Uitgelicht: Peugeot RCZ op de Ring

Peugeot heeft iets met diesel – racen op diesel, bedoelen we dan. Op Le Mans doen ze het heel aardig, maar wist je dat het ook met een RCZ kan?
 
Euthanasie kan vele vormen aannemen. Zo groot voelt het verschil immers niet tussen: ‘Neem dit pilletje nou maar, dan ga je voor altijd lekker slapen’ en ‘De volgende bocht gaat naar links. Vierde versnelling, voluit’, terwijl ik een steile heuvel op rij die in niets dan lucht lijkt te eindigen. Hier voluit? Zelfmoord. Aan de andere kant: de man naast me is haast klinisch kalm en níét naar hem luisteren zou nog wel eens een even rap en voortijdig vertrek van deze planeet kunnen betekenen. Vooruit dan maar. Daar gaat-ie: plankgas.
 
Locatie: Nürburgring, Nordschleife. Tijdstip: zondagochtend, 11.00 uur. Weer: grijs maar droog. Ik zit in een Peugeot RCZ 1.6 THP, 200 pk. In een heel ver verleden heb ik hier wel eens een rondje gereden. Eén rondje. Nou ja, rondje; de 20,832 kilometer lange, 170 bochten tellende baan (over de bochtdichtheid variëren de meningen; wij hebben het vanwege diepe concentratie en nog diepere doodsangst niet nageteld) is met afstand het langste circuit ter wereld en draagt zijn bijnaam die Grüne Hölle (de Groene Hel) met trots. Het grootste probleem zijn, naast die lengte, de grote hoogteverschillen op de baan, waardoor je bij heel veel bochten geen idee hebt wat volgt. Het enige dat helpt: oefenen, oefenen, oefenen. Een populair lokaal gezegde wil dat het honderd ronden kost om de Ring te leren kennen, en duizend om hem te beheersen. We zijn geneigd het te geloven.
 
De man naast me heeft er naar eigen zeggen zo’n zevenhonderd gereden, maar is kennelijk een snelle leerling. Hij heet Michael Bohrer, is 28 jaar oud en kent de baan op zijn beide duimpjes. Dat blijkt alleen al uit het feit dat hij me zonder kleerscheuren en voor mijn gevoel redelijk vlot over het circuit weet te krijgen. Niets kon me echter voorbereiden op het bijzonder confronterende staaltje machtsvertoon dat zou volgen.
 
Na mijn ronde mocht ik, nog nagutsend van de adrenaline, plaatsnemen op de passagiersstoel, zodat Herr Bohrer kon laten zien hoe het echt moet. Drie woorden: Oh. Mijn. God. Ik rij wel vaker mee met mensen die écht kunnen sturen, dus ik ben redelijk gewend aan wat vernedering. Maar deze meneer maakt wel héél genadeloos gehakt van ook het laatste restje eigendunk dat zich nog ergens diep in me verstopt had. De Ring is op zich al lastig genoeg met zijn hobbels en bobbels en blinde bochten, maar de ware Hölle zijn, vrij naar Sartre, de anderen.
 
Elke gek met een paar wielen, een stuur en 24 euro kan namelijk de Ring op. Op een zondagochtend als deze betekent dat vooral dat het zwermt van de meest uiteenlopende voertuigen die zich op de meest uiteenlopende manieren voortbewegen. Van motormuizen die zich middenin een Grand Prix wanen tot een Opel Vectra-station die, gevuld met een hele familie, rustig voorthobbelend aan het kijken is ‘what the fuss is all about’. En alles (veel dus) wat daar tussenin zit. Voor mij een griezelfactor van belang; je moet in al die hectiek niet alleen die toeristen voorbij, maar ook de race-911’s die in je nek hijgen verrekte goed in de gaten houden. Het lijkt Michael echter in het geheel niet te storen. Hij duwt die 911’s en platliggende motorrijders op en haalt het langzamere verkeer (wat neerkomt op bijna iedereen) in met een stelligheid die doet vermoeden dat hij ogen in z’n achterhoofd heeft. Je kunt af en toe het gevloek van achter de helmen vandaan horen komen. Zoekgereden worden is nooit leuk, zoekgereden worden door een Peugeot RCZ – het zal voor sommigen nooit wennen.
 
Nu scheelt het dat Bohrer, als gezegd, uitstekend weet waar hij mee bezig is. Mij rondrijden is een moetje, voortkomend uit het feit dat hij coureur is voor het team Peugeot RCZ Nokia. Dat team neemt met twee auto’s deel aan het VLN, het Veranstaltergemeinschaft Langstreckenpokal Nürburgring – behalve heerlijke woorden om eens lekker Duits van je af te blaffen, ook de aanduiding van een serie lange-afstandsraces. Gisteren werd de 6-uursrace verreden, één van de twaalf races die het kampioenschap rijk is. Het is een bijzonder spektakel, want er rijdt werkelijk van alles mee. Full-blown Mercedes SLS AMG’s, 911 GT3’s en Audi R8’s, maar ook BMW’s van een paar generaties terug, Clio’s, Seat Leons, Civics Type-R, Corvettes, Aston Martin Vantages, M3’s, een Volvo C30, Astra’s, een Citroën Saxo VTS (!), een Opel Manta (!): je kunt het bijna zo gek niet bedenken of het rijdt er rond, maar liefst tweehonderd stuks in totaal.
 
De start is één groot pandemonium, maar de onderlinge verschillen zijn zo groot dat het veld al snel uit elkaar gereden is. De race heeft alles wat een lange-afstandsrace én de Nürburgring leuk maakt. De weersomstandigheden wisselen voortdurend – wie droog over de finish komt, kan achterin het circuit op een geweldige regenbui getrakteerd worden en de pits binnenkomen voor regenbanden, terwijl zijn team zich afvraagt waar hij het in hemelsnaam over heeft.
 

Bohrer heeft gisteren met zijn team de 6-uursrace gewonnen – in zijn klasse weliswaar, die van de dieselauto’s tot twee liter motorinhoud. Inderdaad: de RCZ’s van het team zijn diesels, 200 pk en 400 Nm sterk en in veel opzichten niet eens zo gek verschillend van de productieversie. Natuurlijk is er het nodige versleuteld; overbodige rommel eruit (ook abs en esp bijvoorbeeld), rolkooi erin, slicks erop, wielgeometrie veranderd, dat soort dingen, maar een hoop standaardspul is alleen maar wat verstevigd om de extremiteiten beter te kunnen weerstaan. En toch is het grappig om te zien wat die aanpassingen doen; ik heb zojuist aan den lijve mogen ondervinden hoe onvoorstelbaar hard je met een volledig standaard RCZ benzine (die zelfs op de gewone straatbanden stond) over dit onvergeeflijke circuit kunt. Toen ik Bohrer vroeg naar het verschil met zijn racediesel, zei hij: ‘Met de diesel gaan we in elke bocht 30 km/u harder’. Bastard. Hij wel, ja.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws