Autotest: Mini Cooper S Works

Ook al draagt hij de John Cooper-badge, de Cooper S Works is slechts een tussenpaus. Het echte werk begint met de komst van de John Cooper Works Cooper S, later dit jaar.
 
We hebben Mini nooit kunnen betrappen op bescheidenheid, nieuws wordt uitgebreid aan de grote klok gehangen. Toch is het angstig stil rondom de Works-tuningskit die voor de Cooper S leverbaar is. De levering geschiedt door de reguliere Mini-dealers – dit is de eerste door John Cooper opgepepte Mini van de nieuwe generatie waarbij de fabrieksgarantie gehandhaafd blijft. Dus waarom wordt hier zo geheimzinnig over gedaan? Een blik op de cijfers licht een tipje van de sluier op.
 
De voorgaande Mini kon door John Cooper Works (JCW) zonder al te veel moeite opgevoerd worden tot vermogens boven 200 pk, de nieuwkomer schopt het maar tot 192 pk. De crux zit ‘m in de nieuwe motor, die nu eenmaal niet zo eenvoudig te tunen is als het oude blok met compressor. De tweetraps turbo van de nieuwkomer is volgens de ingenieurs een lastig dingetje om meer vermogen uit te persen. Zelfs met een gewijzigd motormanagement, een nieuwe sportuitlaat en een aangepast luchtfilter levert de nieuwe Works slechts zeventien pk meer dan de standaard Cooper S. Daar betaal je wel 2.200 euro voor en dat is veel geld als je puur van de papieren cijfers uitgaat.
‘Alleen melden dat de acceleratie van nul tot honderd in nog geen zeven seconden gepiept is, doet ‘m tekort’
 
Het gaat om de praktijk. Volgens JCW-baas Mike Cooper is dit op de weg de snelste Mini ooit. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. De Works-versie is echt rap. Op natte wegen kun je een flink robbertje stoeien. Alleen melden dat de acceleratie van nul tot honderd in nog geen zeven seconden gepiept is, doet ‘m tekort. Gedurende korte tijd kan de motor liefst 270 Nm leveren bij een toerental van slechts 1.750 tpm. Rokende voorbanden zijn bij fel optrekken je deel, eenmaal op weg veeg je met plezier het asfalt schoon.
 
Als je onbesuisd het gaspedaal intrapt, knippert het controlelampje van de tractiecontrole als een op hol geslagen discolicht. Zelfs als je het rustig aan doet, voel je de trekkracht in het stuur, wat nog eens verstekt wordt door de directe besturing van de Mini. Mocht je van echt ‘pure rijbeleving’ houden, dan kun je voor zwaardere bediening de Sport-knop indrukken. Overigens zit die naar mijn mening wel erg dicht bij de schakelaar waarmee je de tractiecontrole uitschakelt.
 
Toch is deze Works-versie het net niet. Misschien was het wel het stop/start-systeem dat in onze testauto gemonteerd was. Een mooie voorziening, maar je vraagt je af of het op z’n plaats is in een autootje dat juist zo mooi klinkt als je voor een rood stoplicht lekker met het gaspedaal speelt. Of zou het die afschuwelijke, kermisachtige sfeerverlichting zijn? Het lijkt me dat de mensen van JCW wel iets hebben om dat gepast te verwijderen. Een voorhamer ofzo. Wat het ook moge zijn, in deze Cooper S Works krijg je het idee dat het meer om een modeverschijnsel gaat dan om een liefhebbersauto.
 
Gelukkig draagt Mini zelf de oplossing aan. Later dit jaar mogen we de échte John Cooper Works Cooper S verwelkomen, die een lager gewicht en meer vermogen heeft. Verwacht dan een vermogen van rond de 210 pk, niet slecht voor een motor die bijna niet op te voeren is. Dat zal echt de snelste Mini ooit zijn.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken