Hete hatches: de afvalrace

De bochtige bergweg met de naam Applecross wacht op ons en de zes overgebleven hot hatches uit onze grote test. Ze wenkt verleidelijk. Maar we mogen niet met alle auto’s de route rijden. Een aantal zal afvallen, omdat ze simpelweg niet tot de beste behoren. Dit wordt een lastig selectieproces en het risico bestaat dat we er ruzie over krijgen.

De zes hatchbacks die nog over zijn, hebben het nodige stof doen opwaaien. Niet iedereen zag zijn verwachtingen of hoop bevestigd en het afvallen van een paar favorieten vergt wat verwerking. Wat daaraan bijdraagt, zijn de steekhoudende argumenten die tot die selectie geleid hebben. Soms is de TopGear-argumentatie wat onconventioneel of discutabel, maar ditmaal waren de beslissingen unaniem, al werd er wel eens gevloekt. Het resultaat is deze selectie: de Golf R, de Civic Type R, de Mégane Trophy, de Fiesta ST, de Audi S1 en de Seat Leon ST Cupra. Die laatste kun je een verrassing noemen, en voor ons een welkome verrassing ook.

Dit fijne clubje dendert over de Engelse snelweg M90 richting het Noorden. Een interessante mengelmoes van karakters; vierwielaandrijving, voorwielaandrijving, klein, groot, station; allemaal met turbo. De reis gaat via Perth en dan naar de weggetjes waar dit soort auto’s eigenlijk voor gemaakt is. Welkom in de echte wereld. Hier kunnen we pas echt heerlijk subjectief gaan jureren. We zullen ons oordeel niet onder stoelen of banken steken, we hebben immers het muggenziften tot kunst verheven.

De eerste paar kilometers zijn makkelijk. Snelweg rijden is voor geen enkele snelle hatchback een probleem, ze moeten immers de forenzen comfortabel van a naar b kunnen brengen. De Golf, Leon en S1 voelen het meest volwassen en ontspannen aan, maar het moet gezegd dat het in de Civic ook prima te doen is als je standje ‘hondsdol’ uitzet. De Fiesta is minder op z’n gemak, wat nog niet wil zeggen dat ie het slecht doet, maar hij is iets gevoeliger voor zijwind. Alleen bij de Mégane heb je echt het idee dat je in een sportauto rijdt. Een tikje nervositeit in de besturing, wat schokkeriger in de ophanging. Het interieur doet net als de multimedia wat ouderwets aan. Voortgaand richting Scone en Coupar Angus op de A94 komen we tot de conclusie dat het absoluut niet erg is als je dagelijks in de Renault moet rijden.

Nu langs Blairglowrie en Bridge of Cally, op naar betere wegen. Tien kilometer verder verschijnen er fronzen op onze gezichten. Volgens het schema moeten we binnen de eerste twee uur van onze trip afscheid nemen van één van de auto’s. De tijd tikt door. Het probleem is dat we allemaal blij en verrukt uit onze auto stappen. Als we aankomen bij de oude Military Road naar het skicentrum op de top, besluiten we dat de Leon Cupra het eerste slachtoffer is.

Niet omdat ie een slechte auto is. Het is een mooie prestatie dat de Seat een plek heeft verworven tussen de zes beste hete hatchbacks. Het is een spreekwoordelijke winnaar omdat de combinatie van brute kracht, gebruiksgemak, een volwassen interieur en ouderwets plezier deze auto zo goed maakt. En niet te vergeten het optionele hondenrek. De Leon is waarschijnlijk de grootste verrassing van de zes. Het is een soort Audi RS4 Avant op kleine schaal. Maar hij is ook een tikje te volwassen om de beste hete hatchback van het jaar te worden. Dit ondanks de tractieproblemen bij een nat wegdek in de eerste twee versnellingen, iets wat de Seat net wat meer agressief en opwindend maakt. Toch mist ie het laatste stukje om de puzzel compleet te maken. Dus: een prima optreden, en ‘minst goede’ in plaats van ‘slechtste’, maar de blauwe station moet achterblijven. Een paar voorbijgangers kijken ons meewarig aan als we de Seat verlaten.

Het is doodzonde, want het volgende stuk van de route is typisch Schots, echt één van de beste wegen van het Verenigd Koninkrijk. Prachtige bochten, steile heuvels en panoramische vergezichten. En het was zonnig, althans, tot het ging stortregenen. Daarna weer zonneschijn. Een completere en meteorologisch complexere autotest kun je je niet voorstellen. Opeens was het al tijd om een tweede afvaller te kiezen. Zucht.

Dit was het moment waarop de eerste onderlinge discussies ontstonden. Het probleem is dat iedereen zijn persoonlijke voorkeuren en rijstijl heeft. Zonder objectieve maatstaven kom je dan al gauw terecht in een soort verbaal sumoworstelen. Het opsommen van de pluspunten werkt niet, dus we proberen de nadelen op een rij te zetten. De Golf kan soms saai zijn. De Fiesta heeft meer pk’s nodig. De Mégane is te agressief, de Civic kan alleen alles of niets en ziet er uit alsof er een ramkraak met ‘m gepleegd is. De S1 is een tikje emotieloos, te serieus, ondanks de handgeschakelde bak en z’n enorme snelheid.

De Golf heeft verschillende gezichten. De Fiesta is het type auto waarin je liever snelheid houdt dan steeds hard optrekt na bochten. De Mégane heeft de beste besturing en de beste balans in het chassis. De Civic is op de juiste weg ronduit fenomenaal, ondanks z’n uiterlijk. En de S1 kan heel snelle concurrenten de stuipen op het lijf jagen. Iedereen is het er over eens dat ie een goede auto is. Maar hij wekt geen woest enthousiasme op en om die reden is de S1 de volgende afvaller. Zonder de Audi gaan we richting het westen, alweer even slikken; het is toch een soort van verlies. Alsof je je hondje achterlaat aan de kant van de weg.

Lang blijven we niet mokken. De Schotse wegenbouwers hebben prachtige, haast artistieke wegen aangelegd die door een adembenemend landschap voeren. We gaan richting de A9 bij Inverness, dan de A835 naar Garve, om de Achanaltweg te rijden. Een tijdje toeren met het verstand op nul. Snelwegen, provinciale wegen en compleet verlaten wegen. We wisselen van auto’s en bewonderen de veelzijdigheid van onze vervoermiddelen; de moderne snelle hatchback kan overal voor ingezet worden. Helaas moeten we, voordat we het laatste deel van de route nemen, weer een exemplaar achterlaten. Ditmaal kan niemand beslissen, dus we stoppen bij een bed & breakfast om een biertje te nemen, een stevige discussie te voeren en te slapen.

De volgende morgen is het de Mégane die blijft staan bij de voet van de Applecross. Wat? De Trophy? Ik hoor de huivering en frustratie. De Mégane is subliem, maar is niet zo compleet als de andere moderne hatchbacks. Het differentieel doet soms raar, en hoewel ie aan het asfalt geplakt zit als je ‘m de bocht in smijt, is ie soms wat teveel van het goede als je het rustig aan wilt doen. Op hobbelige stukken weg kan ie z’n lijn kwijtraken en op de snelweg is ie niet zo geraffineerd als z’n concurrenten. En het interieur van de Renault is wat gedateerd. En ook het schakelen is minder, en voelt niet super-strak.

Kortom, de mindere eigenschappen van de Mégane combineren niet fijn met de uitstekende karaktertrekken die hij ook bezit. Om de Mégane te kunnen waarderen moet je bereid zijn de nodige compromissen te sluiten. Op een circuitdag zal ie zeker niet teleurstellen, maar voor dagelijks gebruik is ie iets te fanatiek. Geen winnaar, dus hij mag niet mee de bergpas op. Daar gaan we nogal wat hobbelige stukken asfalt tegenkomen, en de beste snelle hatch ontdekken.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken