Autotest: Lexus IS F

De buitenkant van de IS F laat precies zien wat het doel van Lexus is met dit monster. Denk aan M3, C63 AMG en RS4.
 
Heb je de laatste serie van Top Gear bekeken? Die aflevering waarin Clarkson, Hammond en May op het circuit van Ascari in Spanje met een BMW M3, Mercedes C63 AMG en Audi RS4 probeerden uit te vinden welke van de drie het uh, lekkerst reed?
 
Het resultaat: vanuit stilstand het snelst één mijl afleggen werd gewonnen door de Mercedes. Een rondje circuit met niemand minder dan The Stig achter het stuur werd een overwinning voor de BMW. Een wedstrijdje ‘appel raken’ in het ideale snijpunt van een bocht – waarmee de stuurprecisie nog maar eens aangetoond kon worden – werd ook door BMW gewonnen. Conclusie: de M3 moet je hebben als het om fijnzinnig sturen gaat, al dan niet op een circuit. Voor brute power moet je bij Mercedes zijn. Audi? De beschaafdste van het stel, en hij doet nog leuk mee ook. Helemaal eerlijk ging het niet – want de M3 was een coupé-uitvoering terwijl de anderen twee deuren meer meesjouwen, maar net als onze televisieploeg laten we dat even buiten beschouwing.
 
Jammer genoeg was de Lexus IS F nog niet gereed om mee te kunnen doen, want met de IS F heeft Lexus maar één doel voor ogen: korte metten maken met de Mercedes C63 AMG en de BMW M3. Laten we ook de RS4 niet vergeten. Je zou het van een merk als Lexus misschien niet verwachten, maar de IS F is een echt beest. Het is alsof de RS4, M3 en C63 AMG in een gigantische blender zijn vermalen tot de ideale mix. Het resultaat is deze alles vermorzelende sportsedan. Echt alles?
 
Vraag de gemiddelde Nederlander wat-ie van een Lexus vindt en negen van de tien ondervraagden zullen antwoorden: ‘Goeie kwaliteit, tikkie saai’. Laten we ongecompliceerd, ongenuanceerd en zwart-wit denken: een Lexus is net zo sexy als een wasmachine, en een Lexus-bezitter is net zo flitsend als de gemiddelde politicus. Minstens middelbaar, ook. Zo, dat is er alvast uit. Meer clichés? M3-rijders hebben te veel gel in hun haar en steken daar graag een zonnebril in, AMG-rijders hebben een dikke bierpens en RS4-rijders zijn watjes die het lef niet hadden een M3 of AMG te kopen. Wie o wie zal er dan in een Lexus IS F gaan rijden?
 
De ‘F’ in de benaming is een verwijzing naar de Fuji Speedway, het Formule 1-circuit in Japan, daar waar Lexus graag haar snelle modellen test. Voorlopig alleen de IS dus, maar Lexus’ LF-A is als coupé en roadster in aantocht en men sluit andere F-modellen niet uit. Denk aan een GS F als tegenhanger voor de E63 AMG, M5 en RS6. Aangezien de IS F als gezegd de eerste snelle productie-Lexus is, mag je wel wat verwachten. Nou, laat dat maar aan Lexus over.
‘In één tiende van een seconde wissel je van versnelling. Dat is heel, heel erg snel. Lexus beweert dat alleen Ferrari dat sneller doet’
 
Alles wat je zou wensen van een snelle IS maakt Lexus waar. Te beginnen bij de kwaliteit. Die is dik in orde. We geselen de IS F ongenadig hard op het zeer bochtige en technische circuit, en hij geeft geen krimp. Geen tikje, geen rammeltje, geen enkele vorm van ongerief valt te bespeuren. We hadden niet anders verwacht, maar daarmee is Lexus er nog niet want elke Lexus zou deze beoordeling krijgen.
 
Motorisch levert Lexus de IS F af met een vijfliter V8 die 423 pk levert en 505 Nm koppel bij 5.200 tpm. Drie verwaarloosbare pk’s meer dan de M3 en RS4, 34 pk minder dan de C63 AMG. Een sprint, de standing mile, zal hij waarschijnlijk niet winnen van de Mercedes. Wellicht zit er een tweede plek in, want de automaat van de Lexus schakelt flitsend. Natuurlijk, puristen roepen altijd dat ze een handbak willen. Als het echt niet anders kan, willen ze nog wel aan een mechanische bak zonder koppeling en met flippers op het stuur, maar zeker niet aan een automaat. De IS F heeft wel een automaat, met maar liefst acht trappen, en is niet leverbaar met een handbak. Wil je relaxed rijden dan zet je de bak in D(rive), wil je een beetje opschieten dan ga je over op handbediening: pookje naar voor of naar achter tikken of met flippertjes aan het stuur. In één tiende van een seconde wissel je van versnelling. Dat is heel, heel erg snel. Lexus beweert dat alleen Ferrari dat sneller doet. We zijn geneigd ze te geloven.
 
