Autotest: Mazda 2 1.5 GT-M 3-deurs handgeschakeld

Drie jaar geleden veranderde Mazda’s stadsautootje van een belegen busje in een vlotte hatchback. Tijd voor een update.
 
Op Mazda’s hebben we zelden iets aan te merken. Technisch is de boel altijd dik in orde, qua rijgedrag zit het wel goed, en buitensporig duur zijn ze nooit. Wel waren ze nog niet zo heel lang geleden ontzettend geeuwopwekkend saai. Een goed voorbeeld op dat vlak was de Demio, die nog steeds hoog genoteerd staat in de lijst van auto’s die mensen tot de dood toe verveeld hebben. Op nummer 1 staat de Mazda 323 diesel uit 2001.
 
Dat is allemaal verleden tijd. De Demio werd de Mazda 2, en de Mazda 2 werd een lekker vlot stadsgebakje, dat inmiddels toe is aan een kleine facelift. Voor het oog bestaat die vooral uit een nieuwe, ‘grijnzende’ voorbumper. Toen we drie jaar geleden voor het eerst in de 2 reden, stemde hij ons vrolijk, maar vonden we ‘m overdreven hard geveerd. Daar heeft Mazda nu iets aan gedaan. Zowel de voor- als de achterwielophanging werden herzien, wat duidelijk te merken is. Hobbels worden nog steeds stevig doorgegeven, maar we stuiteren in ieder geval niet meer uit onze stoel.
 
Ook op andere onderhuidse punten zagen de Japanners ruimte voor verbetering. De carrosserie werd op structurele punten verstevigd, zonder dat het gewicht toenam. De motoren – twee 1.3’s en de door ons gereden 1.5 – voldoen nu allemaal aan de Euro5-eisen. Bovendien is die laatste nu ook met een automaat verkrijgbaar, iets waar blijkbaar veel vraag naar was. Het is er een van de oude stempel, met een simpele koppelomvormer en vier trappen, maar hij reageert vlot en schakelt onmerkbaar.
 
In auto’s van dit formaat schakelen we toch liever zelf, dus maakten we de meeste kilometers in de uitvoering met vijfbak. Die laat zich kort en prettig schakelen, met zo’n strak snok-snok-gevoel. Het sturen staat daar nogal haaks op, want dat gaat wat licht en onbestemd. Alles went echter, en wanneer we na een kwartier vlotjes over de haarspeldweggetjes rond Monaco jagen, storen we ons er niet meer aan.
 
De 1.5 is heerlijk gretig en maakt het liefst heel veel toeren, precies zoals het in een auto van dit formaat moet zijn. Rev-happy, zouden onze Britse collega’s zeggen. Uiteraard schreeuwt ie het daarbij uit, maar als je je gedraagt, is het geluidsniveau in het interieur behoorlijk laag. Het geheel ziet er ook weer wat volwassener uit, met nettere (zij het nog steeds keiharde) materialen. De versnellingspook steekt uit het dashboard, een handige oplossing bij kleine auto’s. Ons rechterscheenbeen duwt echter wel continu tegen die uitstulping aan. Het stuur zit vol met knopjes voor de radio en de cruisecontrole, en we hebben automatische airco; hartstikke netjes voor deze klasse.
 

Met zo’n 30 verschillende concurrenten is het b-segment een groot strijdveld, waar je van goede huize moet komen om aan de top te staan. Daarvoor mist de 2 misschien nog net wat spanning; wat unieke trekjes die ‘m echt bijzonder maken. Maal je daar niet zo om en wil je gewoon een uitstekend autootje, ga dan voor deze 1.5 (sportpakketje, 16-inch velgen) in een opgewekt kleurtje. Onze zegen heb je.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Tests

TopGear Nederland

Automerken