Lees eerst: Dit is de TopGear Gids voor pret Vermogen kan me gestolen worden. Wat mij betreft kun je koppel verstoppen waar de zon niet schijnt. Voor mij draait alles bij een auto om de emotie die hij bij me teweegbrengt. Al begrijp ik dat gegevens over de prestaties bij sommigen wel degelijk emoties oproepen. Vermogen in paardenkrachten, koppel in newtonmeters en de plaatsing van de cilinders zeggen iets over de aantrekkingskracht een auto op je kan hebben, maar uiteindelijk draait het erom in hoeverre de auto pure empathie bij de bestuurder oproept. Telkens wanneer je in een Range Rover Sport SVR rijdt, raak je weer geïmponeerd door dat ene kleine extraatje: het uitlaatgeluid doet denken aan de sonore basstem van de Hulk nadat hij op een blokje Lego is gaan staan.

Slechtgehumeurde T-rex

Dankzij dit geluid, in combinatie met de enorme buitenmaten, brengt de Range Rover Sport SVR emotie teweeg. De verheven positie van de bestuurder geeft het gevoel dat ik zo ongeveer op het dak van de auto zit, alsof ik mijn eigen mobiele Everest heb meegenomen waarmee ik bezit kan nemen van elke weg waarover ik rijd. Ik worstel met het zware stuur, ik heb het idee dat ik slechts gezelschap ben. Ik voel me alsof ik – en ik overdrijf dit niet – op de rug van een bijzonder slechtgehumeurde T-rex zit. Trap het gaspedaal in en natuurlijk, de SVR accelereert met een verbazingwekkend tempo – snel genoeg om menig sportauto het nakijken te geven. Maar ik beleef mijn plezier aan een heel ander kunstje. Ik geef het niet graag toe, maar ik voel de meeste pret opborrelen wanneer ik in de eerste of tweede versnelling langs een groepje voetgangers kachel en machtig luid gebrul uit de uitlaat laat klinken. Als ouden van dagen, kinderen en huisdieren een meter in de lucht springen wanneer ik met mijn rechtervoet het gaspedaal aanraak. Het is een sensatie die ik doorgaans niet kan weerstaan. Je zou bijna zeggen dat de SVR het ultieme middel is om het kind in je los te laten.
De Ariel Atom roept heel andere emoties op: vooral angst, eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het een soort cocktail van angst en pijn is. Met een tikje ontzag. Vol gas in een Ariel Atom over een recht stuk asfalt blazen brengt een sensatie teweeg die ik nog nooit in een andere auto ben tegengekomen.

Eerste kennismaking met de Ariel Atom

Ik herinner mij mijn eerste kennismaking met de Atom nog als de dag van gisteren. Ik maak de gordel vast, jaag het toerental omhoog, laat de koppeling opkomen en krijg onmiddellijk de indruk dat de zwaartekracht horizontaal is gaan werken. Ik weet vrijwel zeker dat ik zojuist mijn tong heb ingeslikt. Gelukkig houd ik mijn hoofd erbij en zet ik ‘m in de tweede versnelling. Uitlaatgeluid hoor ik eigenlijk nauwelijks. Het geheel wordt overheerst door luidruchtig gehuil van de compressor dat steeds harder vanonder de rolbeugel boven mijn rechteroor klinkt. Het klinkt als een over zijn toeren gejaagde haardroger. Tegen de tijd dat ik aan de derde versnelling toe ben, ben ik het zicht op mijn omgeving vrijwel kwijtgeraakt. Mijn hersenen moeten werken als een zakcalculator die een spelletje op een X-Box moet besturen. De weg voor me zie ik niet. Aan mijn ogen mankeert niets, maar mijn hersenen zijn niet snel genoeg om de gebeurtenissen om me heen te verwerken. De mens is niet tegen zodanig snelle acceleratie bestand. Het is angst­aanjagend.
Dat is niet de enige emotie die de Atom bij je los maakt. Naar verloop van tijd overheerst frustratie, frustratie dat je niet zo’n goede chauffeur bent als je zelf dacht. Ben je eenmaal gewend aan de beestachtige snelheid op het rechte stuk, dan komt er onvermijdelijk een bocht aan. Probeer je in de bocht wat snelheid mee te nemen, dan ga je achterstevoren. Je probeert het opnieuw en nu geef je zoveel mogelijk tegenstuur, met het gas ingetrapt, en opnieuw tol je in de rondte. Dit gebeuren herhaalt zich net zolang tot je je realiseert dat je geen superieure coureur bent – althans niet in een Atom. Dankzij het gripvaste rubber en de korte wielbasis moet je meestal machteloos toekijken. Tenzij je Max Verstappen heet. Je bent eigenlijk alleen maar toeschouwer. Uiteindelijk krijg je diep respect voor de Atom. En besef je dat je niet tegen hem bent opgewassen. Beleef je meer plezier aan wat minder doodeng vertier, dan is er geen betere remedie om van de Atom te bekomen dan in een Rolls-Royce Dawn plaats te nemen. Geeft een ritje in de Atom je de gewaarwording van een steile rots te worden geduwd, met een Dawn rijden kun je vergelijken met een full-body massage die je ondergaat telkens wanneer je instapt.

Het gevoel van Rolls-Royce

Je zult wel eindeloze verhalen hebben gehoord over hoe comfortabel Rolls-Royces wel niet zijn. Die verhalen kloppen. Maar wat je misschien niet zal aanstaan, is het gevoel dat je ervan krijgt. In eerste instantie word je er vrolijk van, verkeer je wellicht in de wolken. Maar vervolgens, vanaf het moment dat die voortreffelijkheid in volle glorie tot je hersenen doordringt, word je overvallen door diepe droefheid. Je beseft dat je er – tenzij je baadt in het geld – misschien nooit meer in zult rijden, laat staan er een zult bezitten. Je voelt de volslagen moeiteloze trekkracht van zijn fluisterstille motor, het centimeters dikke lamswollen tapijt onder je voetzolen, het zachte leer onder je billen en je ondergaat de rust die ontstaat dankzij de ruiten van dubbel glas. Dan realiseer je je (ik althans zeker) dat je hem straks weer moet inleveren en weer in je BMW 1-serie moet stappen. Ik raak in paniek. Hoe kan ik in vredesnaam straks weer wennen aan normaal straatrumoer? Ik zal moeten afremmen voor verkeersdrempels. Eigenlijk heb ik geen leven meer. Man, zelfs als ik een bank beroof en het geld vergaar dat nodig is om lid te worden van de club van eigenaren van een Rolls-Royce, bestaat er een gerede kans dat iedereen me daarna uitspuugt. Op dat moment, in alle weelde en rust die gewone stervelingen nooit zullen ervaren, huil je dikke tranen van verdriet. Natuurlijk zijn er auto’s die niet bij iedereen dezelfde gevoelens losmaken. In dit geval: de Mazda MX-5. Veel autoliefhebbers zijn al tientallen jaren weg van dat ding, en het nieuwe model is daar het beste voorbeeld van. Ik? Ik ben niet onder de indruk en het kan me niet schelen hoe goed het er op papier allemaal uitziet. Zeker, de uitgangspunten zijn prima – achterwielaandrijving, cabrio, niet te duur – maar ik heb geen interesse.
Waarom helt hij zo veel over in de bocht? Waarom moet ik het cabriodak met de hand dichtdoen? Iedereen mag dan wel gek zijn op de tendens van terug naar de eenvoud, de wind in je haren, maar ik hou van auto’s met een ruggengraat, met karakter. Ik wil instappen en iets voelen, wat dat ook moge zijn. Als ik in een MX-5 ga zitten, gebeurt er helemaal niets. Zeker, je kunt ermee uitbreken, en ja, hij ziet er best goed uit (wat pruilerig, een beetje androgyn), maar het is allemaal tamelijk karakterloos, zeker in dit gezelschap. Ik wil een auto waarvan ik een goed gevoel krijg. Of een slecht gevoel. Of waarin ik me een volslagen eikel voel. Daarom wil ik een Pocket Classic. Denk ik. Oké, toen ik me er eenmaal in had gewurmd, had ik vervolgens hulp nodig om er weer uit te komen en het duurde tien minuten voor de bloedsomloop in mijn benen zich weer had hersteld, maar over het circuit raggen in de Cobra en JPS Lotus was in elk geval een even gedenkwaardige als hilarische gebeurtenis.
Ik voelde er emoties bij, net zoals bij de Range Rover, de Atom en de Dawn. Allemaal op een andere manier, maar allemaal met een gemeenschappelijke eigenschap: allemaal, elke op zijn eigen unieke wijze, zorgen ze ervoor dat ik me springlevend voel.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Meer van TopGear