Het is alweer vier jaar geleden dat Hyundai de i30 op de Europese wegen losliet. Tijd voor een facelift.
 
Omdat we in Europa altijd zo zeuren over harde plastics en zachte vering, ontwerpt en bouwt Hyundai haar auto’s voor onze markt tegenwoordig in Duitsland. Zo voldoen de moderne i-modellen helemaal aan onze wensen, aldus de Zuid-Koreaanse fabrikant. Ze hebben nog gelijk ook, want de verkoopaantallen van het merk blijven stijgen.
 
De i30 heeft daar een niet onbelangrijk aandeel in. Deze Golf- en 308-concurrent doet het behoorlijk goed, en wat Hyundai betreft, blijft dat nog wel even zo. Daarom is het ding nu subtiel opgekalefaterd, met een nieuwe grille, scherper gelijnde bumpers en nog wat van dat soort details. Elke klant krijgt vijf jaar volledige ‘bumper tot bumper’-garantie zonder kilometerbeperking. Dat doen ze goed, want zoiets biedt niemand anders aan.
 
Het is 2010, dus werd het motorengamma even grondig door de zuinigheidsmolen gehaald teneinde de gemiddelde CO2-uitstoot omlaag te dringen. Hoe ze dat gedaan hebben? Nou, de 2,0-liter benzine- en dieselversies zijn verdwenen, waardoor er nu nog alleen 1.4’tjes en 1.6’jes verkrijgbaar zijn. Ja, zo kunnen wij het ook. De overgebleven motoren – twee benzines en één diesel – zijn wel zuiniger en schoner geworden, mede door een standaard start-stopsysteem. Dat rechtvaardigt meteen het ‘Blue’-logo dat tegenwoordig op alle spatborden prijkt.
 
‘Blue’ zien we ook terug in het interieur. Doe de koplampen aan, en werkelijk alles licht felblauw op. Dat was misschien leuk in 1998, nu hoeft het voor ons niet meer zo. Voor de rest ziet het interieur er behoorlijk netjes uit, met strakke styling en nette materialen. De bekleding is altijd zwart, tenzij je een champagnekleurige auto neemt, dan is ie ineens bruin. De door ons gereden stationwagon is lekker ruim, maar oogt van achter een stuk minder karakteristiek dan de hatchback. Of een stuk minder als een BMW 1-serie, zo je wilt.
 
Rijden doet de i30 ronduit prima. De besturing laat zich licht bedienen, maar reageert prettig direct, zodat je ook af en toe eens lekker over een rotonde kunt hoeken. Het onderstel is vrij stevig geveerd, dus ook dat zal je in zo’n situatie geen parten spelen.
 
We reden de sterkste uitvoering, de 1.6i CVVT met 126 pk en een schamel koppel van 157 Nm. Snel kun je ‘m niet noemen, maar dat verwacht ook niemand van een Hyundai van amper 20.000 euro. Opmerkelijk is wel dat de sprinttijd van 0 naar 100 precies gelijk is aan die van de slappere 1.4i (109 pk). Ook heeft de auto dringend een extra cruise-versnelling nodig, want 3.700 toeren bij 120 km/u is niet bepaald comfortabel. Diesels krijgen wel een zesbak, terwijl ze sowieso al zuiniger zijn; dat is niet eerlijk.
 

Al met al valt de vernieuwde i30 niet tegen. In een leuk kleurtje met een paar mooie velgen kun je er best mee voor de dag komen. Erg spannend wordt ie nooit, en technisch zou het allemaal nog wat verfijnder mogen; de prijs, de complete uitrusting en de bijzonder gulle garantie maken veel goed. Tip: ga voor een i-Catcher-uitvoering (in België ‘Style’ genoemd). Dan krijg je leer, stoelverwarming en een regensensor, en betaal je nog steeds geen drol.

Advertentie

Reacties

Meer
Advertentie