Historische Alfa Romeo’s: de bloedlijn

Soms waren ze briljant. Soms waren ze virtuoos. We buigen ons over de collectie historische Alfa Romeo’s. En dat doen we in naam van de wetenschap...

Verbinding. Echt een woord voor 2016. Maar zodra je jezelf nestelt achter het stuur van een historische Alfa Romeo, zoals de 6C 1500 SS uit 1928, verstuift de dwangneurose van een 4G-netwerk dat onze wereld dezer dagen regeert in een onbeduidende waas van enen en nullen.

Anders dan tegenwoordig, waarbij software en algoritmen bepalen hoe een moderne auto rijdt, vergt de 6C niet alleen fysieke inspanning van polsen, onderarmen en schouders. Hij vergt inspanning van het hele lichaam. Van het grote vierspaaks stuur gaan je handen tintelen en naar metaal ruiken. De versnellingsbak is niet gesynchroniseerd. Dus dient de ranke pook met fysieke en geestelijke toewijding uitermate behoedzaam in de juiste tandwielen te worden gerangeerd. In gedachten zie je telkens wanneer je de koppeling intrapt, draaiende tandwielen die elkaar moeten zien te vinden. Geweldig als het lukt, maar je maakt jezelf onsterfelijk belachelijk wanneer het hemeltergend kraakt.

Hoewel 76 pk misschien niet veel lijkt, is het voldoende om een 88-jarige Alfa van 845 kilo, met compressor en ladderframe, te laten uitbreken. Dat laat een mens terugdenken aan het jaar waarin Giuseppe Campari de Mille Miglia won in eenzelfde auto. Hij reed met een gemiddelde snelheid van 84 km/u door het chaotische landschap van Italië van vóór de oorlog. Hoe kreeg hij dat in godsnaam voor elkaar?

Ook Enzo Ferrari racete ermee. Rond 1928 besloot hij zijn ambities als coureur in te ruilen voor een leidende rol in het Grand Prix-team van Alfa Romeo. Het beroemde logo van Scuderia Ferrari sierde Alfa Romeo’s al lang voordat het een eigen merk werd. Vittorio Jano was destijds de geniale ingenieur van Alfa. Hij was in 1923 bij Fiat weggeplukt en was de belangrijkste man achter de Alfa P2 die in 1925 de allereerste Grand Prix won. Hij was feitelijk de uitvinder van de GT met de 6C die eind jaren twintig als eerste racer voor de openbare weg werd gepresenteerd. Jano zou later voor Lancia gaan werken om vervolgens weer samen te werken met Enzo in Maranello, tot aan zijn dood in 1965.

Verbinding: de wortels van de geschiedenis van Alfa Romeo reiken diep en wijd om zich heen.

Jezelf verliezen in een historische Alfa Romeo

Je zou kunnen zeggen dat, al lang voordat BMW het begrip introduceerde, Alfa Romeo de ultieme rijmachine fabriceerde. Talloze exemplaren zelfs. We hebben dat eerder beweerd, al werd het steeds begeleid door de vraag wanneer er nou eens een nieuwe Alfa Romeo zou worden geïntroduceerd. En of iemand van onder de 40 daar belangstelling voor zou hebben. Minder nostalgisch geaarde redacteuren van TopGear zijn van mening dat het vat met welwillendheid jegens Alfa waarin het deze eeuw heeft gedobberd, inmiddels enigszins troebel is geworden. Gelukkig kan de nieuwe Giulia het op eigen kracht rooien. Desondanks lijkt een bezoekje aan het fantastische museum van Alfa Romeo – la macchina del tempo, ofwel tijdmachine – een goede manier om de genen te herleiden.

Zeker aangezien dit een museum is dat over een aangrenzend testcircuit beschikt, naast de snelweg E62 in de buurt van Arese. Dat treft.

‘De T33/2 is bruut maar merkwaardig fijngevoelig – alsof je een in een kostbaar colablikje rijdt’

Het museum is gevestigd in het oude hoofdkantoor van het merk. Het is onlangs weer geopend, na een renovatie die vier jaar in beslag heeft genomen. Deze werd uitgevoerd door de Italiaanse architect Benedetto Camerana. (Hij maakt deel uit van de omvangrijke clan van Agnelli, die de leiding heeft bij Fiat-Chrysler.) Het museum herbergt 69 modellen die in vier thema’s zijn gegroepeerd over zes verdiepingen. Het is een spectaculair geheel, met auto’s als de tweemotorige Bimotore uit 1935, de Disco Volante uit 1952 (wellicht heeft Jaguar daar inspiratie voor schijfremmen opgedaan), en de conceptcar Carabo van Bertone uit 1968. Ze geven een indrukwekkende doorsnede van hetzelfde sentiment. Deze drie modellen maken onderdeel uit van de geschiedenis zoals die ons hier wordt gepresenteerd. Of je er ooit van hebt gehoord of niet.

Dat geldt evenzeer voor de vijf auto’s die we op het circuit mogen uitproberen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we een wensenlijstje hadden opgesteld en er toen maar het beste van hoopten. Niet alles in het museum is een snelheidsduivel, helaas. Maar aan de hand van de 6C 1500 SS, de Giulia TI Super, de Tipo 33 Daytona, de 75 Turbo Evoluzione en de 8C Competizione kun je een aardig beeld schetsen van de geschiedenis van Alfa Romeo.

Een bont gezelschap

De voornaamste voorloper van de nieuwe Giulia is de gelijknamige sedan uit de jaren zestig. Wat je van dit model vindt, hangt vooral af van de eerste kennismaking. Voor sommigen is het een auto die je niet los kunt zien van een uitmonstering als politieauto, een gillende sirene en de soundtrack van Quincy Jones. Toegegeven, in The Italian Job werden de Giulia’s zoek gereden door Michael Caine en consorten. Maar deze compacte sedan – tegelijkertijd hoekig en rond, met karakteristiek design en een markante kofferklep – ging de strijd aan met BMW’s neue Klasse als betaalbare sportsedan. Beide kwamen in 1962 op de markt, en Alfa Romeo zag kans om de Giulia zestien jaar lang in productie te houden.

De witte auto op de foto’s is een buitengewoon zeldzame TI Super. Een van de 501 voor gebruik op de openbare weg gehomologeerde exemplaren. Hij heeft een 1,6-liter met dubbele nokkenassen, twee carburateurs van Weber en hogere compressie die het tot 110 pk schopt. Verder beschikt deze Super over een quadrifoglio verde op het voorspatbord, gaas in de grille, drie tellers in het dashboard en speciale stoelen met een inkeping op heuphoogte (waar een agent of beveiliger zijn Beretta draagt, nemen we aan). Hij rijdt heerlijk, zijn rijgedrag en remmen verhullen z’n bouwjaar. Al geldt dat niet voor de acceleratie – hij is traag.

Dat geldt zeker niet voor de Tipo (T) 33/2 ‘Daytona’. Luidruchtig. Krap. Angstaanjagend. Allemaal bijvoeglijke naamwoorden die meer bij deze auto passen dan ‘traag’. Met een kleine 100.000 andere. De Tipo 33 vertegenwoordigt de nobele genen van de stamboom van Alfa. De carrosserie van deze auto uit 1968 is aerodynamisch geperfectioneerd. Grote luchtinlaten aan de zijkant leiden koellucht naar motor en remmen. Die motor is een 2,0-liter V8 die 270 pk levert bij een oorverdovend toerental van 9.600 tpm.

In januari 1968 zette Autodelta, de sportieve tak van Alfa, vijf exemplaren van de T33/2 in tijdens de 24 uur van Daytona. Drie daarvan eindigden als vijfde, zesde en zevende achter de winnende Porsches 907. De kleine Alfa deed dat jaar ook mee aan de BOAC 500 op Brands Hatch, op Monza, aan de Targa Florio en op de Nürburgring. Speciale fabrieksversies van de T33/2 met verlengde achterkant werden vierde, vijfde en zesde op Le Mans in 1968, achter de Ford GT40 en Porsche 907, en boekten een welverdiende zege in de 2,0-literklasse.

‘De wortels van de geschiedenis van Alfa reiken diep en wijd om zich heen’

Race-bloedlijn

Italiaanse langeafstandsracers werden gebouwd voor piepkleine coureurs als Nino Vaccarella en Arturio Merzario. Voor mensen met een normaal postuur is het al een persoonlijke overwinning om achter het stuur te gaan zitten. Het dakpaneel moet worden verwijderd. Dit circuit is ook niet echt de aangewezen plek voor deze auto. Het is net zoiets als aan een cheeta vragen of hij een rondje door de woonkamer wil rennen. Het geheel heeft alles in zich om jezelf onsterfelijk belachelijk te maken.

De techniek vertoont de tand des tijds en dwingt me om het toerental op te jagen. Gelukkig rijd ik weg zonder de motor af te laten slaan. De T33 is in alle opzichten sensationeel: luidruchtig, snel, stinkend. Hij is bruut maar merkwaardig fijngevoelig – alsof je in een kostbaar colablikje rijdt. Met nagenoeg dezelfde mate van bescherming. Als je hiermee aan Le Mans meedeed, moest je je buitengewoon goed concentreren. (En vooral bedenken waar je je enkels zou laten als je in de vangrail reed.)

Alfa heeft ook geracet met de 75 Turbo Evoluzione. Je weet wel: dat model waarvan de hoekige lijnen met nog meer hoekige lijnen werden gesierd. Net als bij de Giulia Super werden er vanwege de regels voor homologatie maar 500 gebouwd. De 1,8-liter van de 75 levert slechts 155 pk. Zie hem maar als zeldzame tegenhanger van de BMW E30 M3, de hoofdrolspeler van het Europees Kampioenschap voor toerwagens, eind jaren tachtig. Dit exemplaar draagt de vingerafdrukken van coureurs als Nicola Larini, Gabriele Tarquini en de voormalige rallygod van Lancia, Sandro Munari. Dat zou voldoende moeten zeggen.

De brug naar het heden

De criticasters zijn van mening dat de 75 het punt is waarop Alfa het spoor bijster begon te raken. De achterwielophanging en algemene bouwkwaliteit kenden hun zwakheden. Tegenwoordig is de 75 een zeldzaamheid en de Turbo Evoluzione blijkt verrassend capabel. Hij stuurt goed in, besturing en schakelen verlopen verrassend goed gebalanceerd. Ook de stoelen zijn geweldig, en het interieur is heel erg jaren tachtig. Je verwacht een cassettebandje met Decade van Duran Duran. Anders gezegd, we zijn er dol op.

De 8C Competizione is hier eigenlijk alleen maar omdat we naar iets werkelijk schitterends wilden kijken. En erin rijden is altijd een feest. Bovendien is het een kraakheldere weerlegging van de gedachte dat het huidige Alfa er alleen is voor nostalgische mensen. Oké, het is een in beperkte oplage van 500 exemplaren gebouwde supercar op basis van een platform en aandrijflijn van Maserati. En hoewel hij nog geen tien jaar oud is, doet de halfautomaat wat gedateerd aan. Een beetje een samenraapsel. Toch blinkt de 8C, zelfs op dit bescheiden testcircuit, uit in de kwaliteiten en het karakter van alle grote Alfa’s. Hij klinkt nog fantastischer – wellicht een van de best klinkende auto’s ooit.

Het leek een tijdje uit te draaien op een zorgwekkend einde van een van de meest opwindende geschiedenissen in de automobielindustrie. Niets is immers voor eeuwig. Maar als we mogen afgaan op de nieuwe Giulia, dan heeft Alfa Romeo de beste elementen uit zijn verleden geplukt en die verbonden in een indrukwekkend ontwerp. Het verhaal van het legendarische, historische Alfa Romeo gaat verder.

Specificaties

Alfa Romeo Tipo 33/2 ‘Daytona’

Waarde nu: > € 1 miljoen
Motor: 1.995 cc V8, 270 pk, koppel onbekend
Aandrijving: achterwielen, 6v handbak
Prestaties: 0-100 km/u n.b., top 290 km/u
Gewicht: 580 kg

Alfa Romeo 8C Competizione

Waarde nu: € 170.000-200.000
Motor: 4.244 cc V8, 400 pk, 325 Nm
Aandrijving: achterwielen, 6v semi-automaat
Prestaties: 0–100 km/u in 4,4 s, top 300 km/u
Gewicht: 1.500 kg

Alfa Romeo 6C 1500 SS

Waarde nu: € 700.000-1,7 miljoen
Motor: 1.487 cc V6 met compressor 76 pk, koppel n.b.
Aandrijving: achterwielen, 4v handbak
Prestaties: 0-100 km/u n.b., top 140 km/u
Gewicht: 845 kg

Alfa Romeo Giulia TI Super

Waarde nu: ca. € 70.000
Motor: 1.587 cc viercilinder, 110 pk, 130 Nm
Aandrijving: achterwielen, 5v handbak
Prestaties: 0–100 km/u in 12,0 s, top 170 km/u
Gewicht: 1.300 kg

Alfa Romeo 75 Turbo Evoluzione

Waarde nu: € 20.000-25.000
Motor: 1.762 cc viercilinder, 155 pk, 227 Nm
Aandrijving: achterwielen, 5v handbak
Prestaties: 0–100 km/u in 7,7 s, top 209 km/u
Gewicht: 1.300 kg

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws