Uitgelicht: Noble M600

Een lel van een V8 met 650 pk in een auto van 1.250 kilo? Dat is een gewaagde zet van een dapper bedrijf. Met Brits flegma geven we een heel klein dotje gas.
 
Je moet Noble erom bewonderen. Het merk is terug van weggeweest in de sportautobranche na een even korte als dramatische pauze, en laat die terugkeer vergezeld gaan van een geweld en machtsvertoon die nogal extreem aandoen. Maar als puntje bij paaltje komt, na een moment van studie en contemplatie waarin de M600 centraal staat, besef je al snel dat de studie van je kinderen je gestolen kan worden, de operatie van je kat kan wachten, en dat je vrouw geen nieuwe schoenen nodig heeft (nooít meer nieuwe schoenen, om precies te zijn).
 
Dat komt door die 650 pk, door de spurt naar 100 km/u in iets meer dan drie seconden, dat gewicht van 1.250 kilo en door een top van 362 km/u, en door tussenacceleraties waarbij die van de Veyron verbleken tot die van week vetspek. Met een dusdanig hemelse lijst specificaties, zo bromt een gemeen stemmetje achterin je hoofd, heb je helemaal geen behoefte aan slimme kinderen, zal Minoes haar ingewandsziekte zelf moeten overwinnen en lijken de voeten van je vrouw ineens volslagen nutteloze uitsteeksels.
 
De kern van al deze macht en kracht hangt dusdanig ver naar het midden van de Noble M600 dat het een wonder mag heten dat je ellebogen niet leunen op een paar cilinders. Het draait om een 4,4-liter V8-motor van Volvo V8, die ook in de XC90 word geleverd. Als je dat hoort, schrik je je wellicht wezenloos omdat alles waarop een Volvo-logo is geschroefd nou eenmaal te boek staat als conservatief en bescheiden. Zet die zorgen opzij: aan die motor is aan weerszijden een turbo geplakt die uitlaatgassen opzuigen en je vervolgens vooruit blazen. De motor voorziet in drie niveaus van angstaanjagende aandrijving, die je met drie corresponderende vermogensinstellingen bedient via een draaiknop.
 
De ‘Road’-instelling geeft je 450 pk. De ‘Track’-stand geeft je 550 pk en de ‘Race’-instelling is precies wat-ie voorwendt te zijn: zet de knop op ‘11’, en hij zorgt voor een gezellige 650 pk. Een makkelijk te maken rekensommetje leert dan dat deze Noble in een vermogens-gewichtsratio niet onderdoet voor de Bugatti Veyron – althans niet voordat het moment aanbreekt dat je oogballen beginnen te koken en je banden vlamvatten. Anders gezegd: deze cijfers zijn veelbelovend.
 
Daarbij is deze auto ontworpen met de bestuurder in gedachten – meer dan welke andere auto op de huidige markt dan ook. ABS zit er niet op. Evenmin als een semiautomatische versnellingsbak. Er is geen elektronisch sperdifferentieel. De tractiecontrole heeft twee standen: aan en uit, zonder een antispin-schoonmoeder die jou alsnog wel even zal helpen als het mis dreigt te gaan. Om de tractiecontrole af te zetten, moet je eerst de beveiligingsklep uit een Tornado-straaljager openen, zodat je het niet per ongeluk zult doen, en zodat je je volledig bewust bent van het feit dat je er vanaf dat moment alleen voor staat.
 
De remmen zijn groot maar werken zoals de remmen in raceauto’s; ze gaan uit van spierkracht en beschikken dus niet over het soort knalharde rembekrachtiging dat je gewend bent uit je huidige, hete hatch. Je voelt alles. Hetzelfde geldt voor de besturing. Denk niet dat je in deze auto het werk kunt doen met één vinger aan het stuurwiel maar wel zul je zelfs bij heel hoge snelheden nog altijd heel accuraat en beweeglijk kunnen manoeuvreren.
 
We doen niet aan het beste uit twee werelden, zo luidt het motto van Noble, dus is de M600 gemaakt om je te laten voelen wat er gebeurt – en niet op achteruit inparkeren. Dit is allemaal schitterend, vooral voor wie Nobles reputatie kent – het merk bouwt auto’s die presteren en het poseren aan andere merken over wensen te laten. Het wordt echter allemaal nog beter, want de M600 is werkelijk een plaatje. Vooral in het echt – hij ziet er voor je neus een stuk beter uit dan op de foto’s, zelfs op onze foto’s, en zelfs als-ie babyblauw is met wat zwarte lijnen. Je kunt ‘m letterlijk in elke kleur van de regenboog bestellen, met elke kleur stuurwiel die je wenst, dus verwacht ‘m straks in de meest uitzinnige uitdossingen bij je buren op de oprit te zien staan – biedt mensen een keuze en ze kiezen het vreemdst mogelijke.

‘Vanuit stilstand kun je heel makkelijk en rustig wegrijden; van de gebruikelijke beuk die superauto’s kenmerkt – en het bijbehorende tandengeknars – heb je in de Noble geen last’

 
Dat neemt niet weg dat-ie al in de rustigste kleuren afwijkend is, afwijkend althans van alle andere superauto’s en heel erg afwijkend van de lollige zelfbouwachtige Nobles die het merk eerder produceerde. Om het anders te zeggen: je rechtvaardigde het uiterlijk van de Nobles voorheen door hun wendbaarheid en vermogens-gewichtsratio op waarde te schatten, maar dat soort rationele smoesjes heeft de M600 helemaal niet nodig. Hij is wellicht niet zo breed als je op het eerste gezicht zou kunnen denken, maar wel precies zo laag, zo vierkant en zo mannelijk als je maar zou kunnen hopen.
 
Het is geen auto voor liefde op het eerste gezicht, maar bij nadere inspectie begin je juist te waarderen wat aanvankelijk lijkt te ontbreken: geen triviale gekkigheid uit de luchtvaartindustrie (op die Tornadoknop na) noch uitklappende of zelfs maar opgeplakte spoilers waarvan je je kunt afvragen welk doel ze dienen. Dit is een serieuze mededinger in het middenmotorsegment, met een intieme cockpit en dikke heupen.
 
Het instappen is zo’n kruip door, sluip doorverhaal dat je terugwerpt naar je jongste jeugd, naar kermisattracties en leegstaande schuren – je friemelt delen van jezelf door een nauw gat in een nauw luisterende volgorde, maar als je eenmaal zit, verbaas je je over de hoeveelheid ruimte – in elk geval vanaf schouderhoogte. De speciaal voor de M600 gemaakte Sparco-stoelen zijn, hoewel niet verstelbaar, erg comfortabel. Zelfs lange en wat dikkere mensen zullen er riant in kunnen zitten en, belangrijker, lekker in kunnen rijden. Dat wil niet zeggen dat de pedalen goed zijn geplaatst, want dat zijn ze niet: ze staan in een vreemde hoek ten opzichte van elkaar en bovendien, naar onze smaak, te dicht bij elkaar.
 
Als we het toch over praktische zaken hebben: de laadruimte is opvallend ruim en goed bereikbaar. Het tweekleurige leer is goed, waar de rest van de auto vooral functioneel is en niet artistiek, hoewel het ons onwaarschijnlijk lijkt dat je nog zult ergeren aan het machinaal en dus symmetrisch gestikte leer als je gas geeft op een hobbelige binnenweg.
 
Dus: tot zover zijn we onder de indruk. En dan gaan we rijden, op een privécircuit. We geven de acht cilinders wat gas. Nou, dan gebeurt er niet veel. De M600 blijkt zo volgzaam als een brugklasser op de eerste schooldag. Waar is al dat vermogen?
 
Dit is niet bepaald een kleine auto, en het is dan ook verbazingwekkend dat je ondanks het in superauto’s gebruikelijke verrekijkeruitzicht behoorlijk goed kunt zien waar je op afgaat, en zelfs een redelijk zicht zijwaarts hebt. De koppeling is kinderspel en het vinden van de juiste versnelling in de speciaal voor deze Noble ontwikkelde Graziano-zesbak is logisch en eenvoudig. In feite zitten de versnellingen verbazingwekkend ver uit elkaar en grijpt de koppeling al even verbazingwekkend progressief aan. Vanuit stilstand kun je heel makkelijk en rustig wegrijden; van de gebruikelijke beuk die superauto’s kenmerkt – en het bijbehorende tandengeknars – heb je in de Noble geen last.
 
Het is nog stugger, eigenlijk: als je nalaat het gaspedaal daadwerkelijk in het tapijt te rammen, zou je je kunnen vergissen en gaan denken dat de M600 misschien helemaal niet zo gewelddadig vulkanisch is als de cijfers op papier doen vermoeden. De auto rijdt gewoon goed, heel goed, en je merkt pas dat de ophanging geen speling heeft en dat de achterwielen zo breed zijn (ze zijn enorm: 335 mm) wanneer je over een aantal achtereenvolgende richels rijdt. De Noble voelt aan, en dat is echt bedoeld als een vriendelijk compliment, als een grote Lotus. Niet zo verfijnd misschien als de Evora, maar zeker wel in de buurt van de even sportieve als bruikbare, huidige Exige. Waarbij we voor alle duidelijkheid zeggen: we zijn dol op de Exige.
 
Daarbij moeten we aantekenen dat de M600 die we te leen hebben gekregen een prototype is dat nog niet helemaal klachtenvrij is. De carrosserie is gemaakt van glasvezelcomposiet waar de productieversie straks van koolstofvezel zal zijn, en Noble werkt nog aan een efficiënter managementsysteem van de motor.
 
De eerste paar uur dat we ‘m reden, voelde de M600 niet zo snel of zo reactief aan als we vermoed hadden dat-ie zou zijn. Het bleef een machtig apparaat, daar niet van, maar nu en dan leek de motor even te twijfelen, alsof de M600 niet helemaal zeker wist of-ie er wel echt voor wilde gaan, daar op het testcircuit van Bruntingthorpe.
 
We waren gewaarschuwd dat de remmen als die van een raceauto zouden zijn ingesteld, maar het was desalniettemin schokkend om te merken dat ze werkelijk niets deden als we het rempedaal te voorzichtig beroerden. Alsof er helemaal geen remmen waren, zeg maar. Als dit zo blijft, en daar ziet het wel naar uit, zouden wij je adviseren eerst een rondje op een afgesloten parcours te rijden voordat je je volop in het stadsverkeer stort, omdat anders je eerste poging om te stoppen wel eens zou kunnen eindigen tegen de achterkant van een buurtbus.
 
Eenmaal op dreef, valt alles beter op zijn plaats, maar we kregen toch sterk de indruk dat de M600 niet zo snel was als-ie bedoeld is te zijn. Ja, hij is nog altijd snel genoeg om je een pirouette te laten draaien op geheel onbedoelde en niet uiterst charmante wijze (toen we echt op zoek gingen naar de grenzen van de grip), dat wel, maar niet echt zo agressief of zo woest als je zou verwachten van iets met 650 pk. Ja, dat zijn 200 pk’s meer dan een Ferrari F430, en ja, de auto is ruwweg 200 kilo lichter dan de Italiaan, zodat je verwacht dat-ie korte metten maakt met de rijeigenschappen of tenminste met de prestaties van het gelauwerde beest uit Modena. Dat was dus niet zo. Toen we dat aan de Noble-ingenieurs vertelden, sprongen ze op en begonnen meteen een verhitte, onderlinge discussie over het motormanagement. Dus dat komt vast goed.

‘Het was alsof je een Nascar-motor probeerde plat te slaan met een spons. Het was een zo hemels geluid dat het woord fantastisch er een belediging voor is’

 
Ondertussen piepten we stiekempjes het circuit af en draaiden de openbare weg op. Dat is het moment dat de hel, of liever gezegd de Noble, losbarst. Hoewel de Noble dus nog niet af is en nog verre van perfect, bleek de weg precies de plaats te zijn waar de M600 zich goed voelt en tot leven komt. Op die B-weg, omzoomd met bomen, heggen, struiken en andere objecten waaraan je de omgeving, de snelheid en je voortgang kunt aflezen, werd de Noble een andere auto.
 
De weg bleek ook de plek waar het geluid van de V8 het hele geluidspectrum liet horen: van vaag gerommel onderin tot hoog, gierend gebrul – aangevuld met apocalyptische, zuigende geluiden en oorverdovend uitlaat-gehoest als de meter in de buurt kwam van de rode zone bij 7.000 toeren. Het was alsof je een Nascar-motor probeerde plat te slaan met een spons. Het was een zo hemels geluid dat het woord fantastisch er een belediging voor is.
 
De besturing is subliem, van het soort dat zo goed doordacht is en je een zo fysieke connectie met de auto geeft dat je het idee krijgt dat je de Noble met je ogen bestuurt, niet zozeer met je handen. De rijervaring bevindt zich precies aan de goede kant van grens tussen subtiel en hard, en daardoor heb je volledige controle over de auto. Je voelt op de milliseconde af precies wanneer de voorwielen grip dreigen te gaan verliezen, en wat je moet doen en hoe je moet handelen om ‘m weer in het juiste spoor te krijgen. En dat doe je vervolgens met gemak.
 
Je begrijpt ook ineens waarom de remmen remmen zoals ze remmen, en merkt dat het vrijwel onmogelijk is ze te laten blokkeren, zelfs op een B-weg vol kuilen en gaten. Natuurlijk heeft-ie, met de tractiecontrole uitgeschakeld en zo veel vermogen, nogal wat wielspin, en gaat-ie bij de minste of geringste aanleiding dwars op de weg staan. De M600 mag je de indruk geven heel vriendelijk en communicatief te zijn, maar als je drie seconden uit het oog verliest waar je mee bezig bent, dan zie je eruit als rauw rundergehakt. Houd daar rekening mee.
 
Zoals met vrijwel alles, nee, met álles in het leven, is er een maar. Een nadeel. Een probleem. De Noble M600 gaat naar verwachting een ton of drie kosten. Dat is veel geld, hoe je het ook wendt of keert. Want Noble is een klein Brits bedrijf dat tot voor kort veredelde bouwpakketten leverde – die eenmaal geassembleerd weliswaar heerlijk reden – voor een ton.
 
De gedachte die zich dan onmiddellijk in je hoofd vormt, is de volgende: voor dat geld koop ik een reguliere superauto plus een Range Rover voor de boodschappen. Binnen een jaar komt er een McLaren op de markt voor een ton of drie, die meer dan 600 pk zal hebben en prestaties zal leveren waarvan je gezichtshuid loslaat. En als we het eerlijk mogen zeggen: en die heeft dus wel het juiste logo op de motorkap zitten.
 
Als deze auto ongeveer zou gaan kosten wat andere gemiddelde supercars kosten, zouden zijn verbluffende prestaties en rijvriendelijkheid zeker liefhebbers en kopers gaan trekken. Precies zoals Noble voorheen deed.
 
Maar voor drie ton, moet je wel heel erg verlegen zitten om de nieuwste en meest exceptionele supercar, wil je je oog op de Noble M600 laten vallen (anders gezegd: je buurman heeft alle andere superauto’s al zodat jij deze wel moet kopen). Die conclusie is, kort gezegd, om te huilen. Want als deze M600 straks geheel productieklaar is en volledig functioneert, is het een van de beste auto’s ter wereld. Maar dus, jammer genoeg, ook een van de duurste.
 

 
Hé! Ja, jij! Durf je?
  
De Lamborghini Balboni begint aan het 300-km/u gevecht met de M600.
 
De Noble M600 en de Lamborghini Balboni LP550-2 mogen zijn gehouwen uit hetzelfde, massieve blok testosteron, maar we hebben het tegelijkertijd over twee volstrekt verschillende rijbelevenissen.
 
Om te beginnen, is dit de enige vergelijking waarin de achterwiel aangedreven Balboni de tammere van twee auto’s kan worden genoemd. Met een gewicht van zo’n 1.430 kg, perst-ie maar 543 pk uit een turboloze V10 waarbij de motor tot 8.500 tpm maakt, met een zodanig geleidelijke vermogensopbouw dat je het amper merkt dat je overstuur krijgt, en, hops, in de berm belandt.
 
Door de macht en kracht van Audi op ontwikkelings- en productiegebied, kreeg de Balboni onafhankelijke, elektrische analyse-apparatuur aan boord, en natuurlijk ABS, en een traploos tractiesysteem en werd-ie op alle mogelijke manieren proef getest. Het is een rauwere versie van de vierwiel aangedreven Gallardo – maar in vergelijking met de M600 is-ie de volwassener van de twee. Hij bijt, maar is zo beleefd eerst te grommen en zijn tanden te laten zien voordat je een vlierbesboom ter hoogte van je pook hebt staan.
 
De Noble waarschuwt je daarentegen niet zo uitgebreid: de M600 is een ongetemd dier. Je hoofd moet helder, fris en rijklaar zijn als je met de M600 op stap gaat, want anders rijd je binnen de kortste keren door een wei terwijl je je afvraagt waarom de weg jóu heeft verlaten.
 
De Noble weegt 180 kg minder dan de Lamborghini en heeft de beschikking over 100 pk meer. Hij heeft een tweetal turbo’s aan boord, hetgeen betekent dat hij er volop invliegt binnen een beperkter aantal toeren. De M600 heeft geen ABS of andere bestuurdersassistentie omdat die de rijervaring wel eens zouden kunnen beknotten (maar je leven zouden kunnen verlengen). Hij rammelt hier en daar, en de boordergonomie is niet perfect.
 
De Noble is de meer pure auto van de twee, een die de ruige kantjes bezit die er bij de LP 550-2 onder auspiciën van het Duitse moederbedrijf af zijn gevijld. The Stig zou harder kunnen rijden in de Noble; stervelingen als jij en wij zijn sneller in de Balboni, en nog eens een stuk sneller in de veel vergevingsgezinder standaard-Gallardo.
 
Het draait hier allemaal om toegankelijkheid – om de mate waarin je in staat bent al dat vermogen en al dat koppel aan te spreken, te gebruiken, op de weg te brengen. Het lemmet van het mes dat Noble heet, is scherper. Maar pas goed op. Dat Britse mes snijdt vervaarlijk, want het snijdt aan twee kanten.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Magazines