Donkervoort D8 GTO Bilster Berg

Donkervoort opende vorig jaar een nieuwe vestiging op het eveneens nieuwe Duitse ‘race resort’ Bilster Berg. Dat, en het feit dat 2014 een uitstekend jaar was, was genoeg reden voor veertien speciale D8 GTO’s.

De D8 GTO Bilster Berg Edition keek eens om zich heen. De zon was net op; de eerste stralen priemden door de hoge ruiten van de hal, en baadden ‘m in een oranje-geel licht. Om zich heen bevonden zich diverse soortgenoten, sommigen niet meer dan een karkas, anderen al op wielen maar nog zonder stoelen, stuur of motorkap. Stakkers.

Hij was anders dan de anderen. Niet alleen omdat ie al af was, hij was ook nog eens ervaren, had de wereld al laten zien waartoe hij in staat was. Wat heet: hij had de Mille Miglia al gereden, waar hij een fraaie groen-wit-rode strip recht over z’n neus aan had overgehouden. Daarnaast was hij de laatste der Bilster Bergers. Ooit waren ze met zijn veertienen geweest (omdat 2014 zo’n fijn Donkervoort-jaar was geweest), nu was alleen hij nog over. Z’n vrienden waren verkocht, vooral aan Duitsers en Zwitsers – dat krijg je als je naar een Duits circuit bent genoemd, waar de Scheppers een tweede vestiging hebben. Eén rondje over dat circuit was meestal genoeg om de koop definitief te maken. Hoe kan het ook anders. Rechts van ‘m stond z’n opvolger: de Bare Naked Carbon Edition. Zelfde specificaties, en hij moest toegeven dat dat er ook goed uitzag, dat ‘naakte’ koolstofvezel dat bij hem onder een laag vuurrode lak was verstopt.

Straks zouden ze wel komen, de Scheppers. Het waren goede mensen. Hard, maar goed – een beetje zoals hijzelf. Hij gniffelde. Het zou een goede dag worden.

Demo-auto zijn had zijn voors en zijn tegens. Je weet nooit wie er met je op stap gaat. Soms is het een sukkel, zo’n prutser die je een pijnlijke koppeling bezorgt, nog geen procent van wat er in je zit uit je weet te halen en dan gaat lopen zeuren dat je zo laag bent, of zo zwaar stuurt, of niet genoeg bagageruimte hebt. Alsof het daarom gaat. Soms is het een lomperik, die er alleen maar op uit is je achterbanden zo snel mogelijk de vernieling in te helpen. Meestal zit het er een beetje tussenin, en zijn het sufferds die rechtuit vol je gaspedaal indrukken en net zo vol in de remmen gaan als er een flauw bochtje aankomt. Alsof ze maar niet willen begrijpen dat daar juist je grootste kracht ligt. Maar het ergst waren de regendagen – dan ging je helemaal niet naar buiten. Oh, jij geniet er wel van: elke meter een uitdaging, worstelen met de grip, proberen het water te verslaan. De Scheppers vinden het echter ‘onverantwoord’, zeker omdat je als Bilster Berg Edition nu eenmaal op speciaal ontwikkelde Toyo semi-slicks staat. Maar vandaag schijnt de zon, vandaag wordt een goede dag.

TopGear komt vandaag, hadden de Scheppers gezegd. TopGear – hij had er wel eens van gehoord. Was dat niet die bekakt pratende man-met-buik die ontslagen was omdat hij iemand op zijn muil had getimmerd? Sukkel. De D8 GTO timmerde elke dag iemand op zijn gezicht (figuurlijk dan, hè) en werd er alleen maar om geprezen. Kijk, dan ben je iemand.

Ah, mooi, daar waren de Scheppers. Laatste check. Hadden ze gisteren ook al gedaan, maar ach, elke seconde aandacht is er één. Het blijft heerlijk, die sleutels die nog even langs je moeren gaan, de spiedende ogen langs je banden en wielophanging – het doet je begrijpen hoe een acteur zich bij de make-up-afdeling moet voelen. Hij was er klaar voor.

Kijk, daar zal je meneer TopGear hebben. Nou, dat belooft wat: buikje, woest oprukkende haargrens. Hij zou zich wat minder met die Engelsman mogen identificeren. Maar vooruit, als hij diens enthousiasme voor idioot snelle auto’s deelde, konden ze nog wel eens een paar leuke uren tegemoet gaan. Het instappen vond de D8 GTO altijd het leukst: als zo’n bestuurder niet precies weet wat hij doet, zit hij al snel hopeloos klem tussen stuur, stoel en middentunnel, en kan het nog aardig wat pijnlijke acrobatiek vergen om te gaan zitten. Als D8 sta je dan al met 1-0 voor: zo’n bestuurder weet meteen dat je niet gebouwd bent voor gemak of comfort, maar voor pure, brute functionaliteit. Dat er geen enkel, maar dan ook niet één compromis is gesloten om het hem makkelijk te maken. Dat je er maar voor één ding bent: snelheid, en dat alles wat die snelheid in de weg zou kunnen staan, is geëlimineerd.

