Aston Martin heeft een paar jaren achter de rug die je zou kunnen omschrijven als ‘lastig’. Zo wisten ze ternauwernood hun achtste faillissement te ontlopen, met dank aan een reddingsactie geleid door zakenman en miljardair Lawrence Stroll.

Nu staan Stroll en een nieuwe CEO (voormalig AMG-baas Tobias Moers) aan het hoofd van het merk, en Mercedes heeft zijn volgende generatie technologie aangeboden in ruil voor een aandeel van 20 procent. Aston heeft eindelijk de ademruimte die het nodig heeft om zich te kunnen concentreren op het binnenharken van flink wat centen met hun allereerste SUV.

De DBX is belangrijk

We heten de DBX welkom. Hij moet goede zaken doen, écht goede zaken, als ze bij Aston de komende paar jaar het licht aan willen houden. Hij werd ontwikkeld toen het allemaal nog (min of meer) goed ging en heeft nu de taak om het merk weer winstgevend te maken. Je kunt met recht stellen dat er een hoop gewicht rust op de schouders van elke DBX die uit de fabriek in St. Athan, Wales komt rollen. Het is dus best fijn voor Aston dat het een erg goed ding is.

Het vermogen komt van dezelfde 4,0-liter Mercedes-V8 als in de DB11 en Vantage ligt, hier 550 pk sterk. Dat klinkt vrij bescheiden als je bedenkt dat z’n tegenstrevers ruim 600 pk hebben, zelfs al doet ie 0 naar 100 km/u in 4,5 seconden en haalt ie ruim 290 km/u. Maar sinds wanneer draaien Aston Martins (behalve misschien de Valkyrie) om droge getallen?

Wat zo geweldig is aan de DBX, is dat ie aanvoelt als een Aston Martin. Hij is charmant en onderscheidt zich van de concurrentie. Hij is een vakkundige interpretatie van Astons DNA in de vorm van een grote, luxueuze performance-SUV waaraan het bedrijf misschien eindelijk iets aan zal kunnen ­verdienen. Het is hem gegund om succesvol te zijn.

 

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)