Autotest: Subaru Impreza 2.0R Sport

Hoe kan het dat een nieuwe auto eigenlijk alles doet wat-ie moet doen, en toch tegenvalt? Tja, Subaru, dat krijg je ervan.
 
Hoe een zegen een vloek wordt. Het kleine Japanse merk Subaru besloot een dik decennium geleden een ‘streetlegal’ versie van zijn succesvolle rallyauto uit te brengen. Dat straalt toch af op je gewone auto’s. De zet pakte briljant uit. Zeker door de vriendelijke prijsstelling stond de Impreza GT Turbo tijdenlang met stip bovenaan het lijstje ‘meeste fun per vierkante gulden’.
 
Een onevenredig aantal Impreza’s werd naar God gereden omdat de auto veel meer kon dan de gemiddelde bestuurder, maar daar kon de auto niets aan doen. Er kwamen sterkere versies en nog sterkere, en deze WRX’en en STi’s leverden Subaru een ware cultstatus op. Natuurlijk zag het er allemaal niet uit, met die dikke luchthappers en spoilers en wat al niet meer, maar twee zaken bleven als palen boven water staan. 1) het was een briljante rijmachine en 2) de ware liefhebber wist en respecteerde dat.
 
De grap is dat iedereen in die roes vergat dat de gewone Impreza een auto was die alleen grenzen verlegde als het om saaiheid ging. Oké, hij had altijd vierwielaandrijving, maar dat is vooral leuk als je in Zwitserland of zo’n soort oord woonde. De enige manier om hem kapot te krijgen was achter het stuur in slaap te vallen, wat overigens wel weer een stuk ingewikkelder was dan wakker te blijven. Hoe dan ook, zelfs in ’s werelds saaiste sedan reed je niet echt voor joker en dat kwam allemaal door die GT Turbo/WRX/etc-versies.
‘Het is geen strepentrekker, maar hij klinkt lekker en presteert aardig, ook als je niet van veel schakelen houdt’
 
Nu is er een nieuwe Impreza. We hebben goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat ze bij Subaru inmiddels hebben begrepen dat die sedan echt niet meer kon. De nieuwe Impreza is dan ook een hatchback. Het slechte nieuws is dat hij er niet direct spannend uitziet. Hij doet ons denken aan een soort potpourri van de Mazda3 en Kia Cee’d, met de achterlichten van de Tribeca. Keurig, veilig, niemand stoot z’n hoofd, niemand in vuur en vlam. Ruim is-ie wel. Zowel voor- als achterin zit je vorstelijk, en ook de afwerking is dik voor elkaar. Het is plastic, maar wel mooi plastic. Dat is in het verleden wel eens anders geweest. De bagageruimte houdt gelijke tred met het uiterlijk. De doorsnee regeert.
 
Het onderstel is een mild aangepaste versie van het onderstel van de vorige Impreza. Vierwielaandrijving is nog altijd standaard, net als dat andere, onderscheidende Subaru-punt: de boxermotoren. Er is een 1.5 van 107 pk en een tweeliter met 150 pk. We reden met de laatste en die voldoet. Het is geen strepentrekker, maar hij klinkt lekker en presteert aardig, ook als je niet van veel schakelen houdt. Vering en demping zijn relaxed, maar je kunt mede dankzij de vierwielaandrijving serieus hard de bocht door zonder er erg veel moeite voor te hoeven doen. Prima ding dus, die Impreza.
 
Het is alleen geen WRX. Natuurlijk is dat niet eerlijk: een eenpuntdrietje is nou eenmaal geen GTI, een TDI is geen RS, een instappertje is geen topmodel. Maar toch. Juist bij de Impreza, die z’n bestaansrecht zo’n beetje ontleent aan de WRX en consorten, verwacht je meer. Arme Impreza. Alles goed doen en toch te wensen overlaten. Het is ook nooit goed.

 
 

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken