Elektrische Aston Martin DB6 Volante

Hoe maak je een klassieker toekomstbestendig? Gewoon een paar gigawatt toevoegen

Om Dr. Emmett Brown maar eens (verkeerd) te citeren: ‘Als je elektra in een auto gaat bouwen, waarom zou je het dan niet met wat stijl doen?’ Zie hier: de modernste auto die Aston Martin ooit heeft gemaakt. Hij stamt uit 1970. De Valkyrie? Alsjeblieft zeg. Dat is nog maar een prototype, verbonden aan simulators en rollenbanken. Voortgedreven door vloeibare dinosaurussen.

Nee, deze 49-jarige ivoor-rode rakker is pas echt pure hightech. Dit is de eerste elektrische auto van Aston Martin. Hij zoemt terwijl hij wordt opgeladen in een van de experimentele garages van Aston Martin op Silverstone. De Aston Martin DB6 Volante van de tweede generatie wordt met trots aan ons voorgesteld door een blijmoedige Paul Spires, de baas van Aston Martin Works. Nu maar duimen dat de auto het straks ook echt doet.

Aston Martin Works is de in het Engelse Newport Pagnell gevestigde klassieke tak van het merk. Ze voltooien een gecertificeerde restauratie van een Aston Martin in ruil voor, eh, een half miljoen euro. Wil je een van de andere 37 Aston Martin DB6 Volantes van de tweede generatie op onze planeet op elektra laten lopen? Maak een afspraak en breng een kwartmiljoen euro mee.

Heiligschennis, toch? Als je dat denkt – en om eerlijk te zijn: dat dachten wij – dan is die laatste niet echt voor jou bedoeld. ‘Het zal niet lang meer duren voordat er een hele generatie Aston Martin-fans zal zijn die nog nooit met een verbrandingsmotor heeft gereden’, zegt Paul. Maar, dan dit: ‘Je kunt de verbrandingsmotor altijd weer terug laten plaatsen, als je dat wilt. De opdracht aan de technici was dat de elektrische aandrijving zou passen waar eerst de motor en de transmissie zaten.’

Dat is dan ook de reden waarom hij aan de achterkant nog steeds voorzien is van elegante uitlaatpijpen. Dus wat we hier zien, is geen zielloze Terminator, geen verhulde Tesla. Hij doet denken aan de vliegende auto’s die Marty McFly boven Hill Valley ziet in Back to the Future II. Je weet wel, met de Citroën DS-taxi die door de lucht zweeft en de BMW 635 CSi die is omgebouwd tot hovermobiel – de filmmakers moesten immers het jaar 2015 verbeelden met auto’s die voorhanden waren in 1989. Paul begrijpt de vergelijking. ‘We wilden niet eindigen met een malle ludicrous-mode flux-capacitor die er alleen maar uitziet als een Aston Martin.’

De DB6 is een met de hand gebouwde conceptcar. De specificaties zijn nog geheim, maar we krijgen wat lekkermakertjes. Het accupakket en de motor zijn niet alleen ontworpen om te passen op de plek waar eerst de zes-in-lijn met 286 pk zat, maar ze moesten even veel vermogen en dezelfde acceleratie bieden als het origineel, en zelfs ongeveer hetzelfde wegen (350 kilo). Dat betekent dat de ophanging en de remmen authentiek konden blijven, en z’n rijeigenschappen nog voor een belangrijk deel hetzelfde zijn. Paul is ruim achttien maanden met de auto bezig geweest, en hij gaat ons toestaan er een rondje mee op Silverstone te rijden. En ja, hij lacht nog steeds.

‘Dit is de meest rustgevende klassieker waarin je maar zou kunnen rijden’

Deze tijdmachine is nog niet klaar voor de mythische 88 mph. Hij is kwetsbaar en vreselijk duur. We beloven niet harder te rijden dan 80 km/u, en mocht er een ‘temperatuurprobleem’ optreden, ’m te parkeren in het gras, en niet op het kostbare testasfalt. Hij start gewoon met een sleutel in een contactslot. Maar dan zonder geluid. Vreemd allemaal. Daar gaan we.

Waarom een elektrische Aston Martin DB6 Volante?

De DB6 werd gekozen omdat dezelfde aandrijving later ook zal passen in de DB4, de DB5 en de DBS. ‘Dan heb je het over een potentieel van 3.500 auto’s die je zou kunnen ombouwen’, zegt Paul, pragmatisch. Dat lijkt inderdaad slimmer dan om te beginnen met een Lagonda – daar zijn er maar 780 van gemaakt. Plus: door het gebruik van een dermate kostbare auto laat Aston zien dat het menens is. Dit is een juweel van anderhalf miljoen euro, met een harttransplantatie.

Goede keuze, denken we. Deze Volante vraagt erom rustig over de weg te glijden, ongehaast, zonder op z’n donder te krijgen. Een elleboog boven op de deur, vinger en duim aan het houten stuur. En dus geen geluid. Geen SRV-wagenachtig gezoem, geen versnellingen die inhaken, niets behalve het zachte roffelen van rubber op de baan. Raampje open. Diep uitademen. Heerlijk.

Dit is de meest rustgevende klassieker waarin je maar zou kunnen rijden, en dat ondanks het feit dat het waarschijnlijk ook de meest waardevolle is. Je mag het natuurlijk niet hardop zeggen, maar ergens is het ook wel prettig om niet zelf te hoeven schakelen – dat geeft maar stress in een auto als deze. Niet dubbel koppelen met vermoeide pedalen, geen geknars van gepensioneerde tandwielen. Het koppel stuwt je moeiteloos vooruit, terwijl jij geniet van de warme omhelzing van de Connolly-leren stoel, en nooit meer dan twee vingers aan het stuur hoeft te hebben. Sterke regeneratie zorgt ervoor dat je de remmen eigenlijk niet of nauwelijks hoeft te gebruiken.

Hij zou het goed doen in Londen, Parijs of Rome, waar vintage auto’s verboden dreigen te worden. Ze stinken, ze zuipen, er kleeft een stigma aan – Paul kent alle redenen op zijn duimpje. ‘Het lijkt me schitterend naar een parkeerplaats te lopen waar een Tesla, een I-Pace en een DB6 staan te laden. Hoe cool zou het wel niet zijn om uit je kantoor te komen en als iedereen in z’n zwarte Tesla stapt, in een witte Aston Martin DB6 Volante te springen?’

Makkelijker te rijden

Hij vertelt dat dit een belangrijke reden is geweest om aan dit project te beginnen: om klassiekers makkelijk rijdbaar te maken, zodat millennial-miljonairs hun auto’s daadwerkelijk zullen rijden, en ze niet alleen in hun garages en op Instagram zullen showen. Het is natuurlijk wel wat onzinnig – want alle klassiekers op aarde stoten samen nog niet zoveel uit als een enkel cruiseschip, maar met zulke scepsis kom je geen stap verder.

De mensen bij Aston Martin Works zijn daar ook allemaal terdege van op de hoogte, en ze menen dat het elektrificeren van de oude modellen niet het eind van het liedje is. Het is juist het begin. Over naar de glazen bol van Paul Spires: ‘Over 100 of 200 jaar zou het best eens kunnen blijken dat elektrische auto’s niet het antwoord op onze problemen waren. Verander je een auto als deze nu fundamenteel, dan kijkt iemand over een eeuw naar deze klassieke Aston en zegt: “Wat een idioten dat ze dat hebben gedaan, want nu hebben we een andere aandrijving.” We wilden toekomstbestendig zijn, we wilden al voorbij auto’s met een verbrandingsmotor en elektrische auto’s kijken, klaar voor technologie over 200 of 300 jaar, als wij er allemaal allang niet meer zijn.’

De zes-in-lijn gaat niet de prullenbak in

Wat gebeurt er ondertussen met de verbrandingsmotor? Die was tenslotte ook ooit de toekomst. Aston Martin Works slaat die voor je op in een flightcase, voor het geval je ’m ooit zou willen gebruiken tijdens een rally of bij een concours. We mompelen iets over eerste-wereldproblemen en parvenu’s. ‘We bieden ook de optie om ’m in een glazen kist te zetten’, lacht Paul monter. ‘Oude motoren zijn kunst. Bedenk eens hoe cool zoiets zou staan in de eetkamer.’

Reacties

  1. Jelle zegt op 30 mei 2020 om 16:10:

    Hoe help je mee aan kinderarbeid en uitbuiting? Gewoon een paar gigawatt toevoegen in je klassieker .

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Magazines