‘De D8 GTO walgt van al die aanstellerij met airco’s, elektrische raampjes en radio’s’

Hij zit zowaar. Dat ging makkelijker dan de D8 gedacht had – hij zal het wel vaker hebben gedaan. Jammer, maar we zijn nog maar net begonnen: de motor loopt nog niet eens en dat is zo’n ander geluksmomentje. Knappe jongen die zich dan niet belazerd schrikt en de rillingen minimaal een kwartier over de rug voelt lopen. Eerst de hoofdstroomschakelaar achter het rode klepje op het dashboard omgooien, dan de contactsleutel omdraaien en VROAAAAAR, even de wereld op zijn grondvesten laten trillen. Heerlijk – making an entrance, zoals ze dat in Engeland zeggen. Favoriete anekdote: toen men Lemmy, de voorman van heavy-metalband Motörhead, ooit vroeg waarom ze zo onvoorstelbaar hard speelden, qua volume, antwoordde hij: ‘Ach, als mensen doof worden van onze muziek, zijn wij in ieder geval de laatste band die ze hebben gehoord.’ Mooi motto, vond de GTO. Heel af en toe schrikt hij zelf van het kabaal dat hij maakt. Eén ding is zeker: na het starten staat het 2-0 voor Donkervoort.

Dan het moment dat de bestuurder voor het eerst het koppelingspedaal intrapt: 3-0. Het gaat zo loodzwaar dat hij zich waarschijnlijk afvraagt waarom zijn been kapot is (‘Gek, daarnet deed ie het nog’), om er dan achter te komen dat hij veel harder moet trappen en dat dat zo hoort. Net als de besturing, die van hetzelfde loodzware laken pak is. Probeer dan maar eens een beetje elegant weg te komen. Verrek, het lukt hem nog vrij aardig ook – hij zou de eerste niet zijn die bij het verlaten van de fabriek al een halve koppelingsplaat heeft opgerookt.

De D8 en TopGear zijn weg, de wereld ligt aan hun voeten. Focus nu. De horizon is slecht en moet gestraft worden. Het asfalt trouwens ook. Lucht zit alleen maar in de weg en moet kapot: hij wordt door de inlaten in de nieuwe neus naar binnen gezogen, de motor in gejaagd, tot ontploffing gebracht en met oorverdovend geraas via de uitlaten weer uitgespuugd. Genoeg gehad of moet de turbo er nog overheen?

Voorliggers zijn vijanden, die in hun spiegels iets zien aanstormen wat duidelijk geen al te vrolijke plannen heeft voor hun gezondheid. Bochten zijn tegenstanders die vooral niet moeten denken dat ze ook maar iets in te brengen hebben: het is voor niemand leuk om genegeerd te worden, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de D8 GTO doet alsof ze er niet zijn, is op het beledigende af.

De Donkervoort D8 GTO is geen lieve auto. Lieve auto’s, daar zijn er meer dan genoeg van. Van die schattige koekblikjes, die zo vertederend uit hun koplampjes kijken, als puppy’s die op het punt staan uitgelaten te worden. De D8 GTO walgt van ze, van die aanstellerij met airco’s, elektrische raampjes en radio’s. Dat slaafse gedoe met zachte, elektrisch verstelbare stoeltjes, allerlei bekrachtigingen en hulpjes om er maar voor te zorgen dat het baasje niets overkomt tijdens het rijden. Hij is toch niet debiel of zo? De D8 GTO is juist helemaal voor automobiele emancipatie; het wordt tijd dat auto en bestuurder opereren als gelijken, niet als slaaf en meester. Jij geeft mij bloed, zweet en tranen, ik geef jou er een onvergetelijke rijervaring voor terug. Veel eerlijker, toch?

‘De topsnelheid doet er niet toe, omdat het bij pak ‘m beet 150 km/u bepaald onaangenaam wordt in zo’n open torpedo, maar zou zo’n 270 km/u bedragen’

Hè, gatver, snelweg. Het is niet het terrein van de D8. Hoe krijgt ie hier nou de kans te laten zien waartoe ie in staat is? Natuurlijk, even vlot (wat heet…) inhalen, of invoegen alsof hij zojuist een pitstop heeft gemaakt en eindelijk weer uit de pitstraat-begrenzing mag: geen probleem. De TopGear-meneer doet dat ook allemaal, en de D8 moet zich toch sterk vergissen als dat niet elke keer met een hoop gelach en krachttermen gepaard gaat, maar toch – een snelweg is een snelweg is een snelweg: saai. De D8 hoopt maar dat die snelweg een middel is en geen doel op zich.

Eindelijk verlaat hij de snelweg en draait een provinciale weg op, die later in een provinciaal weggetje verandert. Dat bovendien iets heeft wat in Nederland zeldzaam is: bochten. Korte en snelle, doordraaiende en blinde: van alles wat. En nog hoogteverschillen ook. De D8 GTO slaakt een zucht van verlichting. Eindelijk iets waar ie wat mee kan. Vóór de eerste bocht zet hij zich even schrap, als de TopGear-meneer het belachelijk korte en zware pookje een versnelling terug zet en geleidelijk het gas er weer op gooit. Ha, dit is leven! De GTO snijdt zichzelf de bocht in met de precisie van een Japans koksmes. Zijn besturing wordt dan op zijn best; elke micrometer tegendruk die de banden ondervinden, voel je in het stuur terug, zonder dat het onrustig wordt. Het wekt juist extra vertrouwen, een gevoel van totale controle.

Z’n onderstel, dat zich tot nu toe op een haast comfortabele manier heeft gedragen (hard maar goed, nietwaar), schakelt ook over naar een nieuwe dimensie. Volkomen waterpas beukt het de schamele 685 kilootjes van de D8 van de ene bocht naar de andere, dit uiteraard onder de bezielende leiding van de geniale wielophanging en schokdempers, die inveren toestaan als het rechtdoor gaat, maar dat haast verbieden als er bochten zijn. Alsof de reguliere constructie van een D8 niet stevig genoeg was, heeft deze Bilster Berg Edition nog een rolkooi meegekregen waarvan je de diagonalen goed door de flanken kunt zien lopen – hij geeft geen greintje van een krimp.

De motor krijgt op dit soort weggetjes al evenzeer de kans om te schitteren. Niet minder dan 380 pk levert hij, met een graagte die je eerder doet denken dat hij goed is voor het dubbele. Het is pure overkill, zou je zeggen, zo veel vermogen in een auto die zo weinig weegt. Dat is de werkelijke kracht van de D8 GTO: dat dat reuze meevalt. Nee, het is geen lieve auto, ja, hij kan er totaal met je vandoor gaan als je ‘m niet met het nodige respect behandelt, maar de vermogensopbouw van de 2,5-liter is zo volstrekt rechtlijnig dat je het aantal gebruikte pk’s bij wijze van spreken voelt groeien met elke nanometer die je het gaspedaal dieper indrukt. Dan te bedenken dat een van de andere Bilster Berg-aanpassingen een radicaal afgeslankt vliegwiel is (maar liefst zeven kilo ging eraf), waardoor de motor nog sneller op het gaspedaal reageert. Het leidt, tegen de verwachtingen in, niet tot meer nervositeit of hysterisch gedrag, maar (zoals alle aanpassingen) juist tot meer controle. Een waanzinnige prestatie.

Daar blonk de D8 GTO toch al in uit: waanzinnig presteren. Een sprintje naar 100 km/u is in een verbijsterende 2,8 seconden achter de rug, de top doet er niet toe omdat het bij pak ‘m beet 150 km/u bepaald onaangenaam wordt in zo’n open torpedo, maar zou zo’n 270 km/u bedragen. Dat sprinten wordt je nu trouwens nog makkelijker gemaakt dankzij launch-control, zodat je niet bij de eerste de beste stoplichtsprint al achterstevoren staat voor je het zebrapad hebt bereikt. Ook nieuw: tractiecontrole. Hij heeft zelfs vijf standen, maar zelfs als hij maximaal geactiveerd is, is een tikje dwarsgaan al mogelijk.

Hij genoot met volle teugen, de D8 GTO. Goed, het was jammer dat hij niet even het circuit op kon, dat is immers z’n wezen: track-day-auto zijn. Even naar de baan, zonder aanpassingen wat bloedsnelle ronden en weer naar huis: dat werk. Maar doordat ie hetzelfde weggetje een fors aantal keren opnieuw kon doen (ergens op de helft stond iemand met een camera verschrikkelijk zijn best te doen het D8-tempo bij te houden), kreeg hij toch een beetje een circuit-gevoel. Steeds harder ging het, steeds scherper werden de bochten aangesneden, steeds steviger ging het gas erop bij het uit-accelereren. Hij kon precies laten zien wat ie kon, en daar was het uiteindelijk allemaal om begonnen.

De weg terug was een hel: file. Net nu ze zo close waren geworden, moest de D8 z’n bestuurder trakteren op z’n minst aangename kant. Zo’n racekoppeling mag dan ideaal zijn als er snel en veel geschakeld moet worden, in een file is het een drama. Ach, hij genoot na van de afgelopen uren en, ijdel als ie nu eenmaal was, kon ie alle opgestoken duimpjes en uit auto’s hangende smartphones ook wel weer waarderen. Hij dacht maar zo: de TopGear-meneer zou zich ‘m sowieso nog lang herinneren, maar zeker de komende dagen, elke keer als hij zijn door en door verzuurde linkerkuit wilde gebruiken. Hij grinnikte. Het was een mooie dag.

Specificaties

Donkervoort D8 GTO Bilster Berg Edition

Motor
2.480 cc
vijfcilinder turbo
380 pk @ 5.500 tpm
475 Nm @ 1.750 tpm

Aandrijving
achterwielen
5v handbak

Prestaties
0-100 km/u in 2,8 s
top 270 km/u

Verbruik (gemiddeld)
8-10 l/100 km
178 g/km CO2

Afmetingen
3.740 x 1.850 x 1.140 mm (l x b x h)
2.350 mm (wielbasis)
685 kg
48 l (benzine)
bagageruimte n.b.

Prijzen
NL € 206.105 (uitverkocht)
BE n.b.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws