Autotest: Renault Koleos 2.0 dCi

De eerste rij-indrukken van de nieuwe Renault Koleos stellen niet teleur. Én heel erg…

Hèhè, ze zijn wakker hoor, in Europa. Het heeft een paar eeuwen geduurd, maar nu de Koreanen en Japanners de markt bijna hebben volgedumpt met crossovers, midi- of bluf-SUV’s of hoe je ze ook noemen wilt, komt het ene na het andere Europese merk met zijn ‘visie’. De meest recente komt van Renault. Grappig is dat ze in geen enkel opzicht willen onderdoen voor de concurrentie, en dus een naam hebben verzonnen die qua stupiditeit gerust de concurrentie aankan met ver(on)zinsels als Tiguan en Kuga. Want wie noemt z’n auto in vredesnaam Koleos? We kunnen zó duizend woordgrappen bedenken die geen van alle aardig zijn. Aan de andere kant: als dát nou het ergste is. Maar dat is het niet.

Het grootste probleem van de Koleos is namelijk zijn uiterlijk. De Koleos is immers het levende bewijs van de stelling dat over mooi/lelijk inderdaad niet te twisten valt: als je smaak hebt, dan vind je ‘m lelijk, als je geen smaak hebt ook. Als lelijk zijn pijn deed, liep dit ding de hele dag te janken. De grote boosdoener is de daklijn, die veel te vroeg naar beneden keldert en daardoor een erg schuin aflopend achterraam creëert. Dat staat misschien leuk op een sportwagen of een hatchback, maar niet op een SUV. Renault verdedigt zich door te zeggen dat de Koleos een kruising is tussen een SUV, een hatchback, een MPV en station en zelfs een coupé. Tuurlijk jongens. Wat ons betreft is het een kruising tussen iets lelijks als een Clio Estate en iets nog veel lelijkers dat ons uit pure zelfbescherming maar niet te binnen wil schieten. Je zou haast gaan denken dat het Koleos-ontwerp er op de ATV-dag van designbaas Patrick le Quément even doorheen gedrukt is. Maar dat is niet zo, want twee jaar terug liet Renault al de Koleos Concept zien, en daar zijn ze spijtig genoeg erg dicht bij in de buurt gebleven. Het is ronduit zorgwekkend dat de onooglijke Clio Estate geen design-incident blijkt te zijn, maar blijkens de Koleos zelfs nog overdreven kan worden. Het is dat Renault net de beeldschone Laguna Coupé heeft laten zien, anders hadden we aangifte gedaan tegen Le Quément wegens esthetische misdaden tegen de menselijkheid. Zo. Dat lucht op.

Dan kunnen we nu verder met het goede nieuws, want dat is er ook. De Fransen maken listig gebruik van alle internationale allianties die ze in de loop der jaren zijn aangegaan. Zo mag de Koleos dan ontworpen zijn door Renault, de techniek wordt geleverd door Nissan (onderhuids is het ‘gewoon’ een X-Trail) en hij wordt gebouwd in de Koreaanse fabriek van Samsung. Inderdaad, geen halve maatregelen. Moet ook wel, want de Koleos zo’n beetje overal ter wereld leverbaar. Van Zuid-Amerika tot Autralië en alles (op de VS na) wat daar tussen zit.

In de Koleos zit je uiterst prettig. Het oogt allemaal verzorgd, voelt fijn en comfortabel aan en is ergonomisch dik voor elkaar. De Fransen zeggen erg hun best te hebben gedaan op het ‘leergemak’ van de Koleos; dat je dus niet anderhalf jaar bezig bent te doorgronden wat welk knopje doet. Dat verdient brede navolging. De meeste dingen zijn inderdaad eenvoudig te vinden en doen wat ze beloven. Zoals altijd bij Renault zijn de zittingen van de stoelen weer te kort, maar de instelbaarheid is goed en een comfortabele positie is simpel te vinden. Het is daarnaast ruim en het wemelt van de vakken en vakjes: zo’n 70 liter in totaal. Achterin bof je helemaal: je hebt er namelijk meer ruimte dan in een Espace. De bagageruimte is met z’n volume van 450 tot 1.380 liter van gemiddelde grootte, en is heel modern toegankelijk via een gedeelde achterklep; het bovenste gedeelte klapt omhoog, het onderste naar beneden. Dat laatste deel kan 200 kilo dragen, dus mocht je naar buiten willen en toch willen zitten: het kan.

Je kunt de Koleos met voor- of vierwielaandrijving krijgen. Normaal gesproken gaat alle vermogen naar de voorwielen – de achterwielen mogen pas meedoen als de sensoren dat goed vinden omdat de voorwielen niet genoeg grip hebben. Je kunt de vierwielaandrijving met een druk op de knop ook kunt vergrendelen. Daarnaast heb je de beschikking over Hill Start Assist, een systeem dat ervoor zorgt dat je niet voor- of achteruit kukelt als je op een helling staat. Handig als je halverwege een heuvel opeens moet stoppen. Hill Descent Control is ook fijn: dat controleert de snelheid als je weer van die heuvel afrijdt, zodat je alleen nog maar hoeft te sturen. Kort en goed: het werkt uistekend. Je kunt met de Koleos daadwerkelijk het terrein in en dat kun je van een hoop van z’n concurrentjes niet beweren.

Op (snel)wegdek zoals wij dat meer gewend zijn, toont de Koleos zich een wondertje van comfort. Hij is opmerkelijk stil, veert gewillig en helt toch maar beperkt over in snelle bochten. Hij heeft niet de dynamiek van de Ford Kuga of de onverzettelijkheid van een VW Tiguan, maar dat eigene past verder prima bij hem. Het is jammer dat Renault er wederom in is geslaagd de besturing te voorzien van een algehele verdoving. Hij is compleet gevoelloos en absoluut niet van plan je te vertellen wat de wielen zoal meemaken.

De bekende 2.0 dCi-motor kwijt zich ook in de Koleos prima van zijn taak. Hij is er in twee versies: een 150 pk sterke voor de voorwielaandrijver, waar de 4×4 er 25 pk bij krijgt. Vreemd genoeg lijkt het alsof er van die 175 pk en 360 Nm een aantal verdwalen onderweg naar de aandrijfassen, want sportief gaat het er niet aan toe. Maar goed, het voldoet en dat is het belangrijkste.
Er is trouwens één benzinemotor een 2,5-liter viercilinder van eveneens 175 pk, die je met aandrijving op twee of vier wielen kunt krijgen. Het schijnt niet de bedoeling zijn dat er nog andere (lees: kleinere) motoren bij gaan komen.

Voldoet de Koleos ook in algemene zin? Nou, ja, best. Hij rijdt ondanks die gedrogeerde besturing zeer comfortabel, is stil, biedt veel ruimte en mogelijkheden, en zal zeker gezien z’n Oosterse DNA ook zeker betrouwbaar zijn. Renault biedt dan ook 3 jaar volledige garantie. Z’n standaarduitrusting is riant en de optiemogelijkheden (leer, navi, Bose-audio, DVD-schermen achterin) zijn zeer uitgebreid. Komt bij dat z’n prijs zeer concurrerend is – vanaf 29 mille voor een 2.5-benzine en 34 mille voor een diesel – beduidend lager dan die van een vergelijkbare X-Trail. Al ziet die er tenminste wél uit.