. Aangezien dit een exemplaar uit de voorserie is, heeft hij een rode noodschakelaar in de middenconsole die ons al vanaf het begin in de verleiding heeft gebracht om hem uit te proberen. We krijgen nu opdracht om hem in te drukken, en als bij toverslag is alles bij het oude en kunnen we weer verder. Tot na enkele minuten het euvel zich weer voordoet, ditmaal met een rood controlelampje in de tellers en verontrustende knallen in de uitlaat.

Kon de reis nog wel vervolgd worden?

Gelukkig is er een ingenieur van Aston Martin op ongeveer drie uur rijden in de buurt, iets ten zuiden van Stuttgart. Hij gooit zijn plannen om en komt ons redden. De volgende ochtend wordt ons uitgelegd dat het in de software zit, dat er niets mechanisch mankeert (joepie!) en dat we weer gewoon verder mogen rijden. We hebben nu alleen een probleempje, want we hadden op dit moment al in Innsbruck moeten zijn en dat is nog minstens vijf uur rijden. Dit geeft ons mooi de gelegenheid om het ge-Benzificeerde interieur van de Aston Martin DB11 te bestuderen.

De meeste dingen die je aanraakt, zijn met de hand gemaakt, zoals het geperforeerde leer van de deurpanelen en het stikselwerk rond het scherm van het navigatiesysteem. Tik met je nagels tegen de metalen flippers en er klinkt een geruststellend ‘ting ting’. Hetzelfde geldt voor het geribbelde volumeknopje op het squircle-vormige stuur (het nieuwste gadget in de auto-industrie: een afgerond vierkant). Het digitale instrumentenpaneel en infotainmentsysteem komen rechtstreeks van Mercedes en brengen de auto weer helemaal bij de tijd. Daarbij maken ze ‘m ook wat goedkoper – iedereen gebruikt tegenwoordig immers digitale instrumentenpanelen. Voor een dikke 280.000 euro zouden wij liever analoge meters zien met meer detaillering, zeker voor de snelheidsmeter.

En ligt het aan ons of zijn die deurgrepen een beetje, eh, fallisch?

Je zit laag. Erg laag zelfs, wanneer je dat wenst. Op sommige van onze foto’s zie je alleen het voorhoofd van de bestuurder boven het stuur uit komen. Maar dat is een keuze – de stoel kan hoger – en het zicht blijft uitstekend. Alleen de dikke a-stijl zit in de weg als je vanuit een zijstraat de weg op wilt rijden. Maar zie het zo: het is een Aston die baadt in de meest hoogwaardige materialen, en nu is ook de technologie in het interieur eigentijds en werkt het ook echt allemaal. Dat is pure winst. Tijd om uit te zoeken hoe de nieuwe motor zich houdt – onze volgende halte zou daarop het antwoord moeten geven.

Morgen lees je deel II!

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
× Time 0.755 sec Init 0.001 sec, Execute 0.310 sec, Render 0.444 sec, Memory 26.77/26.82 MiB, DebugR, Database[wordpress] 2 queries in 0.002 sec