Dan het geluid. Wat de IS F produceert is best heel lekker. Men krijgt er kippenvel van, meer nog dan van het toch ook prettig klinkende gegrom van de andere drie. Lexus heeft de akoestiek zo geregeld dat wanneer je rustig voort tuft, je niet wordt afgeleid door overmatig motorgeluid. Wanneer je een beetje fluks vaart maakt, zet de V8 een prettige keel op – om je het gevoel te geven dat je echt wel vooruit komt – en als je het uiterste wilt, brult de V8 bijkans de motorkap eraf. Jammer genoeg duurt dat nooit lang want net boven de 6.000 toeren per minuut waarschuwt de IS F met een piepje dat je moet opschakelen. Het gevoel zegt dat we meer toeren willen maken, maar het gaat niet. Door een trucje met klepjes en elektronica is het gebrul voor buitenstaanders, zij die jou met verbijstering voorbij zien vliegen, minder extreem dan jij binnenin beleefd. Ergens een beetje ingetogen, typisch Lexus.
 
Ondanks het supersnelle schakelen en voldoende vermogen zal de IS F het op een snel parkoers waarschijnlijk niet winnen van de M3. Daarvoor mist de Lexus dat allerlaatste tikje scherpte en precisie in besturing en balans. Het scheelt waarachtig weinig. Haarfijn de ideale lijnen rijden gaat boven verwachting snel – volgens de Lexus-technici sneller dan de drie concurrenten op dit circuit. Maar dat zouden wij ook vertellen als we bij Lexus zouden werken en er op het moment dat wij mogen rijden in geen velden of wegen een M3, C63 AMG of RS4 te zien is om het zelf uit te proberen. Maar! Bij Lexus scheppen ze niet zo gauw op, dat zit niet in hun aard.
 
Als je op z’n snelst wilt rijden, moet je volgens de heren van Lexus ook het esp ingeschakeld laten. Logisch, want de IS F heeft geen sperdifferentieel om de verschillende krachten op elk afzonderlijk achterwiel zo efficiënt mogelijk op het asfalt te houden, dat wordt allemaal elektronisch geregeld met esp. Schakel je het uit, dan rook je binnen een paar rondjes de achterwielen op. Zie de voorkant van dit blad.
‘Voor 101.600 euro heb je wat ons betreft de ultieme rookmachine in een beschaafde verpakking’
 
Houdt de IS F de Mercedes C63 AMG of de Audi RS4 wel achter zich? We durven er onze vingers niet aan te branden, dat moeten we eerst zelf uitproberen. We denken stiekem van wel. De RS4 zal met z’n vierwielaandrijving vast winnen als het regent, de C63 AMG doet dat waarschijnlijk als er veel lange, rechte stukken moeten worden afgelegd, en de IS F zou op een bochtig parkoers weleens van deze twee kunnen winnen. Op topsnelheid klopt de Lexus alle drie z’n concurrenten want de IS F is begrensd op 270 km/u waar de anderen er bij 250 mee ophouden. Zonder begrenzer haalt de Lexus bijna 310 km/u, al moet je dat met de standaard banden niet proberen. Met wat aanpassingen fluistert een technicus ons in, is bijna 330 mogelijk. Ja, echt, we zijn nog steeds bij Lexus.
 
Vergeet de theoretische topsnelheden. We vinden dat de missie van Lexus – als onze gedachten over een vierkamp met BMW, Mercedes en Audi een beetje kloppen – uitermate geslaagd is. Minder te spreken – we moeten toch wát aan te merken hebben – zijn we over de doffe, zilvergrijze plak plastic om het navigatiesysteem heen, en over de vier ovale uitlaten die aan beide zijden als paartje schuin op elkaar liggen. Met chroom opgesierd nog wel. Van onder de motor loopt er maar één enkele pijp naar achter. Een beetje kermis, in het geheel niet typisch Lexus.
 
Echter, standaard leren bekleding, standaard navigatiesysteem, standaard Mark-dinges supersonisch audiosysteem, dat is allemaal niet mis. Brede 19-inch BBS-velgen – ook heel on-Lexus – en speciaal voor de IS F ontworpen Brembo-remmen waardoor je je nek breekt als je ze echt hard aanspreekt, zijn ook standaard. Tel daarbij het relatief gunstige verbruik van 11,4 liter per 100 kilometer en een aanschafprijs van net boven een ton, en de IS F scoort nog meer punten. De enige drie opties op de IS F zijn een schuifdak, metallic lak en een Pre-Crash Safety-pakket met adaptieve cruisecontrole. Voor het geld dat je daaraan kwijt bent, kun je beter een paar setjes achterbanden kopen, want voor 101.600 euro heb je wat ons betreft de ultieme rookmachine in een beschaafde verpakking. Op de wie-o-wie-vraag in de derde alinea kunnen we nu gerust antwoord geven: wij.

 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken