CLS Shooting Brake vs XF Sportbrake

De geboorte van een nieuwe generatie stationwagens, met evenveel aandacht voor stijl als voor ruimte. Welke van de twee is de beste?

Een nevelwolk maakt zich los van het dak van de Sportbrake; een glinsterende stroom bevroren deeltjes die vervolgens stil in de bijtend koude, knisperende lucht van het Lake District blijft hangen. Even houdt het uitgekristalliseerde beeld stand, en dan wordt de kalmpjes zwevende wolk uiteengereten door de wegdaverende stationcar, die de bevroren deeltjes door de turbulentie in z’n kielzog wegblaast. De Jaguar en de Mercedes schieten naast elkaar weg, rijp op hun carrosserie, met in hun slipstream een diamanten stofwerveling. Ze zien er oogverblindend uit.

Stationcars worden niet gemaakt om oogverblindend te zijn. In sommige gevallen kunnen ze goed ontworpen zijn, mooi wellicht, maar dit is vooral een segment waar ‘geschikt-voor-het-doel’ de toon voert. Dat doel is praktisch gebruik. Maar waarom zou het compromis altijd ten faveure gaan van de ruimte, en niet de stijl? Hoeveel ruimte heb je per slot van rekening nodig? Kun je niet beter efficiënter leren inpakken?

De Jaguar XF Sportbrake en de Mercedes CLS Shooting Brake: een interessant duo. Zonder meer niet de grootste stationwagens – en je zou zelfs kunnen beweren dat de Mercedes eigenlijk helemaal geen station is – maar zijn het geen auto’s die je wel zou willen hebben? Auto’s waarvan je de aanschaf zou overwegen, ook al zou je helemaal niet op zoek zijn naar een stationcar? Dat klinkt wellicht pervers – een auto aanschaffen met eigenschappen die je wellicht helemaal niet zou gebruiken, maar ga me nou niet vertellen dat iedere koper van een SUV ermee off-road gaat (het SUV-vraagstuk is interessant als we het over deze auto’s hebben, en we komen er op terug). Conclusie: we kopen niet alleen maar een auto om ermee aan onze behoeften te voldoen.

Dus op het eerste gezicht is dit een kwestie van stijl: de parmantige nieuwe achterkant van de Jaguar versus het slanke staartstuk van de Mercedes. Laten we eerst de Jag eens bekijken. Wat ik geweldig vind aan de Sportbrake is dat hij zoveel toevoegt aan de XF. De sedan is een mooi, uitmuntend staaltje design, maar de stationuitvoering heeft veel meer te bieden. Dat komt voor een deel doordat het een diesel S-model uit het hoogste segment is, met 20 inch wielen en voorzien van de meest complete uitrusting, om ‘m een beetje richting de prijs van de CLS op te krikken – een CLS 350 CDI in AMG Sport-uitvoering. De XF Sportbrake begint overigens al bij 54.690 euro (45.900 euro in België) voor de 2.2 diesel met 163 pk, de CLS Shooting Brake start pas bij 69.500 euro (62.557 euro in België) voor de 250 CDI met 204 pk.


We moeten ons niet laten afleiden door prijzen. Als we iets zeker weten, dan is het wel dat mensen bereid zijn om extra te betalen voor mooie spullen. De details van de XF zijn in dit geval fantastisch: de zwarte achterste raamstijl, de strakke spoiler en de niet-afhangende achterkant die de XF omhoog getrokken draagt, alsof hij in een Spandex-broek is gehesen.

Let wel, het is wel de meest conventionele van de twee, met een langere daklijn en een hogere achterkant, wat allebei zorgt voor maximale binnenruimte. Z’n uiterlijk is fantastisch uitgebalanceerd, zonder meer beter gelukt dan de Mercedes, maar lijkt ie in vergelijking niet veel groter?

Ik heb de CLS altijd meer als een sedan dan als een coupé beschouwd, maar nu ie hier op de Kirkstone Pass naast de glimmende XF staat, verbaast het me hoeveel lager ie is, en hoeveel slanker en smaller en dunner. Dat is voornamelijk gezichtsbedrog. De Shooting Brake is maar één enkele centimeter korter, en in werkelijkheid 4 millimeter breder. Hij is 52 millimeter lager, maar het komt door het design dat hij er minder massief uitziet.

'Het is niet zo dat de XF wat betreft het kwaliteitsniveau te wensen overlaat, maar de CLS is simpelweg briljant. Het ding is zo mooi'

Daar waar de E-klasse voldoet aan de stationwagen-basics, geniet de CLS de vrijheid om speelser te zijn met z’n schuine achterklep, de vleugelvormige raambelijning en de traanvorige lichtclusters. De achterruimte is werkelijk compleet aangekleed. De achterklep zweeft elektrisch omhoog, de bodem is gasgeveerd en hij biedt een ware overvloed aan spanbanden, rails, vakjes en haken die overal verspreid zitten, en dat alles in een laadruimte die heel wat groter is dan ik had verwacht. 590 liter, maar liefst. Gezinsvakantie-groot. Groter dan de grote 550 liter van de Jaguar.

Dat is enigszins verbazingwekkend, maar net als bij de buitenafmetingen stroken de getallen niet met wat het oog ziet. Probeer maar eens om een groot voorwerp van onhandige afmetingen in de, eh, bijna driehoekige kofferruimte van de Mercedes te laden: het kost je meer moeite dan het geval zou zijn bij de rechthoekige kofferruimte van de Sportbrake.

Is dat belangrijk? Niet echt. Waar het bij deze twee auto’s om gaat, is dat ze groot genoeg zijn om te doen wat ze moeten doen, en niet dat ze zo groot zijn dat ze er vadsig uitzien en een verkeerde indruk wekken. Wat wel belangrijk is: terwijl ik had gewild dat mensen dachten dat alleen mijn vrouw en ik erin zaten op weg naar het paragliden of een vijfsterrenweekeinde op het platteland, was het in werkelijkheid zo dat aan de andere kant van het getinte glas zich twee kleine kinderen, twee fietsen, vier paar rubberlaarzen en heel veel jassen, hoeden en sjaals bevonden. Beide auto’s konden die last en beproeving met glans aan, en dat is meer dan genoeg.


Een paar zaken verdienen in dat verband om opgemerkt te worden: het zachte, hoge tapijt in de Mercedes is een beetje te veel van het goede, en de smalle opening van de laadruimte kan lastig zijn, terwijl er over de Jaguar, nou ja, niet veel op te merken is – hij is geweldig praktisch.

Een oordeel dat voor de hele auto geldt. Het is de allure van deze auto, en alle Jaguars hebben ook echt een eigen en bijzonder allure en ritme. Het zit ‘m in alles, van de styling tot de precieze timing waarop de versnellingsknop uit het dashboard tevoorschijn komt en de ventilatiegaten opendraaien. Stap in de Sportbrake en die allure neemt bezit van je. En je kunt ‘m aansporen om alles te doen wat je wilt: door bochten jagen, agressief optrekken en remmen, maar na een paar kilometer besef je dat hij je voor zich gewonnen heeft. Je rijdt niet langzamer, louter soepeler.

Leun achterover en geniet. Het probleem is dat er een paar haken en ogen aan zitten. De buitenkant van de Sportbrake mag dan lenig en nieuw zijn, van binnen is ie inmiddels een beetje op leeftijd. Het touchscreen reageert traag en hoewel de uitvoering overzichtelijk is, is hij niet zo duidelijk als die van de Mercedes. Noch is hij van hetzelfde kwaliteitsniveau.

Het is niet zo dat de XF in dat opzicht te wensen overlaat, maar de CLS is simpelweg briljant. Het ding is zo mooi. Tik op de bedieningspanelen, draai aan de ventilatieopeningen, druk, knijp, draai, doe waar je zin in hebt, want hier is geen zwak punt te bekennen. Nou ja, niet in termen van degelijkheid, hoewel een langer iemand een beetje krap zou kunnen zitten – hij heeft wat te lijden van coupé-eigen zwakke punten in de zone van de voorste raamlijst en de manier waarop je lange benen een heel stuk onder het dashboard steken. Het interieur is over het algemeen wat conservatief ingericht – de laadruimte is chiquer aangekleed dan het dashboard – maar al met al is dit een auto waarin het zeer plezierig toeven is.

Beide auto’s zijn diesels, met een koppelcurve die zo vlak is als het rimpelloze water in de meren in deze streek. Het is de Jaguar waar je het meeste van verwacht – voornamelijk omdat ie een S-plaatje achterop heeft. Hij heeft een fractie meer vermogen, een beetje minder koppel, en weegt pakweg 30 kilo minder. Volgens opgave zou ie een halve seconde eerder op de 100 km/u zitten, en dat kan best, maar dat komt alleen maar door zijn pittiger, superieure automatische achtversnellingsbak.


In het gewone gebruik is ie wat drukker – hij schakelt soepel maar het gebeurt vaker: de versnellingsbak stelt de motor niet voldoende in staat om z’n koppel te gebruiken en lijkt zo snel mogelijk door de onderste regionen te willen schieten. De Mercedes is in vergelijking daarmee grondiger, spreekt iedere versnelling langduriger aan en lijkt zich minder bedreven te tonen in overschakelen (en dat is hij ook echt), dus hij probeert dat zo min mogelijk te doen. Hij is wijdlopig en zwierig, hoewel ik van mening ben dat je als je de beschikking heb over zoveel koppel, je het ook zou moeten kunnen aanwenden.

Ik vind de Mercedes dus beter voldoen als het hard gaat, maar de Jaguar rijdt over het geheel genomen lekkerder. Misschien zelfs lekkerder dan de sedan, aangezien ie perfect uitgebalanceerd lijkt te zijn – je voelt niets van het extra gewicht, alleen maar heerlijk licht en accuraat stuurgedrag dat vertrouwen inboezemt. Je wilt het niet omschrijven als loom, omdat dat luiheid impliceert, dus wat zou je zeggen van lenig? Zoals ie door bochten zeilt en een hobbelige ondergrond omtovert in satijn – briljant. Hij vraagt heel weinig en geeft heel veel – je krijgt veel meer terug dan je erin stopt.

'Na een paar kilometer besef je dat de Jaguar je voor zich gewonnen heeft. Je rijdt niet langzamer, louter soepeler'

De Shooting Brake probeert dezelfde hoogten te bereiken, maar haalt het net niet. De XF rijdt op z’n 20-inch wielen beter dan de CLS op 19 inch; de CLS voelt logger aan, de ophanging is stroperiger en hij moet overal net iets harder voor werken. Waar de Jaguar een natuurtalent is, wekt de Mercedes de indruk dat ie er moeite voor moet doen.

Van allebei zul je kunnen genieten. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in een auto reed die me echt deed verlangen naar een lekker lange, vijf uur durende rit op vrijdagavond. Bij deze auto’s was dat het geval. Ze stemmen je vrolijk, ze leggen je in de watten, ze masseren de kilometers weg, ronken en knorren vrolijk en nippen beheerst van hun brandstofvoorraad. En, allemachtig, wat doet de Mercedes rustig aan met z’n brandstof. Onder bijna identieke omstandigheden verbruikt de Mercedes 6,7 liter per 100 kilometer, de Jag 8,3. Daaraan merk je dat Mercedes motorisch wel even wat verder is dan Jaguar.

Maar de Jaguar, die is het voor mij. Niet wat alles betreft, en je kunt je heel sterk maken voor de Mercedes door het feit – en het is een feit – dat het een auto met een creatiever ontwerp is. Ik ben er dol op; ik vind ‘m fantastisch. Maar de Jaguar is volgens mij beter. Niet heel veel beter, maar beter. Daar waar ik het eerder over had, namelijk dat de XF een heel eigen allure en ritme heeft, is waar voor wat betreft ieder facet van deze auto. Hij is volkomen uitgebalanceerd, zo harmonieus. Je zou heel goed kunnen stellen dat dit de beste Jaguar is die op dit moment gemaakt wordt. En het is een dieselende stationcar. Maar geen echte stationcar. Hij is meer: een auto waar je trots op zou zijn.


 

Leuk? Probeer dit eens

We hebben de Porsche Cayenne om een specifieke reden meegenomen. Om te zien of deze nieuwe generatie stationcars in staat is om kopers van SUV’s voor zich te winnen. Conclusie? Voor wie een SUV koopt vanwege de veiligheid, superieure hoogte en all-weather-capaciteiten: nee. Als statement, als een auto om in te rijden, is de Cayenne de beste van deze worp, met een geweldig interieur en indrukwekkende rijeigenschappen, maar de Mercedes en de Jaguar laten zien dat het ook anders kan. SUV-eigenaren: bereid u voor op een nieuwe verleiding.

Specificaties

Jaguar XF 3.0D S 275 Sportbrake

Prijs NL: € 72.370
Prijs BE: € 57.500
0-100 km/u: 6,1 sec.
Topsnelheid: 250 km/u (begrensd)
Verbruik: 6,0 l/100 km
CO2: 163 g/km
Gewicht: 1.880 kg
Motor: 2.993 cc, V6 turbodiesel
Vermogen: 275 pk
Koppel: 600 Nm
Versnellingsbak: 8-traps automaat


Mercedes CLS 350 CDI Shooting Brake

Prijs NL: € 78.450
Prijs BE: € 70.059
0-100 km/u: 6,6 sec.
Topsnelheid: 250 km/u (begrensd)
Verbruik: 5,9 l/100 km
CO2: 162 g/km
Gewicht: 1.910 kg
Motor: 2.987 cc, V6 turbodiesel
Vermogen: 265 pk
Koppel: 620 Nm
Versnellingsbak: 7-traps automaat

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken