Je moet het als luxemerk maar durven om met je toplimousine zo ver van de bekende weg af te wijken. Hoewel: tussen de talloze briljante maar veilige keuzes is de CEO van nu misschien juist op zoek naar iets onderscheidends. Sinds Toyota in 1989 besloot om met Lexus de top van de Amerikaanse markt te bestormen, hebben ze zich geen moment hoeven af te vragen of dit wel een verstandige beslissing was. Met de LS 400 creëerden ze een uitzonderlijke auto, stiller en verfijnder dan alles wat de wereld tot op dat moment had gezien. De Amerikanen zagen dat het goed was en vielen als een blok voor de ambitieuze Japanner. Een succesverhaal was geboren. Ging het in Europa maar zo makkelijk. Hier werd de LS met argusogen bekeken, en hoe vaak men ook concludeerde dat hij zich absoluut kon meten (en meer) met het beste uit Duitsland, hij sloeg nooit echt aan. Boeren die niet eten wat ze niet kennen – we hebben er op dit continent genoeg rondlopen. Pas nu, bijna 30 jaar later, kan Lexus met recht zeggen dat het in Europa een beetje lekker op gang begint te komen. 2016 was met 74.000 verkochte auto’s een recordjaar, en als de interesse voor hun producten zo blijft toenemen, zitten ze in 2020 op 100.000 exemplaren. Ter vergelijking: BMW verkocht in 2016 bijna 1,1 miljoen auto’s in Europa. Ach, exclusiviteit is ook wat waard.

Een nieuw tijdperk dankzij succes in Europa

De opwaartse lijn van de laatste jaren lijkt de Japanners een plotselinge impuls te hebben bezorgd om meer gewaagde keuzes te maken. Modelleerden ze hun auto’s eerder vooral naar de gevestigde orde, sinds een paar jaar hebben ze een eigen ‘design-signatuur’, met een eigen ‘gezicht’ en een flinke dosis ‘herkenbaarheid’. We klinken misschien wat cynisch omdat de eerste vruchten van deze nieuwe richting in onze ogen niet per se erg geslaagd waren. We worden ’s nachts nog af en toe gillend wakker als er plots een NX in onze dromen voorbijkomt. Maar toen was daar ineens de beeldschone LC coupé, de auto waarover we eerder schreven dat het leek alsof Lexus eindelijk zijn eigen designtaal begon te begrijpen. Dat ze deze nu vloeiend spreken, blijkt uit hun nieuwe vlaggenschip: de vijfde generatie LS.
Dezelfde glooiende lijnen die bij de LC zo boeiden, maken van de LS in één klap de meest opvallende verschijning in de topklasse. Maar waar de coupé bij de eerste aanblik kort en breed lijkt, oogt de LS gestrekt, met een lang aflopend dak en een korte kofferbak. Het is dezelfde aanpak die Jaguar destijds hanteerde toen ze de XJ van z’n conservatieve sedanverleden wilden losrukken. Wat optisch ook helpt, is dat Lexus de LS voortaan alleen nog maar met lange wielbasis levert; een ‘korte’ variant was kennelijk uit de gratie.

Gaat er veel tijd in het bouwen van een 500h zitten?

De details, zoals de prachtig uitgewerkte lichtunits en de kenmerkende spindle-­grille, die volgens Lexus zo’n 5.000 oppervlakken bevat en drieënhalve maand ontwerpwerk vergde, zijn fascinerend genoeg om je eindeloos om de auto heen te laten draaien. Toch heeft de LS zelf liever dat je aan boord komt: wanneer je ‘m nadert, zet hij z’n lampen aan en gaat de carrosserie (mits je de optionele luchtvering hebt besteld) 40 millimeter omhoog om de instap te vergemakkelijken. De bestuurdersstoel kruipt naar achter, laat z’n linkerbolster zakken en steekt z’n gordelgesp omhoog. De manier waarop de LS je verwelkomt, omschrijft Lexus met een term die moet uitstralen dat Duitse auto’s niet de enige zijn waaraan een rijke cultuur ten grondslag ligt: ‘Omotenashi’, een gastvrijheidsprincipe dat zoveel betekent als ‘begrijpen wat mensen nodig zullen hebben voordat ze arriveren’.

‘Takumi’

Nog zo’n woord waarmee het merk veel strooit. Takumi zijn de vaklieden in de Lexus-fabriek die een strenge selectieprocedure doorliepen om het recht te verwerven om jouw LS-­interieur in elkaar te mogen zetten. Ze doen onder andere dagelijks een wedstrijd origami-katjes vouwen – ze dienen dit binnen 90 seconden te kunnen, met enkel hun niet-dominante hand – en moeten honderden keren dezelfde naden perfect kunnen stikken op oefen-dashboards voordat ze aan een productieauto mogen werken. Als het goed is, zou zelfs een robot het niet beter moeten kunnen. Bovendien kun je over robots geen mooie verhalen vertellen.
Bij de nieuwe LS wordt dankbaar gebruikgemaakt van de vaardigheden van de Takumi. De auto op deze foto’s is relatief braaf uitgerust, maar je kunt ook kiezen voor hoogwaardig, kristalachtig Kiriko-glaswerk op de deuren, eventueel aangevuld met vilten deurbekleding in een exotisch, met de hand gevouwen origami-­patroon. Erg knap gedaan en volkomen origineel, maar als je de ingetogenheid waardeert die Lexussen doorgaans siert, zul je het niet snel bestellen. preview De opmerkelijke deurpanelen zijn tekenend voor Lexus’ voornemen om van deze LS een spannender auto te maken dan zijn belegen voorgangers. De frisse wind die momenteel door Toyota waait, aangewakkerd door topman Akio Toyoda met de letterlijke woorden dat ze ‘geen saaie auto’s meer willen bouwen’, is ook bij de luxedivisie voelbaar. Nu is sportiviteit natuurlijk geen geschikte manier om een toplimousine interessanter te maken, maar toch hield de racende CEO zich persoonlijk bezig met de opzet van de nieuwe LS en belooft het merk ons een meer enerverende rijervaring. In onze gedachten vormt zich een beeld van een wellness-resort waar je al sudderend in je modderbad plots een volleybal tegen je hoofd krijgt, en we weten niet zeker of we dat een prettig vooruitzicht vinden.

Je kunt het zo gek niet verzinnen, Lexus heeft het

Gelukkig wordt de misosoep niet zo heet gegeten. De nieuwe LS schrijft comfort, welbehagen en vertroeteling nog steeds met hoofdletters, wat alleen al begint bij de 28-voudig (!) verstelbare stoelen met masserende hete luchtkussens – vanaf je schouders tot bij je knieholtes. Ook de achterpassagiers zitten op uitgebreid vormbare fauteuils; die aan de rechterkant kan zelfs als ottoman worden ingesteld, waarbij de voorstoel zich zo opvouwt dat hij nog net niet in het dashboard verdwijnt. Er zit een mooi touch­screen in de middenarmsteun waarmee de executive-passagiers kunnen spelen. preview Zelfs de airco denkt mee en zorgt bijvoorbeeld voor extra koeling aan één kant als de zon daar in de auto schijnt. Door de aflopende daklijn is de hoofdruimte achterin niet overdreven groot, maar dat is al met al ook het enige dat we op deze omgeving kunnen aanmerken. Oh, en het feit dat als de chauffeur uitstapt, de bestuurdersstoel niets minder ver naar achter schuift als zich in zijn pad de benen van een captain of industry bevinden.

Innovaties van de Lexus LS 500h AWD President Line

Het ‘sportieve’ moeten we volgens Lexus meer zoeken in zaken als een lager zwaartepunt (540 millimeter), een carrosserie die twee keer zo stijf is als voorheen, twee Sport-modi (waarom één niet voldoende was, is ons onduidelijk) en goede, lineaire besturing. Dat laatste is wat ons betreft een godsgeschenk in een wereld waar iedereen maar variabele, onvoorspelbare stuurinrichtingen monteert in de naam van wendbaarheid. De LS past sowieso weinig kunstgrepen toe op dat vlak: geen actief onderstelgebeuren dat hem ‘rechthoudt’ in de bochten, geen vierwielbesturing (tenzij je een achterwielaangedreven F Sport-uitvoering bestelt). Hij is verfrissend analoog in zijn gedrag. Je zou kunnen stellen dat analoog ook de (geveinsde) eigenschap is die Lexus aan de aandrijflijn wilde meegeven. Net als platformgenoot LC beschikt deze LS 500h over het Multi-Stage Hybrid System, met twee elektromotoren, een planetaire transmissie en een separaat shifting device achter de 3,5-liter V6-motor. Dit alles zorgt ervoor dat de LS aanvoelt als een auto met een gewone tientraps automaat – rap schakelend, voelbaar verbonden – maar met de energiebesparende ken­merken van een CVT. Het is ronduit geniaal hoe ‘conventioneel’ deze slimme nieuwe techniek zich weet te gedragen. Voeg daar de smeuïge V6 aan toe, die bij flink gasgeven zelfs een bescheiden keeltje opzet, en we kunnen nauwelijks een meer geschikte aandrijflijn voor deze auto bedenken. Als de omstandigheden ernaar zijn (niet tijdens onze test, kennelijk), schijnt hij zelfs tot 130 km/u de verbrandingsmotor uit te kunnen schakelen om volledig elektrisch voort te zoeven.

Zijn er nadelen?

Het stuur heeft rond de middenstand de typische kleverige eigenschap die je bij veel Lexussen tegenkomt, maar reageert prettig en gewichtig als je daar voorbij bent. De luchtvering zorgt dat de belachelijk korte en hoge drempels in Oman, de van oude LS’en vergeven plek waar we deze nieuwste generatie testen, aanvoelen als niets meer dan onregelmatigheden. Rijden in deze auto is als het zetten van een kopje thee op een zonnige zondagochtend: goedmoedig, gelukzalig, ontspannend. En mocht zelfs die handeling je niet aanstaan, dan heeft de LS level-2 auto­nome technologie aan boord om je een en ander uit handen te nemen. Handig op Midden-Oosterse woestijnvlaktes. preview Tja, het infotainmentsysteem – met z’n chaotische vormgeving en volstrekt onhandige trackpad – is nog steeds bepaald niet onze smaak. Hoewel er noise-canceling-technologie aan boord is en de auto ook op snelheid stil blijft, hebben we op sommige soorten wegdek het idee dat het toch nog geruislozer zou moeten kunnen. En in een tijd waarin zelfs doorsnee merken met eindeloze personalisatieprogramma’s strooien, zijn Lexus’ dertien lakkleuren en een handvol aan interieur­uitvoeringen misschien wat mager. Allemaal geen reden om de nieuwe LS te laten staan. Want geloof ons: jezelf op deze onbekommerde manier verplaatsen, is een absolute verrijking voor je leven.
Advertentie

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Meer
Advertentie