Audi TT RS: 1e rij-indruk

De Audi TT, dat was toch dat dameskappersding? Ja, tot je er de letters RS achter zet: die vreet dameskappers én Porsches voor zijn ontbijt, namelijk. De nieuwe Audi TT RS is helemáál een beul geworden

Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016
Audi TT RS 2016

TopGear stapt zojuist, lichtelijk verhit, uit de nieuwe Audi TT RS. In het komende nummer van TopGear Magazine het volledige testverslag, hier vast de highlights.

Testobject: Audi TT RS
Locatie: Madrid, Spanje
Weersomstandigheden: droog en zonnig

RS, dat is toch Audiaans voor Really Schnell?

Of zoiets ja. Je weet bij die letters in ieder geval een paar dingen zeker. Wat het ook is, het heeft vierwielaandrijving, aluminium spiegels en gaat verschrikkelijk hard. De eerste die de letters droeg was de RS2 uit 1994, die extra leuk was omdat hij er alleen als station – geen enkele niet-ingevoerde dacht dat zo’n ding zo hard kon gaan. Een rasechte sleeper en zodoende goed voor menig eerste WTF-ervaring van Porsche-rijders.

Dat kun je de Audi TT RS niet aanwrijven…

Niet bepaald nee. Eén blik en je weet dat dit geen katje is om zonder handschoenen aan te pakken. Die achterspoiler, de skirts, de splitter voor en nog zo een paar handenvol aanwijzingen leren je: als de gewone TT dr Bruce Banner is, dan is de RS de Hulk.

De vorige Audi TT RS had toch een vijfcilinder? Zeg alsjeblieft…

Alsjeblieft. Sorry. Flauw. Maar maak je geen zorgen: waar Porsche zijn Boxster/Cayman inmiddels heeft opgezadeld met een vierpittertje en BMW zo eco is geworden dat de volgende M3 waarschijnlijk een halfcilinder krijgt (of zo), houdt Audi voor de TT RS gelukkig vast aan de vijfcilinder. Sterker: ze hebben hem totaal herbouwd. Door nog meer aluminium en andere lichtmetalen te gebruiken, is alleen de motor al 26 kilo afgevallen. Hij levert nu met 400 pk wel 60 pk meer dan in de vorige RS.

400 pk! Dat wil wel, zeker?

Dat wil zeker wel. De Coupé gaat in 3,7 seconden naar 100 km/u. Mind you, dat is even snel als een Lamborghini Murciélago, Pagani Zonda F of Ferrari FF. Op de 911 Turbo en Turbo S na, laat hij élke Porsche zijn hielen zien. Een directe concurrent als de BMW M2? 4,3 seconden. Porsche Cayman S? 4,4 s. Zelfs een dubbel zo dure Jaguar F-Type R moet met zijn V8 en 0-100 in 4,2 tellen zijn meerdere in hem erkennen. De Audi TT RS is, derhalve, verschrikkelijk snel.

Maar is zo’n Audi TT RS dan een beetje op de weg te houden?

Dat is wellicht het meest verbluffende: met speels gemak. Waar je in alle genoemde concurrenten echt wel een beetje moet kunnen sturen om het potentieel te benutten, is de TT RS een makkie om snel te rijden. De quattro-vierwielaandrijving en (gelukkig zelden hinderlijk aanwezige en eventueel geheel uitschakelbare) elektronica staan altijd terzijde om je te helpen.

Oké. Is ie dan wel leuk om te rijden?

Vooropgesteld: zó hard kunnen, is altijd leuk. Als je daar dan nog die fenomenale, superkarakteristieke  vijfcilinderherrie bij krijgt: extra leuk. Dat je zit op uitmuntende stoelen achter één van de fraaiste interieurs van autoland: nog meer extra leukerder. Maar als je graag elke rotonde dwars neemt, moet je ergens anders wezen. Als je op zoek bent naar een auto waar je mee moet knokken: idem. De Audi TT RS is bijzonder voorspelbaar, behoorlijk comfortabel geveerd en mankeert hooguit wat broodnodig gevoel in de besturing. Als hij aan het einde van zijn bizarre hoeveelheid grip zit, schuift hij eerder over zijn voor- dan over zijn achterwielen. Allemaal typisch Audi – achterwielaandrijf-fetisjisten zullen er de neus voor ophalen. En schuimbekken als ze je niet bij kunnen houden.

Kom maar door met dat eindoordeel dan!

De tweede generatie Audi TT RS is een geval apart. Hij is onbehoorlijk sterk en snel, heeft verbluffend veel grip en er is geen andere auto die zo klinkt als hij. Het is misschien niet de spannendste, maar vereist ook geen bovenmenselijke stuurmanskunsten om het maximale uit hem te halen. De goedkoopste is ie ook niet: de Coupé begint bij 87.900 euro, de gelijk ook maar geïntroduceerde Roadster is drie mille duurder. Ter vergelijking: de hilarische (maar op de grens vele malen listiger) BMW M2 heb je voor € 79.990.

Reacties
  1. pn zegt op 24 september 2016 om 09:05:

    prestaties goed, uitstraling stukken minder. Is nog steeds geen mooie auto om te zien!
    dan liever een Alfa 4C !! en het liefst de spider, het oog wil ook wat !!

  2. prinsbongout zegt op 23 september 2016 om 22:03:

    Klinkt goed en prima acceleratie, maar het model is nog steeds niet mooi, nichterig, met een hoog kappersgehalte. Willen die kappers trouwens wel zo snel gaan?

    Koop liever de nieuwe Fiat 124 Spider, minder snel, maar veel mooier, rijdt heel leuk, en met open dak. wel veel hairspray gebruiken als je het kapsel in vorm wilt houden. (p.s. ik werk niet voor Fiat)

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken